F

 Fagus

beuk, groene beuk, rode beuk, purperen beuk, treurbeuk, Amerikaanse beuk, gewone beuk

Rode beukenhaag. Beukenhagen (Fagus) en herlaarhagen (Carpinus) worden vaak met elkaar verward:
Foto PPH

Beukenhagen (Fagus) en herlaarhagen (Carpinus) worden vaak met elkaar verward:

De gewone beuk of Fagus is het makkelijkst te herkennen aan het glimmende blad met rechte bladranden. De haagbeuk daarentegen, heeft donkergroen blad, met gekartelde randen.  Van de Fagus blijft het bruine blad namelijk in winters, verdord en bruin gekleurd aan de plant zitten. Het wordt pas in het voorjaar (april) afgestoten als de nieuwe knoppen gaan uitlopen. Hierdoor is de haag van de gewone beuk ook ’s winters redelijk dicht, terwijl die van de haagbeuk eerder kaal is.

Blad van Fagus Blad van Carpinus

Blad van Carpinus

Hagen 
Sierbomen en veren 
Fagus grandiflora (Amerikaanse beuk) en Fagus sylvatica (gewone beuk) 
Treurberken 
Speciale vormen (kegelvormen) 
Fagus sylvatica 'Fastigiata' 

Hagen van Fagus

Fagus sylvatica 'Purpurea'

De ideale periode voor het snoeien van wintergroene hagen strekt zich uit van begin mei tot half september. Er kan nog rond half augustus gesnoeid worden. Bij een té sterke snoei zullen de meeste planten kaal worden en zich niet herstellen. Na half september snoeien is af te raden.

Een goed gesnoeide haag is:

- onderaan breder zijn dan bovenaan, piramidaal naar boven toe smaller worden
- zowel onderaan als bovenaan goed dicht gevuld zijn
- mooi dicht gegroeid zijn (geen kale plekken)
- uniform zijn in vorm en kleur

Een haag is onderaan niet voldoende dicht: dit komt omdat men in de jeugdjaren de haag veel te snel een bepaalde hoogte wil laten bereiken met als gevolg dat de haag onderaan niet voldoende dicht gevormd is. Dit kan men vermijden door bij het planten het plantenmateriaal in te korten. Zie in het bijzonder ook onder "De techniek" van snoeien van hagen algemeen.

Aanplanten en maataanduidingen

De beste planttijd  is in het voorjaar, net voordat de knoppen open gaan. Aantal planten per lopende meter: 3 tot 5 

De beukenplanten voor een haag worden in het tuincentrum en de catalogi aangeduid als haagplantsoen of soms ook wel bosgoed bosgoed. Men onderscheidt niet alleen de diverse hoogten : 

40 - 60 cm
50 - 80 cm
60 - 100 cm
100 - 125 cm (de hoogste maat als haagplantsoen)

Maar ook hanteert men een aanduiding van de ouderdom en behandeling op de kwekerij:

1/0 eenjaar oude zaailing, niet gepent
1/1 eenjaar oude zaailing, 1 x gepent
1/2 tweejaar oude zaailing, 1x gepent
2/0 tweejaar oude zaailing, niet gepent
2/2 tweejaar oude zaailing, gepent

Er zijn ook nog speciaal (gesorteerde) planten verkrijgbaar voor wie meer met uniforme planten wenst te starten.

Zaailingen hebben de neiging 1 centrale penwortel te vormen. Bij het afpennen worden dus wortel doorgesneden (onderdoorgereden) waardoor de wortels beter gaan vertakken. Planten met vertakkende wortels slaan uiteraard veel beter en makkelijker aan dan planten met één enkele penwortel. De beste planten zijn tweejarige die 2 x zijn gepent. Dit pennen maakt deel uit van de prijsbepaling van een beukenplant. Een eerlijke verkoper zal altijd deze gegevens bekendmaken.

Naast het bosplantsoen kan u ook veren aankopen. Veren zijn haagplanten van 150 cm groot tot 300 meter. Hoe hoger het planten des te hoger de prijs natuurlijk, maar ook des te beter het effect na aanplant. 

Bij het aanplanten van bosplantsoen worden de planten dan voor minstens met 1/3 of voor de helft ingekort. Zo verkrijg je een meer compactere planten, die dichter bij de grond goed zullen vertakt zijn. Verder zal een ingesnoeide plant makkelijker aanslaan. Het heeft soms geen zin alle planten gelijk in te snoeien. Bij het aanplanten hebt je altijd zwakkere en sterkere exemplaren. Zo dus snoei je daarom sterke planten zwakjes in en zwakke planten heel sterk.

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Over het insnoeien van jonge planten bij aankoop zijn diverse meningen. Kies alvast goede, sterke groeikrachtige planten bij aankoop, zorg voor een goede grondvoorbereiding en plant op het juiste moment (net voor het uitlopen) van de knoppen.

Een beukenhaag heeft verschillende functies:

- windkering, beschutting
- coulissevorming
- afscheiding tussen percelen
- architectonische invulling, accentueren van lijnen

De omliggende beplanting:

Beukenhagen onttrekken voedsel en water uit de bodem en scheppen zo ongunstig voorwaarden voor de naastliggende beplanting. Men kan erop letten andere (border) planten op voldoende afstand van de haag te planten. Of men ligt het pad langs de haag wat tevens het voordeel biedt dat men makkelijker de haag kan knippen.

Onderhoudssnoei:

Hoe meer je snoeit, hoe dichter een haag zal worden. Een haag die je tweemaal per jaar snoeit, is dus vlugger en mooier dichtgegroeid. Dit kan belangrijk zijn bij vooral jongere hagen. Bij oudere volwassen hagen volstaat meestal een onderhoudssnoei van 1 maal , maximum 2 per jaar tussen eind juni en eind september.

