OPEN KROON

Bomen met een open kroon hebben stam die overgaat naar een brede kroon. De stam splitst zich naar een wijde kroon. Dit is een vorm zoals we die het meest met inheemse bomen aantreffen zoals de zomereik, kastanjebomen, notenbomen, esdoorns, paardekastanjes edm.

Sommige sierbomen worden ook kunstmatig in deze vorm gekweekt door in hun jonge groeifase de harttak in te snoeien, zodat een open kroon ontstaat. Deze snoeiingreep om een open kroon te bekomen wordt minder en minder toegepast. Tegenwoordig kiest men bij voorkeur voor de normale kroonvorm, nl. door de harttak niet te gaan snoeien maar te behouden.

Halfstammige bomen:

- normaal geënt op 150 cm hoogte
- kleine halfstammigen voor potten, rotstuinen edm. zijn geënt op 50, 75 of 125 cm hoogte

Hoogstammige bomen:

Geënt op 2.00 of 2.25 meter
Ze worden aangeduid met de stamomtrek 6/8, 8/10, 10/12, 12/14, 14/16 enz.

Spilvormen of veren:

Dit zijn nog jonge bomen in opkweek. Aan de stam zitten zijtakken (zgn. saptrekkers). Naarmate de boom verder ontwikkeld worden de zijtakken weggesnoeid.

Ze worden aangeduid met de hoogte:  200/250, 250/300, 300/350 enz.