Bodembedekkers |
Bodembedekkers
van vaste planten
Maaien van bodembedekkers
Bodembedekkers van rozen
Bodembedekkers van klimplanten
Bodembedekkers van koniferen
Bodembedekkers
van vaste planten:
De meeste bodembedekker kan je ze bijna jarenlang ongemoeid (ongesnoeid) hun
gang laten gaan. Uitlopers die te ver uitdijen wegsnoeien met een snoeischaar
en opruimen. De meeste bodembedekkende planten kan je met een heggenschaar terug
inknippen om compacte planten te behouden of om nieuw jong blad te laten vormen
(esthetisch).
Na een tijd kunnen de planten (te) hoog uitgroeien. Daarom regelmatig bijknippen
om de planten lager en gelijkmatiger te houden.
Te oud geworden en rommelige planten kunnen eens teruggesnoeid worden tot 5-20
cm boven de grond. Soms komen na een tijd kale plekken tussen de bodembedekking
door zon, droogte, vorst, bladziekten edm.. Snoei alle planten dan terug tot
5-20 cm boven de grond, afhankelijk van de soort. Vul de zichtbare open plekken
op met nieuwe planten (scheuten). Goed bemesten!

| jan. |
feb. |
mrt. |
apr. |
mei |
juni |
juli |
aug. |
sept. |
okt. |
nov. |
dec. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Maaien van bodembedekkers:
Sommige bodembedekkers kan men maaien zodanig dan een dichter tapijt ontstaat,
met als gevolg een betere onkruidonderdrukking en een langere levensduur. Niet
alle soorten bodembedekkers verdragen maaien goed.
Soorten die in aanmerking
komen zijn:
Fragaria indica,
Geranium sanguineum,
Lysimachia nummularia,
Mazus
reptans,
Pachysandra terminalis en
Thymus serpyllum.
| jan. |
feb. |
mrt. |
apr. |
mei |
juni |
juli |
aug. |
sept. |
okt. |
nov. |
dec. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bodembedekkers van rozen:
De meeste bodembedekkende rozen worden tegenwoordig vermeerderd door stekken en
groeien dus op eigen wortel, zo zijn behoren wilde grondscheuten tot het
verleden. Regelmatig snoeien is niet gunstig voor deze soorten, maar wel
mogelijk. Snoei de te wild geworden scheuten een eind in. Normaal verwijdert men
in het voorjaar slechts zieke en dode loten. Te sterk terugsnoeien bevordert
weliswaar de groei, maar dit gaat ten koste van de bloei. Te oud geworden takken
die niet meer goed bloeien insnoeien. Verticaal groeiende takken ook inkorten.

| jan. |
feb. |
mrt. |
apr. |
mei |
juni |
juli |
aug. |
sept. |
okt. |
nov. |
dec. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bodembedekkers van klimplanten:
Kan een klimmer niet klimmen bijvoorbeeld omdat er niets in de buurt is om zich
aan omhoog te werken, dan gaat hij kruipen. Lang niet alle klimplanten nemen
daar op de langere duur genoegen mee. De klimop en enkele éénjarigen vormen de
goede uitzonderingen.
Bodembedekkers van koniferen:
Bodembedekkende koniferen kenmerken zich door hun breed uitgaande groeiwijze. Al
hun takken hangen als het ware over. De onderste liggen daardoor op de grond.
Vooral onder het geslacht Juniperus komen veel bodembedekkers voor. Snoeien van
uitlopers en voor het behoud van de vorm uitvoeren rondom de langste dag (21
juni).

| jan. |
feb. |
mrt. |
apr. |
mei |
juni |
juli |
aug. |
sept. |
okt. |
nov. |
dec. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voor
meer plantengegevens zie de TK plantengids
|