|
P
amandel, kers, perzik, pruim, laurierkers, kroosjespruim, kerspruim, weichselboom, vogelkers, sierkers, amerikaanse sierkers, treurkers
Prunus algemeen :
Bij deze soorten beperkt zich het snoeien tot het weghalen van het aanwezige dode hout, het wegnemen van verkeerd geplaatste takken, het wegnemen van overtollige takken en het verwijderen van wilde scheuten. Bij deze categorie horen onder andere volgende soorten met hun cultivars:
Bij boomvormen kunnen scheuten aan de stam groeien. Tenzij u de stam nog wil laten aandikken (jeugdfase) deze zijscheuten aan de stam steeds kort wegsnoeien (foto) Foto onder zijscheuten aan stam bij Prunus cerasifera 'Nigra'
Foto onder het resultaat van het wegsnoeien van zijscheuten aan stam bij Prunus cerasifera 'Nigra'
------ Prunus cerasus - steenfruit, kers, kriek: Zie ook
bij algemene snoei van fruitbomen
zijn meestal gevoelig voor beurtjaren. Daarom is snoeien een handig stuurmiddel. Door de vroege bloei, is schade door lentenachtvorst mogelijk. Bij kersen is kruisbestuiving meestal noodzakelijk. Het bestuivend ras moet gelijk bloemen met het hoofdras. Het stuifmeel moet ook geschikt zijn voor het moederras. Problemen met een te lage of geen vruchtbaarheid zijn meestal te wijten aan een slechte bestuiver, slechte standplaats (te laag gelegen vorstgevoelig perceel) of door te sterke groei. Zoete kersenbomen worden meestal veel groter in omvang dan zure kersen -> dat maakt verschil in de snoei uit. Zure kersen. Door snoei (vooral door afbuigen) worden de bomen vlugger vruchtbaar. Normaal zijn kriekenbomen reeds vroeg vruchtbaar! Op gesnoeide bomen zijn de krieken dikker en rijpen gelijkmatiger. Ongesnoeide bomen zijn moeilijker te plukken. Door te snoeien kan men een hogere plukprestatie verkrijgen. Oudere bomen blijven langer gezond en vruchtbaar. De bomen zijn minder vatbaar voor bloesemmonilia (een gevreesde taksterfte bij zure kersen). Het is gemakkelijker de bomen te beschermen met een net tegen de vogels. De afgedragen vruchttakken moeten 's
winters worden teruggesnoeid, zodat uit het oudere hout weer nieuwe knoppen
kunnen worden gevormd. Deze leveren op hun beurt de takken waaraan de
vruchtdragende scheuten verschijnen. Wanneer men dit regelmatig herhaalt en van
tijd tot tijd ook grotere snoeibeurten geeft, krijgt men een krachtige,
voldoende luchtige kroon die veel grote vruchten produceert.
Zie ook bestuivingstabel kersen
Het tijdstip dat men steenfruit mag snoeien, is vanaf april tot half september
(niet in de winter !).
Voor fruittelers is de maand augustus (juist na de oogst van de krieken) het meeste geschikt. Reden: - in augustus is
het meestal minder druk op het fruitbedrijf. Indien men de tijd heeft, mag men kriekenbomen ook snoeien, juist voor de bloei (einde maart - april)
Wanneer mag je vruchten verwachten? Zoete kersen geven
meestal pas 4 jaar na het planten vruchten. Vormsnoei Zoete en zure kersen hebben na de vorming van hun kroon vrijwel geen snoei meer nodig. Ze krijgen alleen nog een verjongingssnoei als de groei en productie afneemt of als verkaling intreedt. Meestal staan er teveel twijgen aan een éénjarige geveerde boom, bekomen uit een oculatie of chip-budding. Tracht 3 tot 4 twijgen te behouden, welke uit elkaar en vlak staan ingeplant (dus niet in kransvorm).
