|
Allamanda - Apocynaceae
Allamanda is een geslacht uit tropisch Amerika met een tiental soorten slingerplanten en struiken, voornamelijk afkomstig uit Brazilië, waarvan enkele in warme klimaten veel worden aangeplant om hun kleurige bloemtrompetten, meestal zijn deze felgeel of violetkleurig Het geslacht is genoemd naar de Zwitserse botanicus Allamand. De gladde stengels zijn bezet met glanzende bladeren. De klimmende soorten behoren in de tropen tot de populairste sierplanten en zijn daar ideaal voor de bekleding van muren en schuttingen. Ze bloeien daar het grootste deel van het jaar onafgebroken. Bij ons laten de planten meestal hun blad vallen. Allamanda is ondermeer verwant aan de Oleander. In de Braziliaanse regenwouden groeit hij als een meterslange, rankende plant.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Informatie, teelt:
Allamanda cathartica
bloeit met prachtig, geurende felgele bloemen tot 8-15 cm groot met
spitse lobben. Glanzende, lancet- tot eivormige wintergroene bladeren
die aan de randen licht golven. De individuele bloemen blijven weliswaar
niet lang goed, maar er verschijnen steeds weer nieuwe.
Standplaats
In ons klimaat enkel als tropische klimmende kuipplant te houden. In het
voorjaar vanaf half mei kunnen de planten naar buiten gebracht worden.
Kies een zeer lichte en beschutte plek waar de planten beschermd staan
tegen de felste zon. Graaf de pot in de bodem. Geef ze in de zomer ruim
ontkalkt water en geef wekelijks wat vloeibare mest. Sproei de planten
regelmatig eens nat met regenwater.
Vanaf half oktober de planten naar binnen brengen naar een vorstvrije
standplaats. Minder gieten, gebruik lauwwarm en ontkalkt water. Zeer
licht overwinteren bij 18° C bij een hoge relatieve luchtvochtigheid.
Dit laatste is niet zo evident en maakt van Allamanda een moeilijk lang
te houden kuip-en of kamerplant.
Onderhoud
Vaak zijn de planten in de kwekerij met groei remmende stoffen
behandeld. Die zijn echter na enkele maanden niet meer werkzaam en dan
beginnen de scheuten flink door te groeien. Wordt de plant te groot, dan
kan men hem flink terugsnoeien. Verpotten doe je in het voorjaar net
voor het naar buiten brengen (mei). Gebruik een mengsel van 1/4 deel
scherp zand, 1/4 deel zure potgrond zonder kalk, 1/4 deel klei en 1/4
deel kleigrond
Vermeerdering door stekken. Zet de stekken op bij 25° C voor een snelle
beworteling.
Ziekten en plagen:
- gevoelig voor bladmijten die het blad doen misvormen, witte vlieg,
spint en wol- en schildluizen
- droge lucht is nefast voor deze planten, zorg altijd voor een hoge
relatieve vochtigheid.
- massale bladval treedt op bij gebrek aan licht of te lage temperaturen
(hou je muis
over het plaatje voor de verklaring van de gebruikte tekens)
Standplaats lichtbehoefte
zon
- deze plant is
vorstgevoelig
deze plant bevat
geurende plantendelen
deze plant bevat
giftige plantendelen
- deze plant is
wintergroen (groenblijvend)
- exotische aandoende
plant voor gebruik in potten, bakken, terraskuipen edm.
- deze plant verlangt
een zurige bodem (pH 4,5-5 of lager)
- deze plant moet
gesteund worden
- deze plant vraagt of
gedijt goed op vochthoudende gronden
Zone (USDA):
11-12
|