|
Informatie,
teelt:
Slangewortel vormt
bloemen die sterk op de aronskelk lijken. Boven de witte bladschede
staat een groene bloemkolf die er mooi tegen af steekt. De bloemen
hebben geen bloemdek, alleen stampers en meeldraden. Het schutblad is
aan de binnenzijde helder wit. De bessen die na de bloei en na
bestuiving verschijnen zijn rood en behoorlijk giftig. De hele plant is
giftig. Het blad is hartvormig en glanzend groen. De planten groeien
gemakkelijk uit de vijver de oever op, en omgekeerd. Daarom kan je de
slangewortel goed gebruiken om vanaf de droge oever de vijver in te
laten kruipen om alzo de vijverrand te camoufleren. De wortelstokken
liggen 2 à 3 cm in het water of in onder de grond zodat ze bijna bloot
lijken te liggen. De wortelstokken dienen dan ook alleen maar voor de
verankering. Slangewortel haalt met zijn haarworteltjes de
voedingsstoffen op uit het water. Plant slangewortel niet in de zon want
de zachte bladeren zijn daar gevoelig voor.
Vermeerdering:
De planten groeien uit forse, kuipende wortelstokken die winterknoppen
vormen waarmee vermeerderd kan worden, maar dat kan ook met de rode
zaden uit de bessen. Gebruik een klei-lemige grondmengsel. Wortelstekken
snijden in de maand april. Zorg dat de stek nog over enkele wortels
beschikt. Pot ze rechtopstaand in en druk ze een 3-tal cm de potgrond
in, de rest van de wortelstek laat je bovenzitten.
Slangewortel is en koudkiemer. Oogst in het najaar rijpe zaden en doe ze
in een zak plastic. Bewaar de zak een week in de diepvries. Daarna
uitzaaien in een zandig mengsel waarbij de zaden 1 cm worden bedekt. De
kieming kan tot anderhalf jaar op zich laten wachten. Van zaad tot
deftige plant voor de vijveraanplanting gaan een 3-tal jaren overheen.

|