Men
snoeit de steilste weg en dunt de overige goed uit. De overblijvende 3 - 4
twijgen worden de toekomstige gesteltakken. Concurrenten van de kop verwijderen of als nieuwe kop (verlengenis) gebruiken Vormsnoei vanaf 2 de jaar tot 5 de jaarMen
tracht zo weinig mogelijk te snoeien: enkel uitdunnen en te steile takken
wegnemen. De kop insnoeien of van kop verspringen (de concurrent als nieuwe kop
nemen). Snoei na het 5 de jaar, onderhoudsnoeiDe snoei bestaat uit: uitdunnen om de belichting te bevorderen, vruchthoutsnoei en verjongingssnoei Belichting bevorderen De
boomvorm "spil" is een goed opvangsysteem voor licht op voorwaarde dat
de boom niet te hoog wordt. Vruchthoutsnoei Bovenaan
(en buitenin) de boom treft men veel jong vruchthout aan, omdat er hier veel
licht komt. Als
men alle dieven wegneemt, dan mag men niet te veel oud vruchthout wegsnoeien.
Anders heeft men te weinig vruchten ! Dit
is alleen nodig als men verschillende jaren niet of slecht gesnoeid heeft. Het is erg belangrijk zaagwonden te behandelen met een wondhelend product. Hiermee voorkomt men infectie door de loodglansschimmel (deze schimmel kan op alle Prunussen optreden). Andere Prunus-soorten zijn: zoete kers, sierkers, pruim, sierpruim, kerspruim, perzik, abrikoos, amandel, ... Over het algemeen kan men stellen, dat men zure kersen/ krieken in de jeugd weinig moet snoeien en bij het ouder worden steeds meer moet snoeien. Steeds tracht men voldoende groei en belichting te behouden. Zevenjarige
bomen vragen ongeveer 15 minuten tijd aan snoei per boom (= 110 uur per ha) De opkweek van de zure kriek (morel) stap voor stap: Zure krieken bloeien aan eenjarige twijgen -> daar is de snoei op gericht !
Struikvorm van éénjarige zure kriek: De kroon moet zich zo laag mogelijk bij de grond
ontwikkelen. Daarom worden lage takken niet gesnoeid. Enkel de harttak
(rood) wordt teruggesnoeid om de boom verder gunstig te doen ontwikkelen.
We streven naar een open kroon. Té steil groeiende concurrentietwijgen worden verwijderd, andere worden afzonderlijk vlak gebonden om de kroonoppervlakte te vergroten.
De harttak wordt teruggesnoeid. De zijtakken in
de top concurreren met de nieuwe harttak en worden daarom verwijderd. Ook
de te dicht op elkaar groeiende takken binnenin de kroon worden
weggesnoeid. De jonge kroon en de zijtakken aan de stamverlengenis zijn nu
gunstig over de struik verdeeld. Door de gunstig hoek waaronder ze aan de
stam staan ingeplant, zullen ze niet zo gauw afbreken.
De hart- en draagtakken worden teruggesnoeid tot op vlak groeiende zijscheuten. Concurrentietakken en twijgen worden volledig verwijderd. Te dicht op elkaar groeiende jonge loten worden, vooral bovenin de kroon, weggesnoeid. Resultaat: de ronde kroon is ontwikkeld met een duidelijke harttak en 3 hoofd-draagtakken.De takken hebben zich binnenin de kroon veelvuldig vertakt.
Verjongingsnoei zure kriek:
Een 10-jarige zure kriek die nooit eerder werd gesnoeid. De kroon van deze 10-jarige kriek werd nooit gesnoeid. Hij heeft zich in die tijd breed ontwikkeld en ziet er tamelijk verouderd uit. De opbrengst is gering, van slechte kwaliteit en moeilijk te oogsten.
In het eerste jaar van behandeling worden vooral de talrijke, dicht op elkaar groeiende, grote takken binnenin de kroon verwijderd. Het verlengde van de stam wordt afgezaagd zodat er meer een open kroon ontstaat. Door deze snoei ingreep wordt de boom gestimuleerd tot nieuw groei. Verjongingsnoei van takken die kaal zijn geworden bij zure kriek:
Bij het verjongen van een tak die al kaal is beginnen worden worden té dicht op elkaar groeiende en hangende twijgen verwijderd. Recht omhoog groeiende takken worden bewaard voor een nieuwe opbouw van de tak.
