|
Waarom gaan we fruit snoeien? - om een bepaalde boomvorm na te
streven: boomvorm, spilvorm, struikvorm, haagvorm, vormsnoei ... Enkele voorafgaande beschouwingen : De hoogstam
verdwijnt. Zulke bomen dragen laat, pas jaren na de aanplanting en de snoei en
het plukken kost veel moeite. Voor kleine tuinen is de spilvorm of de leivorm de meest ideale fruitboom. Hij vraagt het minst ruimte en de bomen dragen reeds op erg jeugdige leeftijd. Bij het planten wordt direct een stevige boompaal voorzien. De groeivorm van de spil verschilt afhankelijk van het ras:
Door het regelmatig snoeien van de fruitbomen en struiken kunnen we een regelmatige jaarlijkse productie stimuleren met vruchten van voldoende goede kwaliteit. - bij oudere bomen nemen op een natuurlijke groeiwijze de productie af. Door snoeien kan de productie terug bevorderd worden - bij jonge bomen kan de productiefase met vele jaren worden verlengd Levenscyclus van een fruitbomen zonder snoei: Elke fruitboom doorloopt deze natuurlijke ontwikkelingsfase:
Er moet steeds een evenwicht zijn tussen het ondergrondse gedeelte (de wortelomvang)
van de fruitboom en het bovengrondse gedeelte, en dit om het evenwicht in de levensprocessen te behouden.
In de loop van het groei-jaar vormen de fruitbomen bouwstoffen, ontstaan door fotosynthese en de eiwitsynthese.
Fruitbomen worden geënt op een onderstam. De onderstam bepaalt de groei en vruchtproductie van de fruitboom. Koop altijd een fruitboom met een keurlabel N.A.K. -B met de vermelding van de onderstam, het geënte ras en de kwaliteitsaanduiding Bekend is de appelonderstam M IX (M9), afkomstig uit het proefstation in East Malling (Zuid-Engeland), die de appelbomen een zwakke groei geeft en een vroege productie. Het appelras zelf bepaalt de verdere verschillende ontwikkelingen -> Goudrenet groeit harder op type M9 dan Cox 's Orange Pippin. Peren worden vooral geënt op onderstammen van de kweepeer. Soms gebruikt men ook nog een tussenstam zoals bij Beurré Alexander Lucas en Bonne Louis d' Avranches. Voor kersen is men nog op zoek naar zwakkere onderstammen, zij groeien nog steeds tamelijk sterk Krieken (morel) kunnen groeien op eigen wortel. De bomen blijven klein. Pruimen worden vaak geënt op de zwakgroeiende onderstam St. Julien A.
Voor een evenwichtige kroonopbouw worden té steil groeiende takken bijgestuurd. dit kan door de techniek van uitbuigen of horizontaal aanbinden. Zwakke scheuten die té horizontaal staan kunnen terug steiler opgebonden worden.
In plaats van het horizontaal aanbinden kan je ook gebruikt maken van haken. Ze kunnen alleen gebruikt worden bij twijgen die nog niet te sterk verhout zijn. Let op dat de twijgen niet beschadigd raken of gekneld zitten. Fruitstruiken worden aangeduid met de benaming 'klein fruit'. Dit zijn heesterachtige planten met eetbare vruchten: witte, rode of zwarte bessen, kruisbessen, frambozen, bramen en druiven. Zij worden dikwijls op een zeer specifieke wijze gesnoeid. Hun snoeiwijze kan je terugvinden via de wetenschappelijke op Nederlandstalige menu's. Bloesemschade door lentenachtvorst voorkomen Tijdens de bloei zijn diverse fruitsoorten heel gevoelig voor koude. Vroeg bloeiende fruitsoorten hebben meer kans op vorstschade dan laatbloeiende fruitsoorten. Nadelige gevolgen van vorst tijdens de bloei:Soms
