Kuipplanten

Jonge planten regelmatig toppen om een goed vertakte, gevulde en evenwichtige plant te bekomen. Dit houdt in dat men tijdens de opkweek meerdere malen zal insnoeien.
Later is de onderhoudssnoei er voornamelijk op gericht om de groeivorm te behouden, om het evenwicht tussen de grootte van de pot en de plant te behouden en om invloed uit te oefenen op de bloei.

Overwintering:

Een eerste snoei gebeurt bij het binnenbrengen van de planten in het winterkwartier. Zieke bladeren en bloemen en dode scheuten worden verwijderd. Spring tijdens de overwintering zuinig om met water. In het voorjaar vooraleer de groei aanvangt, worden alle overige dode en zieke takken weggesnoeid en eventueel korter ingesnoeid.

Er worden tijdens de winter geen meststoffen gegeven. Tijdens warmere dagen kan het nodig zijn te luchten.

Bladplanten worden ingesnoeid indien de verhouding pot - plant verloren is, en dit vooral bij grote potmaten. Planten die op jonge scheuten bloeien, kan je ook kort insnoeien tot op 10-15 cm. In het voorjaar worden zij tot 2 ŕ 3 ogen teruggesnoeid, en tevens worden de zwakke scheuten uitgedund.

Planten die op eenjarige scheuten bloeit (meestal voorjaarsbloeier). Na de bloei terugsnoeien.

.

Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids

Meer gegevens opzoeken over deze plant(en) kan in de TK plantengids