De nasnoei van een reeds verjongde tak: door de snoei is er in alle delen van de kroon een krachtige groei ontstaan. Daardoor kon het verder kaal worden van de takken voorkomen worden. De twijgen die overbodig zijn voor de verdere kroonopbouw en de slecht verdeelde twijgen worden verwijderd. De opkweek van de zoete kers stap voor stap:
Bij de kers staan na 1 groeijaar de hoofdtakken op een goede afstand van elkaar op de stam ingeplant. De steile zijtak kan wat vlakker worden gebonden. De jonge scheuten worden nog niet gesnoeid zodat ze de kans krijgen zich in een goede richting te ontwikkelen.
Na 3 jaar heeft de kroon zich verder goed ontwikkeld en heeft de kers maar weinig snoei nodig. Door de bovenste zijtakken niet te snoeien zullen zich er minder snel steile takken ontwikkelen. Door te snoeien zouden deze takken tot groei worden geprikkeld en uitgroeien tot dikke takken die te veel in de kroon zouden overheersen. Om zeker te zijn van een vlakke stand van de takken snoeien we de steile takken terug tot op de vlak groeiende zijtakken of binden ze horizontaal op. Draagtakken, die te lang zijn, worden ingekort.
----- Prunus cistena is een traaggroeiend struikje of boomvorm met purperrood blad en kleine, witte bloempjes. Best jaarlijks snoeien tussen mei en september. Je kan dus best direct best na de bloei snoeien. Tijdens de groeiperiode (zomer), gaan de snoeiwonden vlugger genezen, dan tijdens de rustperiode.
foto onder en
boven:
---- Zie ook bij algemene snoei van fruitbomen
Van november tot maart te planten. Plantafstand: 2 - 4 meter. Een zonnige standplaats doet het suikergehalte in de vruchten stijgen. Ook zijn de planten dan minder gevoelig voor schimmelaantastingen. Snoeien tussen half april en half september. Pruimen zijn geënt. De onderstam geeft wortelopslag die best diep wordt weggesnoeid
|
| jan. | feb. | mrt. | apr. | mei | juni | juli | aug. | sept. | okt. | nov. | dec. |
Hagen van Prunus laurocerasus - laurier, paplaurier, papbladeren:
De ideale periode voor het snoeien van wintergroene hagen strekt zich uit van
begin mei tot half september. Er kan nog rond half augustus gesnoeid worden,
maar.....de jonge scheuten die je haag na het snoeien zal vormen, zijn dan een
stuk vorstgevoeliger. Wie het in een winter voor had kan van het schadebeeld
meespreken. Door de strenge vorst kan je meer van een immerbruine dan
immergroene haag spreken. Bij een té sterke snoei zullen de meeste planten kaal
worden en zich niet herstellen. Na half september snoeien is dus af te raden: de
dan nieuwe scheutjes zijn broos en onvoldoende afgerijpt waarbij ze bij strenge
vorst makkelijk kunnen invriezen. Hagen met planten met grote bladeren worden
best gesnoeid met een snoeischaar, waarmee u de twijgen tussen de bladeren
doorknipt, anders worden de bladeren doorgesneden en dat is ronduit lelijk, en
waarbij de topjes van de zijtakken worden teruggenomen op een wat dichter bij de
stam gelegen zijtak.
Prunus laurocerasus 'Otto
Luycken' - laurier, paplaurier, papbladeren:
* soms aangeplant als kleinere (lagere) laurierhaag, snoeien zoals Hagen van Prunus laurocerasus
* vaak aangeplant in groepen. Je kan met 'Otto Luycken' heel mooie groepen vormen:
![]() ![]() ![]() |
Prunus persica - perzik
Zie
ook bij algemene snoei van fruitbomen
De perzik draagt zijn vruchten op scheuten die vorig seizoen werden gevormd. Het snoeien is daarom gericht op een voortdurende en jaarlijkse vernieuwing van goed geplaatste jonge scheuten. Scheuten die vruchten gedragen hebben worden daarom telkens vervangen door jonge scheuten.
Na de oogst wordt de perzikboom gefatsoeneerd door het wegsnoeien van zijtakken die gedragen hebben. Ook dood, ziek en beschadigd hout, alsook kale scheuten worden weggesnoeid.