is er direct geen schade te zien, behalve op enkele plaatsen of op lager gelegen
percelen. De schade is soms beperkt tot een bepaalde hoogte in de bomen. De volgende schade is soms waarneembaar: - verruwde
vruchten: ganse vruchten, strepen van steel tot neus, ganse of gedeeltelijke
vorstringen en kromme vruchten Hoe vorstschade voorkomen?Keuze
perceel en voorbereiding. Fruitsoortenkeuze Rassenkeuze Bepaalde appelrassen (o.a. 'Gloster') hebben een zekere weerstand tegen het bevriezen. De rassen Schone van Boskoop, Alkmene en Karmijn de Sonnaville zijn erg gevoelig voor nachtvorst. Triploide appelrassen (Schone van Boskoop, Jonagold, Mutsu, Karmijn de Sonnaville) zijn meestal veel gevoeliger voor lentenachtvorst. Rasverschillen in nachtvorstgevoeligheid kunnen ook hun oorzaak vinden in het feit dat niet alle rassen op dezelfde datum bloeien. De bloeiperiode van sommige rassen is ook langer dan bij andere. Grondbehandeling Tijdens de nacht kan de grond opnieuw warmte uitstralen. Dit kan een temperatuurverhoging van 1,5 tot 3 °C geven. Bij afgedekte grond of grond met lang gras is geen of bijna geen warmte-uitstraling mogelijk. Ideaal is een zwarte, gesloten, vochtige en onkruidvrije grond onder de bomen en het kleinfruit. Hou de grasmat zeer kort in en rond de bloei. Beregening Snoei Bestuivers Voeding Rechtstreekse lentevorstbestrijding kan gebeuren met:- verwarming van de lucht met oliebranders. - nachtvorstbestrijding door beregening - nachtvorstbestrijding door een sterke luchtverplaatsing (windmachines) Invloed van een aantal teeltmaatregelenAardbeien: Planten afgedekt met los stro zijn meer beschermd tegen nachtvorst. Beter is ze ineens ook afdekken met plastic. Aardbeiplanten die nog niet bloemen hoeven normaal niet beschermd te worden tegen de vorst. Mulchen bij kleinfruit, pitfruit en steenfruit: Aanbevolen is hiermee tot ruim na de bloei te wachten. Vanaf mei kan probleemloos gemulcht worden. Een te vroege bodembedekking met mulch hindert de warmte-opname en warmte-afgifte tijdens de bloei en kan zo meer vorstschade in de hand werken. Grondbedekking met zwarte plastic: Warmte uitstraling wordt hier eveneens verhinderd. De groei, bloei en oogst wordt vervroegd, zodat hiermee ook meer kans op lentevorstschade is. Plantenafdekking met plastic, groeidoek, ... Zorg dat de plastic de bloemen niet raakt, anders is toch vorstschade mogelijk. Snoeitijdstip Vroeg snoeien kan een bloeivervroeging geven en mogelijk zo meer kans op nachtvorstschade. Hakken en schoffelen Een losgemaakte bovenlaag van de grond heeft een isolerende werking, waardoor het nachtvorstgevaar erboven toeneemt. Kasdruiven Bij gevaar voor zware nachtvorst, nadat de druivelaars reeds zijn uitgelopen moet je de kas tijdig sluiten, zodat er nog voldoende warmte in de kas kan blijven. Normaal zal men overdag zoveel mogelijk luchten. Manueel vruchtdunnen bij fruitbomen
Rond einde mei kan men met de snoeischaar een extra vruchthoutsnoei toepassen. Dit gaat meestal zeer snel.
Waarom vruchtdunning toepassen?- minder kans op
beurtjaren (o.a. bij appel 'Schone van Boskoop'), zeer vroeg dunnen is hiervoor
noodzakelijk - minder kans op
takbreuk. Bij niet tijdig gedunde bomen kunnen verschillende takken breken t.g.v.
