|
Vaste Planten
De
aanleg van de tuin en de toepassingen met vaste planten.
Vaste
planten worden, mede door het ruime sortiment, voor allerlei
doeleinden gebruikt. Zelfs in de allerkleinste achtertuin,
midden in de stad, ontbreken een enkele pol pioenrozen (Paeonia),
of een groep irissen niet. Maar ook in grote tuinen,
volkstuintjes, openbare plantsoenen, tuinen rond fabrieken en
kantoren, begraafplaatsen, parken en arboretums zorgen ze voor
de nodige variatie.
 Vroeger
zag men de vaste plant voornamelijk in de tuintjes bij de
boerenhofsteden. Enkele typische planten in de boerentuinen
waren boerenpioen (Paeonia off.), gebroken hartjes (Dicentra),
stokroos (Althaea rosea), muurbloem (Cheiranthus) en
duizendschoon (Dianthus barbatus).
Vooral door invoer van nieuwe soorten door de uitbreidende
vaste planten kwekerijen en door de aanwinsten uit zeer
waardevolle kruisingen, is de toepassing van vaste planten
enorm toegenomen. De aanleg van de tuin is wezenlijk
beïnvloed door de invoering van de vaste plant in de tuin.
Dat vaste
planten zo geliefd zijn geworden is ook helemaal niet te
verwonderen. De vele kleurschakeringen, de enorme rijkdom aan
vormen van bloem en blad, en de bloeitijd die valt van januari
( kerstroos-Helleborus) tot aan het invallen van de
eerste nachtvorsten ( herfstaster-Aster en
zilverkaars-Cimicifuga ) dragen daar in hoge mate toe bij.
Binnen
de vaste planten groep is er een enorm verschil in
groeihoogte. Van kruipende plantjes (stekelnoot-Acaena en
kruiptijm-Thymus serpyllum) tot soorten die wel 2 meter
hoog kunnen worden ( Rudbeckia nitida en zonnebloem-Helianthus)
.
De hoogte die de vaste planten zal bereiken is afhankelijk van
verschillende factoren.
Belangrijk is dat de hoogte van de planten sterk afhankelijk
kan zijn van de grondsoort.
Euphorbia
polychroma bijvoorbeeld, kan op een zware, voedzame
kleigrond wel 60-70 cm hoog worden, terwijl dezelfde plant op
een droge, zandige grond slechts een hoogte van 30-40 cm zal
bereiken.
Een andere rol speelt hoe lang de vaste plant op haar plaats
staat. Planten die je pas 1 of 2 jaar geleden hebt aangeplant,
zullen lager zijn, dan planten die reeds 3 tot 4 jaar op
dezelfde plaats staan.
Ook het verschil in de diverse cultivars speelt een rol. De
cultivars verschillen niet alleen in bloemkleur, bloeitijdstip
maar ook in hoogte.
Niet alle
planten groeien op een bepaalde grond of standplaats goed.
Planten stellen verschillende eisen. De tolerantie van planten
ten opzicht van bepaalde omstandigheden verschilt.
Ter
illustratie het volgende voorbeeld :
Duizendblad
( Achillea millefolium), groeit zelfs op een droge, arme
zandgrond nog uitstekend. Hij toont zich dus tolerant t.o.van
deze ongunstige omstandigheden. Dit houdt echter niet in dat
deze plant in een vochtige grond niet wil groeien. Het
tegendeel is zelfs waar!
Een en ander geldt ook voor schaduwrijke plaatsen. Er is een
groot aantal planten dat het op een halfbeschaduwde plaats nog
goed doet. Dat zegt echter niet dat ze het op zonnige plaatsen
(mits de grond voldoende vochtig is) af laat weten. Natuurlijk
zijn er ook specifieke schaduwplanten, die van naturen steeds
op donkere plaatsen voorkomen en andere planten, die zo'n
zonnig leven gewend zijn dat ze op donkere plaatsen zeker
zullen afsterven. Er zijn vaste planten die voor een goede
groei absoluut in een zure grond moeten staan en andere die we
onder de kalkminnaars rekenen.
