Delphinium - Ranunculaceae



Het ridderspoor is een geslacht met 400 soorten winterharde of eenjarige planten en kruidachtige overblijvende planten met gespoorde bloemen. De meeste soorten zijn afkomstig uit de gematigde streken van het noordelijke halfrond. Ondanks het grote aantal soorten zijn er in verhouding maar weinig in cultuur. In tuinen vindt men voornamelijk de eenjarige ridderspoor en een groep van overblijvende hybriden, die zijn afgeleid van D. elatum. De hybriden met hun statige, opvallende bloeiwijzen, zijn als borderplanten zeer geliefd. Recente kruisingen beogen andere variëteiten met rode en gele bloemen te krijgen. Ze beginnen allemaal als een toef langgesteelde wortelbladeren die bestaan uit 3-7 segmenten. Bij de tuinhybriden onderscheiden we 5 grote hybride groepen:
Belladonna groep, Blackmore groep, Elatum groep, Langdon groep, Pacific Giant groep. Zij passen perfect in de border. Wilde soorten zijn goed te gebruiken aan bosranden. De kleinblijvende riddersporen zijn bruikbaar in de rotstuin waar ze echte blikvangers zijn.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Vaste Planten
Delphinium 'Chelsea Star' - Ridderspoor

5258.htm

Naam: Delphinium Blackmore en Langdon 'Chelsea Star'

Nederlandse naam: Ridderspoor

Familie: Ranunculaceae

Andere gebruikte benamingen: ()

Bloeitijd: 6-9

Bloemkleur: violetpaars + wit oog

Hoogte: -

Bladeren: handvormig, gelobd

 

Informatie, teelt: 

Delphinium 'Chelsea Star' is van het Blackmore en Langdon type met prachtige violetpaarse bloemen met een wit oog.

Riddersporen houden van een plek in de volle zon. Ze zijn probleemloos winterhard. Ze houden niet van winderige plaatsen. Steunen is bijna altijd noodzakelijk. Zorg voor een goede vruchtbare en doorlatende bodem die rijk is aan compost maar zeker niet overbemest is, want dan vallen ze makkelijker om. Voor een goed groei moet je voldoende ruimte voorzien. Zowel tť natte als tť drogen gronden zijn nadelig.

Gebruik:

Riddersporen zijn prachtige borderplanten die altijd de aandacht trekken. Steunen is meestal noodzakelijk. Het zijn zeer gewaardeerde snijbloemen die mooi te combineren zijn met pioenen, oosterse papavers en lelies.

Groep:

Deze ridderspoor behoort tot de Blackmore en Langdon groep. Tot deze groep behoren rassen die gekweekt en ontstaan zijn in de Engelse kwekerij Stanton Nurseries, Penford, Bristol. BS39 4JL. De naam is ontleent aan de samenwerking tussen Charles Langdon en James Blackmore die in 1901 begon. De website is te vinden op http://www.blackmore-langdon.com .
Wanneer je direct na de bloei de planten terugsnoeit bloeien ze vaak nog een tweede maal. Die nabloei is wel wat minder uitbundig.

Vermeerderen:

Om de soortechtheid te bewaren kan je stekken of delen van de wortelstokken die vlezig zijn. Enkele soorten komen ook zaadecht terug.

Ziekten en plagen:

Plant ridderspoor ruim op voldoende afstand van elkaar zodat ze vrij staan en kunnen uitgroeien tot stevige, gezonde planten. Bij een te dichte stand is er meer kans op meeldauw. Slakken lusten in het voorjaar de uitkomende blaadjes. Zie ook bij de tuindokter op http:/www.tuinkrant.com/tuindokter/

Standplaats lichtbehoefte

zon

- plant (of delen ervan) zijn giftig

- deze plant is zijn onaantrekkelijk voor konijnen, zijn min of meer veilig voor konijnenvraat

- geschikt voor groepsbeplantingen

- geschikt voor gebruik in de vasteplanten border

Aantal planten per m2:

3-5

 

 

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!