het overtollige gewicht. Steil groeiende takken breken gemakkelijk bij
pruimenbomen Bij de zomersnoei (en wintersnoei) is het belangrijk van een goed evenwicht te bekomen tussen groei en vruchtzetting. De scheutlengte op 1 groeiseizoen zou toch minimaal 20 cm mogen zijn. Indien nodig in het voorjaar bijmesten met organische of samengestelde scheikundige meststoffen. Hoeveel vruchten behouden?Op een laagstam volwassen appelboom of perenboom laat men meestal niet meer dan 110 vruchten staan. Veel meer vruchten behouden per boom kan leiden tot een beurtjaar. Bij een goede vruchtdunning tracht men een evenwicht te krijgen tussen de aanwezige bladeren en de vruchten. Per 20 cm vruchttwijg mogen er ongeveer 2 vruchten blijven staan. Men rekent soms ook op ongeveer 25 gezonde bladeren per vrucht. Men houdt steeds rekening met het ras. Men tracht de trossen zoveel mogelijk op twee of op één te zetten, 1 of 2 vruchten per tros behouden. Indien de trossen te dicht bij elkaar staan, zet men de trossen per één ofwel verwijderd men enkele trossen. Perzikvruchten zouden zodanig gedund moeten worden, dat de overblijvende vruchten 15 - 20 cm van elkaar staan. Pruimen kunnen gedund worden tot ze ongeveer 10 cm van elkaar staan. Peren en appels worden soms gedund tot ze ongeveer 15 cm van elkaar staan. Werkwijze bij het dunnenMogelijkheden: - uitdunnen van
bloemknoppen Manueel vruchten verwijderen: Vruchten die onder de takken hangen en weinig zonlicht krijgen, zal men zoveel mogelijk verwijderen. Ze krijgen minder licht en smaken minder lekker. Bij het dunnen houdt men ook rekening met de dikte en stevigheid van de vruchttak, vruchttwijg. Op dunne, hangende vruchttwijgen (druiphout) zal men minder vruchten behouden dan op dikkere vruchttakken. Vruchttakken die door het gewicht tegen de grond gaan hangen, kan men doorknippen met de snoeischaar of kan men met een touw omhoog binden. Bij het opbinden van takken let men op dat de knopen niet kunnen insnoeren. Men kan best grote lussen gebruiken aan de takken. Men kan de meeste rassen (langstelige rassen) met de vingers dunnen. Men tracht steeds de vruchtsteel te behouden aan de takken (vruchten afpitsen). Hiermee voorkomt men dat de overblijvende vrucht gekwetst wordt aan de vruchtsteel, zodat deze later ook zou afvallen. Anders is er tevens een kans op een groeistilstand. Bij kortstelige rassen kan men beter dunnen met een dunschaartje of met een lichte snoeischaar. In de meeste gevallen en zeker bij de kleinvruchtige rassen ( bij appel 'Elstar', 'Cox's Orange Peppin') zal men de kleinste vruchten verwijderen, zodat ze goed kunnen uitgroeien. Bij grootvruchtige rassen, o.a. bij appelras 'Jonagold', die soms te dik worden, kan men de dikste vruchten en de kleinste vruchten verwijderen. Zo heeft men meer kans op vruchten van een middelmatige grootte. Te dikke vruchten zijn gevoeliger voor kurkstip en kunnen sneller vettig worden. Steil groeiende
takken kan men nu nog wegzagen. Dit kan men vooral doen als de boom zwaar
beladen is. Laat steeds een kleine stomp (gerichte voet) staan en zorg dat de
schors niet kan afscheuren bij het wegzagen van takken. Tijdens het dunnen kan men ook sterkgroeiende rugscheuten wegbreken. Indien deze scheuten niet verhout zijn, kan men ze volledig wegnemen. De gemaakte wonden genezen snel in de zomerperiode. Rugscheuten zijn meestal minder productief en belemmeren de gezonde groei van de overige twijgen. Scheuttoppen bij appel, welke aangetast zijn door meeldauw kan men ook uitbreken en/of wegknippen en verwijderen. Zo voorkomt men deels een verdere uitbreiding van deze schimmelziekte. Bepaalde appelrassen zijn erg vatbaar voor meeldauw (witziekte). Grondscheuten (opslag van de onderstam) zal men tevens zo laag mogelijk wegnemen. Uittrekken of uitsteken. Wortels niet teveel beschadigen, of er komen nog meer grondscheuten. Tijdstip voor het vruchtdunnen? Het vruchtdunnen kan men best zo vroeg mogelijk toepassen. Meestal wacht men tot de natuurlijke vruchtrui (junirui) afgelopen is. Vroeg dunnen heeft
de voorkeur, omdat men dan sterkere bloemknoppen krijgt voor het volgende jaar. Een vroege dunning gaat meestal minder snel vooruit, omdat het dan moeilijk te bepalen is welke vruchttrossen moeten verwijderd worden. Perenbomen die aangetast zijn door bacterievuur, zal men bij droog weer dunnen. De verspreidingskans van de bacteriën is dan veel kleiner. Volgorde van dunnen - pruim en perzik
(abrikoos) Late vruchtval Sommige fruitsoorten, fruitrassen kunnen zonder tussenkomst alle vruchten laten vallen. Dit wordt meestal veroorzaakt door onvoldoende of geen bestuiving door een ander ras. Een ander gelijkbloeiend ras in de omgeving planten is meestal de oplossing. Tijdens de bloei is droog en warm weer gunstig voor een goede vruchtzetting.