Het is dus
van belang de je de plantenkeuze laat afhangen van de
grondsoort en standplaats in je eigen tuin. In het algemeen ga
je de grond niet aanpassen aan de planten die je wil planten.
Dit kan nogal eens tot heel wat teleurstellingen leiden en het
gaat bijna steeds gepaard met hoge kosten. Er is meer dan
keuze genoeg aan vaste planten voor elk type van grond en
standplaats. Natuurlijk kan je wel maatregelen nemen om je
tuingrond te verbeteren, het kan zelfs wel eens heel
noodzakelijk zijn.
De
toepassingsmogelijkheden van vaste planten is enorm. Van
plantjes voor de rotstuin, tot planten die erg geschikt zijn
voor een speciaal snijbloemenhoekje. Zo'n snijbloemenhoekje
bevat vaste bloeiende planten met een maximale spreiding aan
bloeitijdstip. Een ruikertje uit de eigen border valt je te
beurt.
Als solitairplanten gebruiken we meestal nogal eens
houtachtige gewassen (heesters). Ook enkele vaste planten kan
je solitair gebruiken : Gunnera, palmlelie (Yucca),
pampasgras (Cortaderia) en de koningsvaren (Osmunda).
Een
flink aantal andere soorten is dan weer geschikt als
randplantje. Sommige soorten zijn attractief door hun
langdurige bloei, ( kattekruid-Nepeta ), terwijl andere
het meer moeten hebben van hun decoratieve blad dat 's winters
groen blijft ( mansoor-Asarum en speldenkussenplant-Cotula).
Daarnaast treffen we onder de vaste planten ook een flink
aantal water,- oever,- en moerasplanten aan.
Nog het meest
in de belangstelling gekomen zijn de bodembedekkers. Er is een
ruime keuze en het aanbod op de kwekerijen is enorm gestegen.
Voor op schaduwrijke plaatsen en in grote projectbeplantingen
worden bodembedekkers veelvuldig toegepast. Ze zorgen voor een
gesloten dek, waardoor het er onkruidvrij blijft, terwijl ze
esthetisch de verschillende hogere planten als het ware aaneen
rijen. In feite is dit de meest natuurlijke oplossing ten
opzicht van bijvoorbeeld aangelegde borders, die overigens ook
hun eigen charme hebben.
Ook in
zogenaamde wilde of half verwilderde tuinen, waar vooral
planten uit onze eigen flora worden gebruikt, zijn
bodembedekkers onmisbaar. Er zijn kwekers die zich op de
cultuur van wilde planten hebben toegelegd. Veel van de
planten die in de 'groeien-wat-groeit' tuin worden geplant
zaaien zichzelf uit en dat is natuurlijk erg leuk. Vooral van
belang is dat je zoveel mogelijk planten toepast die 'puur
natuur' zijn. Te zeer gecultiveerde, gekruiste en
geselecteerde planten horen er niet thuis.
Onder
de keukenkruiden vinden we bijv. muntsoorten, maggi-plant
en zuring . Indien je er ruimte voor hebt kan je er een
speciaal hoekje voor reserveren, maar kruiden misstaan zeker
niet in je border.
Ook bloembakken of -kuipen kunnen met vaste planten worden
opgevuld. Natuurlijk moet je wel degelijk rekening houden met
de specifieke omstandigheden ( bijvoorbeeld de wind).
Sommigen
tuinen hebben helemaal geen gazon meer. Biels, natuursteen,
grindtegels en allerlei andere materialen worden veelvuldig
toegepast. Op verschillende plaatsen worden dan weer
plantvlakken uitgespaard die je functioneel met vaste planten
kan opvullen. Bij een goed ontwerp is er een relatie tussen de
verschillende vakken. Bij het beplanten zal je daar rekening
mee moeten houden. In aanmerking komen vooral stevige, meestal
laagblijvende, vaste planten, siergrassen, dwergconiferen en
dwergheestertjes. Zorg er steeds voor dat de uitgespaarde
vlakken niet als droog zand aan elkaar hangen, maar verdeel de
kleuren en de vorm zodanig dat je tot een mooi geheel komt.