Uiteraard gelden ook hier de algemene snoeirichtlijnen voor het snoeien van hagen.

Ziektebestrijding:

Ter bestrijding van de beuken springkever wordt in mei-juni een eerste maal gesnoeid. Bij het snoeien van de beukenhaag wordt veel beschadigd blad verwijderd. Het nieuwe blad dat in het voorjaar wordt gevormd is dan niet aangetast. Zie voor meer details bij ziekten en plagen van Fagus in de tuindokter, http://www.tuinkrant.com/tuindokter/ .

Oude hagen:

Oude hagen kunnen verjongd worden zoals bij Carpinus, zie verjongen

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       


Fagus sierbomen en veren

Fagus sylvatica 'Purpurea'

Fagus grandiflora (Amerikaanse beuk) en Fagus sylvatica (gewone beuk)

Deze beukensoorten vraagt een speciale snoeiwijze. Bij aankoop van jonge bomen heb je meestal een "veer". De kweker heeft de takken aan de stam kort gehouden (onder andere als bescherming tegen zonnebrand). De stam is van boven tot beneden bezet met twijgen. Om deze veer tot een boom te doen uitgroeien wordt hij zgn. op 'een kop' gezet. Dit wil zeggen dat hij aan de onderzijde wat wordt opgesnoeid. Dit opsnoeien is zeer beperkt want de dunne schors van de beuk moet beschermd worden voor teveel aan zon. Snoei de veer zodanig op dat de stambasis zich steeds in de schaduw van de andere takken bevindt. Men kan hogerop eventueel nog wat takjes en twijgen uitdunnen.

Schade door het snoeien

Het plotseling blootstellen aan de volle zon, bijvoorbeeld door opsnoeien of door het wegvallen van nevenstaande beuken uit een laanbeplanting kan aanleiding geven tot zonnebrand op de bast. In de steeds grotere bastscheuren kan zich gemakkelijk een slopende infectie van de Meniezwam (Nectria cinnabarina) vestigen, wat een plotselinge dood tot gevolg kan hebben. Het verdient dan ook aanbeveling jonge bomen altijd volledig beveerd en vrij dicht te planten. Geleidelijk opsnoeien dient dan pas plaats te vinden als de eigen kroon en die van nevenstaande bomen de beschaduwing van stam en stamvoet volledig kunnen overnemen. Bij het rooien van enkele bomen uit een rij, waarin de bomen elkaar schaduw geven, moet men hierop bedacht zijn. Vaak zijn dan stambeschermende cultuurmaatregelen tegen zonnebrand nodig. 

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Treurberken 

Bij volwassen treurbeuken reiken de takken tot op de grond. dit is een zeer normale groeivorm. Eventueel kan je dit bijknippen tot een paraplu-vorm zoals bij de prieelberk -> zie bij snoeien berken en de treursierkers -> zie bij snoeien Prunus yedoenis (x) 'Shirdare-yoshino' (= Prunus yedoenis 'Pendula').

Bij aankoop van een jonge treurboom kan je best de hangende takken inkorten op 2-3 ogen van de stambasis. Knip zodanig dat de bovenste knop naar buiten staat gericht.
Treurbeuken zijn op verschillende stamhoogtes verkrijgbaar.

TREURVORMIGE KROON

Een bekende boom met een natuurlijke treurvorm is de treurwilg. Vaak zijn treurvormen echter geënte cultivars zoals treursierkersen, treurperen, treuressen, treurbeuken, treurberken edm. Ze kunnen op verschillende hoogte geënt zijn. Hun takken buigen vanuit de centrale entplaats naar beneden. Bij andere cultivars zoals de treures golven de takken, vanuit de paddestoelvormige kroon, als een waterval naar beneden 

Halfstammige treurbomen:

- normaal geënt op 150 cm hoogte
- kleine halfstammigen voor potten, rotstuinen edm. zijn geënt op 50, 75 of 125 cm hoogte

Hoogstammige treurbomen:

Geënt op 2.00 of 2.25 meter
Ze worden aangeduid met de stamomtrek 6/8, 8/10, 10/12, 12/14, 14/16 enz.

 

Speciale vormen : kegelvormen

Beuken zijn goed in 'kegelvorm' te snoeien. Regelmatig bijsnoeien is noodzakelijk net als bij het snoeien als haagvorm

prov.domein.huiz_24022003_18.jpg (1092791 bytes)prov.domein.huiz_24022003_19.jpg (1309395 bytes)

Klik op plaatje voor vergrootte weergave

KEGELVORMIGE KROON

Jonge bomen hebben van nature een kegelvormige groeiwijze. Naarmate ze ouder worden sterven de onderste takken af en groeien ze uit tot kroonvormen of open kroonvormen. Bomen zoals Fagus (beuk), Eucalypthus en Liquidambar (amberboom) kunnen heel lang als kegelvorm gehouden worden met takken die de stam bijna tot aan de bodem bedekken. Coniferen zoals Metasequoia en Taxodium behouden de kegelvormig 30-40 jaar lang. Wil men deze kegelvorm behouden dan is snoeien meestal noodzakelijk.

Bomen:

Ze worden aangeduid met de hoogte van 80/100 cm tot 350/400 cm enz.

 

Fagus sylvatica 'Fastigiata' 

Dit is een geënte cultivar-vorm die mooi zuilvormig opgroeid. De takken zijn van nature wat gekromd. Laat de takken tot aan de voet van de plant zitten. Verder behandelen als de kegelvorm.

 

Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids

Meer gegevens opzoeken over deze plant(en) kan in de TK plantengids