Zomersnoei bij pitfruit en steenfruit Zomersnoei wordt tijdens de zomermaanden uitgevoerd, bij droog weer. De algemene gezondheid van de fruitboom zal hierdoor verbeteren. Men kan fouten van de wintersnoei corrigeren en de wintersnoei wordt eenvoudiger. Verwijder alle onderstamscheuten en de meeste rugscheuten. De gemaakte wonden genezen snel. Het is vooral nuttig bij appel en peer. Scheuten aangetast door meeldauw, schurft zal je verwijderen. Wondbehandeling is meestal overbodig. TijdstipZomersnoei kan toegepast worden vanaf begin juni tot einde augustus. Dit werk kan in meerdere keren toegepast worden. Bijvoorkeur zal men deze zomersnoei toepassen bij droog weer. Sneller opdrogen en genezen van de wonden. Bij perenbomen raad men soms aan deze zomersnoei rond half juni toe te passen. Bij appelbomen zou de periode half juli - einde juli het meeste geschikt zijn. Bij sterke hergroei en lage productie kan men dit werk rond begin, half augustus herhalen. Zure kersen-, krieken-, pruimen-, perzik- en abrikozenbomen kan men snoeien tijdens de maand augustus. Uiterlijk tot begin september.
Het snoeien van zomerloten. Wanneer een sterke snoei ingreep werd uitgevoerd, vooral als er zwaardere takken worden weggesnoeid, zal de fruitboom talrijke waterloten ontwikkelen. Waterloten zijn sterk groeiende verticale scheuten die nauwelijks of geen vruchten voortbrengen. Ze moeten, op een paar twijgjes na, weggesnoeid worden. Voordelen van zomersnoei- Zomersnoei kan een correctie zijn van de wintersnoei. Mogelijke foutieve ingrepen van de wintersnoei kunnen weggewerkt worden. Door een prikkelende wintersnoei kunnen er talrijke jonge, onbruikbare rugscheuten ontstaan. - Een goede zomersnoei kan de wintersnoei eenvoudiger en overzichtelijker maken. Alle boomonderdelen zijn in de winter beter te zien. - Zomersnoei is een goed middel om de sterke vegetatieve groei af te remmen. Bij een beurtjaar (= een jaar met weinig of geen vruchten) kan de groei zeer sterk zijn. Door een groot deel van de scheuten (en bladeren) weg te nemen, kan de groei afgeremd worden. De meeste fruitrassen, fruitsoorten geven vruchten op kort of middelmatig lang vruchthout. - Door reeds tijdens de zomer een deel van de onbruikbare scheuten weg te nemen, zal de belichting van de overblijvende scheuten verbeteren, zodat deze meer kans op vruchtzetting geven het volgende jaar. - Door de betere belichting tot in de boom, is er minder kans op uitbreiding van schimmels en plagen. Een mogelijk beginnende aantasting van schimmels (o.a. meeldauw, witziekte, schurft, ...) kan meteen ook verwijderd worden. Een betere belichting geeft bij gekleurde appelrassen ook een betere kleuring en smaak. - De gemaakte wonden genezen tijdens de zomer sneller en beter dan in de winterperiode. Steenfruit mag men enkel snoeien tussen half april en half september. - Zomersnoei geeft
een meer compactere en mooiere groeivorm. Hulpmiddelen- Snoeischaar Bij welke fruitsoorten?Men kan deze
zomersnoei toepassen bij steenfruit (pruim, perzik, abrikoos, kersen, ..) en bij
pitfruit (appel, peer). WerkwijzeVerwijder alle scheuten en twijgen van de onderstam. Deze opslag kan vanuit de wortels en ook juist onder de entplaats groeien. Tracht deze zo diep mogelijk te verwijderen door ze uit te trekken of door ze nauwkeurig weg te knippen met een snoeischaar. Verwijder zoveel
mogelijk scheuten die op de rug (bovenkant) van de gesteltakken en vruchttakken
groeien. Zijhout welke te lang uitgroeit en welke geen vruchten draagt kan men ook terugsnoeien tot op een zwakkere, omlaag groeiende scheut. Sterkgroeiende scheuten die men wil behouden kan men inknippen, innijpen om een groeiremming te krijgen en om hetzelfde groeiseizoen korte vruchtscheuten te krijgen. Dit innijpen kan men toepassen einde juni en een laatste maal einde juli. Bij de gemaakte zaagwonden (wintersnoei) kunnen meerdere scheuten ontstaan. Laat 1 horizontaal groeiende scheut staan en breek de overige scheuten weg. Bij voorjaarsentingen en bij het omenten (kroongriffel, stekelvarkensenting) ontstaan er talrijke wilde scheuten van het oude ras, onderstam. Deze zal men geleidelijk aan in meerdere keren verwijderen. NazorgenScheuten aangetast door schimmels zal men niet laten liggen onder de bomen. Er kan een herïnfectie gebeuren vanuit dit snoeihout. Kruidachtige gezonde scheuten hoeven niet opgeruimd te worden en mogen onder de boom blijven liggen. Je mag deze ook in een composthoop verwerken. Wondbehandeling is meestal overbodig. De gemaakte wonden genezen snel en goed. De overblijvende opzij groeiende scheuten en twijgen kunnen eventueel horizontaal uitgebogen worden. Dit kan gebeuren d.m.v. gewichtjes of touw. Horizontaal groeiend vruchthout zal meestal beter bloemknoppen, gemengde knoppen dragen. Het volgende seizoen is er meer kans op een goede oogst. Deze regels beschrijven de reacties van een twijg op de mate van het inknippen. - Hoe meer de twijg wordt
ingekort, hoe krachtiger de nieuwe scheut is die de tak voortzet. Dit gaat
echter niet meer op wanneer een twijg zover wordt ingesnoeid dat de nieuwe
verlengenis moet ontstaan uit slapende knoppen aan de twijgbasis. Vegetatieve groei is de ontwikkeling van scheuten, twijgen, takken en bladeren.
