|
Yucca - Agavaceae
Yucca is een geslacht met 40 soorten winterharde en niet-winterharde, groenblijvende overblijvende planten, heesters en boompjes. Ze bloeien rijk in warme zomers. De lange, lintvormige bladeren hebben vaak een stekelige punt. Naarmate de planten ouder worden, ontwikkelen ze soms een opgerichte, houtige, vaak vertakte stam. Yucca's dragen opvallende, hoge pluimen met hangende, witte of roomwitte, klok- tot komvormige bloemen. De vrucht is een vlezige of droge doosvrucht. Buiten zijn oorspronkelijk leefgebied vormt hij echter zelden zaad, omdat de bloemen bestoven moeten worden den door de yuccamot (Pronuba), dat eerst zijn eitjes in het vruchtbeginsel legt en daarna tegen de stijl opklautert om een vooraf ingezamelde hoeveelheid stuifmeel in de stempelholte te stoppen, alsof het wist, dat dit voor de ontwikkeling van de zaden, waarvan zijn larven moeten leven, noodzakelijk is.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Informatie, teelt:
Yucca thompsoniana is een meerkoppige Yucca uit Noordoost Mexico en West-Texas waar hij kan uitgroeien tot een 4 meter slanke, stamvormende Yucca. De plant is nauw verwant met Yucca rostrata, maar de bladeren zijn korter en minder grijsblauw van kleur en met geel getande randen. Hij verdraagt nog lagere temperaturen (komt in zijn natuurgebied voor tot op 1500 meter) maar is wel moeilijker verkrijgbaar. De vorst bestendigheid bedraagt -12 tot -18°C. De groei is traag, 2 tot 5 cm per jaar
Kinderen
Waarschuw de kinderen voor de soorten met scherpe, puntige bladeren.
Standplaats
Yucca´s gedijen het beste in droge lucht. Ze prefereren volle zon, voldoende licht en een zandige grond met een goede drainage en doorlaatbaarheid. Ze haten té natte voeten !
Potgrond
Zorg altijd voor een goed doorlatende pot met een goede waterafvoer. Meng bij het standaard potmengsel voldoende klei of leem met wat bladaarde en mest.
Verzorging
In de zomer:
Standplaats: kan buiten gezet worden vanaf half mei of eventueel buiten uitgeplant worden Gieten: met mate Bemesten: van mei tot augustus om de 14 dagen
In het najaar:
Als kuipplant in november binnenhalen
In de winter
Standplaats: koel Gieten: niet gieten Bemesten: niet bemesten Overwinteringstemperatuur als kuipplant : 0-5 ° C Lichtbehoefte: voldoende licht
Vermeerdering:
Uit zaad (indien beschikbaar), uit stek of via zijscheuten in het voorjaar.
Ziekten en plagen
Wanneer ze worden binnengehaald zeker niet te warm zetten want dan worden ze zeker aangetast door belagers
Verzorging
(hou je muis
over het plaatje voor de verklaring van de gebruikte tekens)
-
-
deze plant
is vorstgevoelig
-
deze plant
is wintergroen (groenblijvend)
-
geschikt
voor een solitaire positie in een beplantingsschema
-
deze plant
vraagt of gedijt goed op droge gronden
-
Zone (USDA):
7-8
|
|