De naam
border is afgeleid van het engelse woord voor rand...in feite
is het dus randbeplanting . Inspiratiebronnen waren de
engelse bloeiende wegbermen, vandaar dat randbeplanting steeds
duidt op een langgerekte, smalle vorm, dit is de zogenaamde herbaceous
border.
Het vak wordt
opgevuld met overvloedig bloeiende vaste planten : dwz.
kruidachtige, overblijvende planten waarvan de bovenste delen
afsterven. De deze van oorsprong engelse border kreeg het
wat navolging op het Europese vasteland. Doorgaans heeft de
border een breedte van 1,5 tot 5 meter, afhankelijk van de
grootte van de tuin.
Nog steeds is
vandaag de vaste planten border een geliefde en veel gebruikte
toepassing. Een border bevat overblijvende planten met
opeenvolgende bloeitijden. Elke border vraagt een degelijke
achtergrond (wall). Alleen dan pas kunnen de bloeiende vaste
planten tot hun recht komen. Tevens staan de vaste planten
beschermd voor noordoosten,- noorden,- of noordwestenwind.
Vooral een
mooi gesloten haag van haagbeuk (Carpinus), boshulst (Ilex
aquifolium), Taxus of liguster (Ligustrum) vormen een
prachtige 'background' (achtergrond) voor je gemengde vaste
plantenborder. Tegen de neutrale groene kleur van de haag
komen de kleuren van de bloemenborder beter tot hun recht.
Vergelijk
maar eens met een border die langs een pad in het gazon is
aangelegd, bij zo'n border zonder achtergrond is het effect
veel minder intens. De kleuren treden ook niet op de
voorgrond, ze verliezen zich als het ware in de lege ruimte.
Ook tegen schuttingen en muren, met liefst zo'n gelijkvormig
mogelijk patroon, kan een vaste plantenborder mooi tot z'n
recht komen. In grote tuinen kan je wel eens de zogenaamde
'dubbele border' terugvinden, 2 evenwijdig lopende borders,
alleen gescheiden door een pad.

Echte rijk
bloeiende borders moeten haast in de volle zon liggen. We
zullen de te beplanten strook situeren op het zuidoosten, het
zuiden of het zuidwesten. Voor schaduwhoekjes liggen andere
mogelijkheden voor de hand. Het is wel mogelijk op licht
beschaduwde plaatsen borders te maken als jezelf enige kennis
van zaken hebt. Meestal wordt de border aan de voorzijde
begrensd door het gazon. Aangezien een borderbeplanting al
dynamisch genoeg is, is het verstandig de vorm van de gazon
strak te houden. Een border moet een border blijven en niet op
een perk of een bloemenrand gaan lijken.
De
ideale verhouding lengte-breedte kan best minimaal 3:1 zijn.
Dit
geldt zeker voor kleine achtertuintjes, die wel eens de 6 bij
10 meter tuintjes worden genoemd. Dit betekent dat een border
in zo'n tuin toch wel een diepte van 3 meter moet hebben. Is
de tuin minder diep, dan kunnen we nog nauwelijks van een
border spreken. Borders die breder zijn dan 4-5 meter
verdienen geen aanbeveling. Niet onbelangrijk is de richting
waarin de border in de tuin dient te verlopen. Ja, de border
ligt best in de volle zon, doch de lengterichting moet zo
zijn, dat men vanuit het huis of van op het terras langs de
border heen kan kijken en niet erin ziet. Kijk je langs een
border heen, dan zie je de verschillende groepen als één
aaneengesloten geheel. Kijk je er evenwel dwars op, dan kijkt
je op de open ruimten ertussen, met de niet bloeiende en
uitbloeiende gewassen.