In de gearceerde delen van de tak ontwikkelen zich jonge scheuten. Hoe meer opgaand een tak groeit hoe sterker hij zich vegetatief ontwikkeld, en hoe minder vruchthout er zal gevormd worden. Hoe horizontaler de takken zijn ingeplant, hoe meer de groei wordt afgeremd en de kans op vruchtbaarheid toe neemt.
Steile
tak: bij een té opgaande groei vormt zich onderaan de takken slecht een
beperkt aantal bloemknoppen. Vlakke tak: bij de meer vlak staande takken groeien er nog wel enkele scheuten op de rugzijde van de tak, maar in hoofdzaak worden er bloemknoppen gevormd. Het snoeien van een twijg kan ook invloed
op naburige twijgen hebben. Zo groeit de verlengenis van een harttak na
insnoeien, wanneer eventueel aanwezige concurrenten niet gesnoeid worden, minder
sterk dan wanneer die concurrenten gesnoeid worden. - Wanneer 2 even lange en even dikke zijtwijgen op dezelfde hoogte op een verticale tak staan ingeplant en daarmee een gelijke hoek maken, vertonen ze een gelijke groei. - Is de inplantingshoek verschillend dan groeit de steilste het sterkst. - Staan dergelijke zijtwijgen onder eenzelfde hoek op verschillende hoogte op de verticale tak, dan groeit de hoogst ingeplante het sterkst. - Bevinden zich 2 twijgen van dezelfde lengte, dikte en richting op verschillende afstand van de stam op zijtakken, dan groeit de twijg het dichtste bij de stam het sterkst. - Buigt men een tak dan is een zijtwijg aan de onderzijde van de tak zwakker in groei dan een vergelijkbare aan de bovenzijde. Besluiten: Van deze regels kan men de relatieve groeikracht van twijgen afleiden, en bijgevolg de kans op aanleg van bloembotten voor het volgend groeijaar:
We moeten trachten van een evenwicht te bereiken tussen groei en bloei in de loop der teeltjaren. De effecten van de snoei op de groei van de kroon van fruitbomen
Afbeelding boven: Deze fruitbomen hebben een té steile stand van hun takken. De groei vindt dan ook slechts in een gedeelte van de kroon plaats waardoor de boom teveel ijl omhoog groeit. Afbeelding onder: Door snoeien werd de opbouw van de kroon bijgestuurd. De groei heeft nu plaats in de gehele boom. De kroon ontwikkeld zich veel beter en de boom wordt minder hoog.
De effecten van de snoei op de vruchtbaarheid van fruitbomen
Afbeelding boven: Bij de bomen met de té steile takken heeft de vruchtvorming slechts plaats in een klein gedeelte van de kroon. De vruchten groeien voornamelijk bovenaan aan de boom. Afbeelding onder: Bij de gesnoeide en bijgestuurde boom worden er in een vroeger stadium reeds vruchten gevormd. de vruchten zijn ook beter verdeeld over de kroon. Gedurende de verdere evolutie van de boom blijft de vruchtvorming in de gehele kroon plaatsvinden. Hierdoor zal de opbrengst hoger liggen.
Literatuur: Schnitt der Obstgehölze
- F.Hilkenbäumer Guy
De Kinder
Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids
|
|