Men kan
de perziken in het algemeen in 2 grote groepen indelen: de gewone, behaarde
perzikvruchten en de niet-behaarde perzikvruchten of gladde perziken (nectarine,
briool). Snoeien is meestal noodzakelijk, niet
alleen om de boom laag te houden, maar ook om hem te verjongen. Als hij de
vrijheid krijgt groeit de perzikboom smal omhoog en dan sterven de onderste
takken af.
Op de gesteltakken, die op hun beurt terug vertakken, haal je steeds de rugscheuten weg en alleen de zijscheuten worden bewaard. Dat werkje kan reeds in de zomer gebeuren. Zorg er ook steeds voor dat aan de verlengenis maar 1 twijg doorgaat, d.w.z. dat je de concurrenten moet wegnemen.
Onderhoudsnoei bij oudere bomen
Perziken worden voornamelijk rond of vlak voor de bloei gesnoeid. De vruchten komen slechts eenmaal op takken die het jaar tevoren zijn gevormd, dus op het eenjarig hout. Ouder hout heeft de neiging om kaal te worden. Bij het niet-snoeien zal de groei zich verplaatsen naar het uiteinde van de boom. Hierdoor daalt de vruchtmaat en kwaliteit (Smaak en suikergehalte daalt). Zorg ervoor dat er zoveel mogelijk jong hout in de boom behouden blijft.
Natuurlijk zorg je voor een open boom en sleun je de zwaarste takken weg.
Bijvoorkeur zware takken na de pluk wegsnoeien. Hiermee daalt de aantasting van
krulziekte. Wonden kan je best insmeren met bijv. Topsin M pasta, om aantasting
door de loodglansschimmel te voorkomen.
Snoei gesteltakken met afgedragen hout terug naar de basis toe, tot op een jonge twijg. Dode en zieke takken verwijderen. Zorg steeds voor een gezond blad en dan zo snel mogelijk dunnen. Hoe groter de verhouding blad-vrucht is, hoe meer suikers per vrucht en hoe smaakvoller de vruchten worden.
Men kan de groei
van perzikbomen afremmen, door te snoeien kort na de vruchtzetting (mei).
De overtollige takken en twijgen welke geen vruchten dragen kan men dan
probleemloos wegsnoeien. Twijgen welke te zwaar beladen zijn met vruchten kan
men doorknippen op enkele vruchten. Men tracht steeds na elke vrucht wat blad te
laten staan.
Bij het nadunnen zal men de vruchten voldoende ruim uit elkaar zetten.
Snoeien in de wintermaanden zal de groei bevorderen, terwijl het snoeien in het
voorjaar of de zomer (mei - september) de groei zal verminderen.
De opkweek van een perzikboom stap voor stap:
De perzik kan op dezelfde manier gesnoeid worden als de kriek. Het grote aantal takken dat zich onderaan de stam ontwikkeld heeft, wordt verwijderd. Maar ook de gehele kroon kan worden teruggesnoeid.
Om de opbrengst te vervroegen ontziet men de twijgen die niet voor de kroonopbouw nodig zijn, vooral aan de basis van de takken. Bij het beginnen kaal worden van de takken zal het nodig zijn om in het vroege voorjaar het vruchthout in te snoeien.
De snoei van perziken in waaiervorm geleid
Perziken zijn winterhard maar bloeien vroeg waardoor ze erg gevoelig en onderhevig zijn voor schade door lentenachtvorst. Daarom is het bijzonder interessant om perziken op beschutte plaatsen zoals aan muren te planten. De meest geschikte vorm die zich daarvoor leent is de waaiervorm. Men leidt de perzik als een waaiervorm aan een draagrek. De draden moeten sterk gespannen zijn en liggen op 10 cm van elkaar.
Bij aankoop.
November - Februari:
Plant een jonge boom in de maanden van november tot februari. Snoei de jonge boom terug tot op 40 cm boven de entplaats. De snoeisnede wordt gemaakt boven een bladknop of een drielingsknop (zie tekening links). Gedurende de eerste komende zomer zullen hieruit de nieuwe scheuten ontwikkelen.