Je kan een
border uitsluitend met vaste planten samenstellen maar ook in
combinatie met éénjarigen, bol,- en knolgewassen en
heesters. Een uitsluitend met vaste planten aangeplante border
kan er in de winter heel doods bijliggen. Om dit te voorkomen
plant je heestervlakken aan, bij voorkeur groenblijvende
gewassen, zodat dit tuingedeelte ook in de winter enigszins
een levendige indruk maakt.
Bij
de keuze van plantenmateriaal let je vooral op volgende
criteria :
bloeitijd,
bloemkleur, bloeiwijze, hoogte, habitus en sierwaarde in
niet-bloeiende toestand. Vooral dit laatste wordt nogal eens
vergeten.
Vaste planten
bloeien op verschillende tijdstippen van het jaar. Zo kan je
een four seasons border aanplanten met een groep
bloeiende planten in het voorjaar, een groep in juni-juli lupinen
(Lupinus), ridderspoor (Delphinium) e.a. , een groep in
augustus-september zonnekruid (Helenium), vlambloem (Phlox
paniculata) en later nog groepen van Aster amellus,
Rudbeckia om het seizoen af te sluiten met herfstaster
en herfstchrysanten . Maar je kan ook een zogn.
seizoensborder arrangeren waarbij de hoofdbloei van je border
in één welbepaalde periode valt.
Legende van de afbeelding:
1.
Aster novi-belgii 'Royal Ruby'
2. Astrantia major 'Lars'
3. Delphinium pacific 'Bellamosum'
4. Sidalcea 'Elsie Heugh'
5. Heuchera sanguinea 'Sioux Falls'
6. Verbascum 'Cotswold Queen'
7. Hebe ochracea
8. Erigeron hybride 'Dunkelste Aller'
9. Hemerocallis 'Sammy Russell'
10. Echinops ritro 'Veitch Blue'
11. Achillea filipendulina 'Cloth of Gold'
12. Macleaya microcarpa 'Kelway's Coral Plume'
13. Aconitum henryi 'Spark's Variety'
14. Salvia nemerosa 'Ostfriesland'
15. Gypsophila hybride 'Rosenschleier' in combinatie met
Potentilla nepalensis 'Wiss Wilmot'
16. Helenium hybride 'Moerheim Beauty'
17. Coreopsis verticillata 'Moonbeam'
18. Monarda hybride 'Marshall's Delight'
19. Artemisia lactifolia
20. Heliopsis helianthoides 'Summer Sun'
21. Doronicum orientale 'Magnificum'
22. Sedum spectabilis 'Meteor'
Over het
combineren van de juiste kleuren zijn hele boeken gewijd.
Licht en kleur zijn van een border van groot belang. Dankzij
het licht zijn we in staat kleuren waar te nemen. We zijn als
mensen op kleuren gesteld, kleuren brengen ons vreugde. Met
betrekking tot je tuin is kleur niet alleen een kwestie van
het tegen elkaar afwegen van ruimte, van actie en reactie,
maar evenzeer van de werking van licht en donker, van het
kleurenspel.
De mens
reageert ook verschillende op de kleuren. Lichte kleuren staan
lijnrecht tegenover donkere kleuren. Rood, geel en oranje zijn
actieve, blauw en groen zijn passieve kleuren. Actieve kleuren
treden sterk op de voorgrond, zij trekken de aandacht.
Passieve kleuren zijn ingetogen, zij brengen rust. De kleur
geel is helder en er gaat een grote kracht van uit. Blauw is
een rustige, soms zelfs een wat sobere kleur, die geel kan
aanvullen. Rood is helder en is een echte blikvanger. Deze
overheersende kleur kan naast andere primaire kleuren sterk
afsteken. Dikwijls worden dan grijsbladige planten gebruikt
voor de overgang, als intermediair. Te felle contrasten worden
zo voorkomen. Roze is een zachte, tere kleur, waarmee fraaie
harmonieuze combinaties te maken zijn. De warme kleur oranje
is mooi naast donkerpaars, maar paars is ook weer mooi bij
geel. Met witbloeiende planten moet je voorzichtig zijn; er
ontstaat nl. een leegte, een gat als we er te kwistig mee
strooien.
