TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Buddleja - Buddlejaceae



De vlinderstruik of Buddleja is een bladverliezende struik met een rijke bloei, genoemd naar de Engelsman Adam Buddle en komt uit West-China. Van dit geslacht zijn er zo´n 100 soorten gevonden in tropen en subtropen. Slechts enkele soorten komen voor in gebieden met een gematigd klimaat. De meeste hebben tegenoverstaande bladeren die met sterharen bedekt zijn. Bloemen meestal klein, met vergroeibladige kelk en buisvormige, vierslippige kroon. De meeldraden steken ver uit de buisvormige kroon. De bij ons geteelde soorten en rassen behoren tot de opvallendste en dankbaarste bloeiende struiken. Ze verlangen warme groeiplaatsen in de volle zon en een tamelijk droge grond. De struik wordt in de regel ieder jaar sterk teruggesnoeid. Zijn scheuten ontwikkelen zich in ons klimaat zelden volledig en vriezen daarom in strenge winters terug. De wilde soort wordt behalve in botanische tuinen niet gecultiveerd. Er zijn tal van rassen beschikbaar met prachtig gekleurde bloemen. Allen worden door een stormloop van vlinders bezocht. Vooral de pauwoog, de kleine vos en de Atlanta lijken erg op de nectar verzot te zijn. Een zonnige standplaats bevordert het vlinderbezoek.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Kuipplanten
Buddleja madagascariensis - vlinderstruik
 

Naam: Buddleja madagascariensis

Nederlandse naam: vlinderstruik

Familie: Buddlejaceae

Andere gebruikte benamingen: 
(B. nicodemia, Nicodemia madagascariensis)

Bloeitijd: 12-3

Bloemkleur: oranjegeel

Hoogte: 2-6 m

Bladeren: donkergroen, onderzijde viltig

 

Buddleja madagascariensis - vlinderstruik

Informatie, teelt: 

Buddleja madagascariensis is inheems in Madagaskar alwaar hij uitgroeit tot een wildgroeiende en woekerende struik. Bij ons vaak als kuipplant gehouden maar hij kan ook geplant worden aan een zuiderse muur. Buddleja madagascariensis heeft de neiging te klimmen. De takken zijn voorzien van een witachtige beharing terwijl het blad aan de bovenzijde donkergroen, aan de onderzijde viltig grijsgroen is. Aan het eind van de winter en tot het begin van het voorjaar verschijnen er lange aren met oranjegele bloemen. Soms, maar niet altijd verschijnen er daarna paarsblauwe en oranjekleurige bessen.

Behandelen als een kuipplant. In de zomer eventueel naar buiten brengen op een beschutte plek.

Vermeerderen door stekken.

Standplaats lichtbehoefte

zon

- deze plant is wintergroen (groenblijvend)

- deze plant is vorstgevoelig

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!