Mei:
In mei kiezen we 3 zware scheuten uit waarvan de bovenste verticaal groeit en de anderen elke in één richting. Andere verschijnende scheuten worden volledig weggesnoeit.

Juni - Juli:
Naarmate deze zijscheuten langer en langer worden, binden we ze in de maanden juni-juli, met behulp van bamboestokken, aan de draden aan. De takken en bamboestokken worden in een hoek van 45° aan de draden bevestigd.


Augustus - September:
Als de scheuten volgroeid zijn in augustus-september, nemen we de middenste scheut volledig weg. De snoeiwonde wordt verzorgd met entwas.
Oktober - November:
In oktober-november maken we de zijscheuten los en korten ze voor 1/2 in. We brengen nu de bamboestokken horizontaal en binden de zijtakken weer aan. Alle andere scheuten halen we weg.

Juli-Augustus:
Door het wegsnoeien van de hoofdtak zullen op elke arm knoppen uitlopen. Kies in juli-augustus 4 zware scheuten uit op elke arm. Eén aan te top voor de verlenging, 2 aan de bovenkant en de 4de aan de onderkant van de tak. Bindt ze aan de bamboestokken vast die aan de draden bevestigd worden en haal tevens alle andere scheuten weg.

Februari:
In februari korten we elke verlengenis in op 1/3 op een naar omlaag gerichte knop en laat men ongeveer 75 cm staan.

Juli - Augustus:
Kies in deze zomerperiode 3 nieuwe scheuten uit elke gesnoerde gesteltak en bindt die aan. Nijp de overige scheuten in.

November-December:
In de maanden november of december snoeien we de nieuwe scheuten op de gesnoerde hoofdtakken voor 1/4 deel in.

Het centrum van de waaier is nu opgevuld met nieuwe takken. Men kan de vruchtdragende takken laten zitten, dit zijn de zijtakjes. Beperk het snoeien van de verlengingen tot takken die niet goed groeien.
Het 4de en de volgende jaren.
Juli - Augustus:
Als de perzikboom de goede hoogte heeft bereikt, snoeit men in de periode juli-augustus de verlenging in, door de groeitop in te nijpen. Daardoor gaat men een verdere groei tegen en snoeit men zo nodig aan het eind van het seizoen terug tot op een geschikte vervangingsscheut. Tijdens de zomer snoeien we alle verkeerd geplaatste zijtakken af op 7.5 cm lengte. Verkeerd geplaatste takken zijn takken die van of naar de muur toe groeien.
-----
Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers):
Deze wordt vaak als onderbeplanting aangebracht en kan dan sterk ingesnoeid worden.
---
Prunus tenella - dwergamandel : de snoei beperkt zich hoofdzakelijk tot uitdunnen wanneer dat nodig is
-----
Prunus triloba - amandelboompje :
De bloemen van de amandelboom verschijnen in maart-april op de takken voor de bladontwikkeling.
Snijtakken worden vaak in de bloemhandel aangeboden. Regelmatig wilde scheuten
wegnemen. Na de bloei, omstreeks april-mei steeds kort insnoeien anders sterven
oudere twijgen vlugger af.
-----
Prunus yedoenis (x) 'Shirdare-yoshino' (= Prunus yedoenis 'Pendula')
Deze treurvorm is makkelijk bij te houden tot een paraplu-vormige boom. Regelmatig dode twijgen wegnemen. Scheuten aan de stam tijdig wegsnoeien.
|
Ongesnoeid |
|
Snoeien tot paraplu vorm
|
|
Klaar! |
Literatuur:
Schnitt der Obstgehölze
- F.Hilkenbäumer
1978 Neumann Verlag, Leipzig
Goed snoeien van fruitbomen en -struiken
Vertaling Julia Voskuil, Annemieke Mullenders
Tekeningen Hans Preusse
ISBN 90 21003392
Nederlandse Uitgave 1997 door Zomer & Keuning Boeken bv.
Guy
De Kinder
www.houtwal.be (tuinlinks en
fruitinformatie)
www.geocities.com/blauwbessen/
(blauwbessensite)
www.tuinkrant.com/tkarchief/guy.html
(overzicht artikelen)
|
|
Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids
|