In ons
landschap hebben de passieve kleuren de overhand, een blauwe
hemel overkoepelt de groen getinte weilanden. Het hele
landschap ademt een sfeer van rust uit. Stel je voor dat het
omgekeerde het geval zou zijn, dat actieve kleuren
(rood,geel,oranje) de overhand zouden hebben. Hierbij denk je
dan aan een bloembollen veld rode tulpen, of een op een
kwekerij aangeplante knalrode phloxborder.
Op het eerste
zicht vinden we het mooi maar stel je even voor dat je dagen
en dagen dit zou aanschouwen, de bekoring zou spoedig
verdwenen zijn. Gebruik dus nooit een overdaad aan actieve
kleuren in de border, de rust zou ontbreken. Het is raadzaam
de actieve kleuren spaarzaam te gebruiken, en te temperen met
in hun nabijheid passieve kleuren bloeiende planten. van de
kleuren kunnen we ook zeggen dat lichte kleuren zich verhouden
tot donkere, als snel zich verhoudt tot traag. Lichte kleuren
stralen uit, zij wekken de suggestie veel meer ruimte in te
nemen dan ze in feite doen (lichtgeel). Donkere kleuren zijn
daarentegen meer ingetogen, teruggetrokken. Zij schijnen
minder ruimte in te nemen. Men plant dus steeds grotere
aantallen van donkere planten dan lichte om een evenwicht te
bewaren.
Achteraan
plaats je de laatbloeiende, hoge soorten. Herfstaster
(Aster), kogeldistel (Echinops) en monnikskap (Aconitum) horen
in het achterste gelid thuis.
Vooraan komen de lagere planten waarbij je geen bodembedekkers
of kruipertjes kiest. Die groeien makkelijk het gazon in en
dat is heel wat extra werk. Je gebruikt dus pollenvormende
vaste planten voor de voorgrond, als daar zijn nagelkruid (Geum),
purperklokje (Heuchera), voorjaarszonnebloem (Doronicum),
teunisbloem (Oenothera) en karpatenklokje (Campanula).
Kruipertjes
kan je helemaal vooraan heel goed gebruiken als ze de kans
krijgen over verhardingsmateriaal te kruipen. Zo doorbreek je
de strakke lijnen van die verharding.
Voor het middelste deel komen o.a. in aanmerking salie
(Salvia 'Ostfriesland'), Rudbeckia, kaasjeskruid (Malva),
griekse malva (Sidalceae) en baardiris (Iris germanica).
De naar
achter omhoog oplopende borderbeplanting mag je niet te strak
aanhouden. Laat hier en daar eens een hogere plant eruit
springen. Zo krijg je meer een losser geheel en lijkt je
border een stuk natuurlijker. Wissel ook de bloeiwijzen af. Zo
staan de gele, platte bloeiwijzen van het duizendblad (Achillea)
heel mooi naast de aarvormige bloeiwijze van de paarse salie
(Salvia).
Maak je
groepen niet altijd even groot. Het af en toe herhalen van een
soort of in een grote border het herhalen van bepaalde
combinaties, verdient aanbeveling. Kijk goed uit naar de buren
van je planten. Let maar eens op de schitterende pluimpapaver
(Macleaya) die steeds meer plaats wil innemen. Qua
spreiding in bloeitijd is er keuze te over, dat konden we
merken in de vorige tuinkrant met z'n 228 bloeiende vaste
planten in oktober. Aangezien sommige vaste planten in je
border zijn uitgebloeid, komen hier en daar kale plekken voor.
Deze kan je opvullen met bijvoorbeeld zelf gezaaide bloemen (leeuwebek, afrikaantjes, zomeraster).
Vaste planten groepen
Vaste
Planten snoeien
Vaste
Planten artikelen
|