P

 Prunus

amandel, kers, perzik, pruim, laurierkers, kroosjespruim, kerspruim, weichselboom, vogelkers, sierkers, amerikaanse sierkers, treurkers

Prunus algemeen 
Fruit Sierbomen (struiken) Hagen
* Prunus cerasus - steenfruit, kers, kriek
- de opkweek van zure krieken stap voor stap 

- de opkweek van zoete kersen stap voor stap 
 
* Prunus domestica - pruimen
- vruchtdunning bij pruimen
 
* Prunus persica - perzik
- de opkweek van een perzikboom stap voor stap
- de snoei van perziken in waaiervorm geleid
* Prunus dulcis

* Prunus cistena

* Prunus eminencis 'Umbraculifera'' - steppekers 
= Prunus fructicosa 'Globosa' 
* Prunus serotina- amerikaanse vogelkers 

*
Prunus tenella - dwergamandel 
* Prunus triloba - amandelboompje 
* Prunus yedoenis (x) 'Shirdare-yoshino' = Prunus yedoenis 'Pendula'
* Hagen van Prunus laurocerasus - laurier, paplaurier, papbladeren 
 
* Prunus laurocerasus 'Otto Luycken'

 

Prunus algemeen :

Sierstruiken, heesters, halfstammige of hoogstammige bomen die weinig nieuwe scheuten geven. Ze hebben de neiging om met hun hoofdtak door te groeien tot een boomvorm. Op jeugdige leeftijd is het voornaamste doel model in te brengen.

Bij deze soorten beperkt zich het snoeien tot het weghalen van het aanwezige dode hout, het wegnemen van verkeerd geplaatste takken, het wegnemen van overtollige takken en het verwijderen van wilde scheuten. 
Beschadigde of afgeknapte takken snoei je weg tot op een zijtak eronder (als die aanwezig is). 
Door veel te snoeien kan gommen ontstaan waardoor takken gaan afsterven.

Bij deze categorie horen onder andere volgende soorten met hun cultivars:

Prunus avium 
Prunus blireinana
Prunus cerasifera (kroosjespruim)
Prunus cerasus
Prunus effusa
Prunus incisa
Prunus mahaleb 
Prunus sargentii
Prunus serrulata 
Prunus subhirtella 
Prunus virginiana
Prunus yedoensis

Bij boomvormen kunnen scheuten aan de stam groeien. Tenzij u de stam nog wil laten aandikken (jeugdfase) deze zijscheuten aan de stam steeds kort wegsnoeien (foto)

Foto onder zijscheuten aan stam bij Prunus cerasifera 'Nigra'

Foto onder zijscheuten aan stam bij Prunus cerasifera 'Nigra'

Foto onder het resultaat van het wegsnoeien van zijscheuten aan stam bij Prunus cerasifera 'Nigra'

Foto onder het resultaat van het wegsnoeien van zijscheuten aan stam bij Prunus cerasifera 'Nigra'

Foto onder het resultaat van het wegsnoeien van zijscheuten aan stam bij Prunus cerasifera 'Nigra'

------

Prunus cerasus - steenfruit, kers, kriek:

Zie ook bij algemene snoei van fruitbomen

Zoete kersen  

zijn meestal gevoelig voor beurtjaren. Daarom is snoeien een handig stuurmiddel. Door de vroege bloei, is schade door lentenachtvorst mogelijk. Bij kersen is kruisbestuiving meestal noodzakelijk. Het bestuivend ras moet gelijk bloemen met het hoofdras. Het stuifmeel moet ook geschikt zijn voor het moederras. Problemen met een te lage of geen vruchtbaarheid zijn meestal te wijten aan een slechte bestuiver, slechte standplaats (te laag gelegen vorstgevoelig perceel) of door te sterke groei. Zoete kersenbomen worden meestal veel groter in omvang dan zure kersen -> dat maakt verschil in de snoei uit.

Zure kersen.

 

Door snoei (vooral door afbuigen) worden de bomen vlugger vruchtbaar. Normaal zijn kriekenbomen reeds vroeg vruchtbaar! Op gesnoeide bomen zijn de krieken dikker en rijpen gelijkmatiger. Ongesnoeide bomen zijn moeilijker te plukken. Door te snoeien kan men een hogere plukprestatie verkrijgen. Oudere bomen blijven langer gezond en vruchtbaar. De bomen zijn minder vatbaar voor bloesemmonilia (een gevreesde taksterfte bij zure kersen). Het is gemakkelijker de bomen te beschermen met een net tegen de vogels.

De afgedragen vruchttakken moeten 's winters worden teruggesnoeid, zodat uit het oudere hout weer nieuwe knoppen kunnen worden gevormd. Deze leveren op hun beurt de takken waaraan de vruchtdragende scheuten verschijnen. Wanneer men dit regelmatig herhaalt en van tijd tot tijd ook grotere snoeibeurten geeft, krijgt men een krachtige, voldoende luchtige kroon die veel grote vruchten produceert.

Evenals bij andere fruitbomen moeten de krachtige, omhooggroeiende zijtakken worden teruggesnoeid tot bij de zijwaarts gerichte ogen. Hierdoor zal de boom meer in de breedte gaan groeien. Een oudere 'Morel' kan een verjongingssnoei ondergaan. De beste tijd daarvoor is in het vroege voorjaar, zodra men geen sterke vorst meer verwacht. Hij loopt meestal weer verbazingwekkend goed uit en moet in de jaren erna regelmatig worden gesnoeid.

Zie ook bestuivingstabel kersen
Zie ook bestuivingstabel krieken

Het tijdstip dat men steenfruit mag snoeien, is vanaf april tot half september (niet in de winter !). 

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Voor fruittelers is de maand augustus (juist na de oogst van de krieken) het meeste geschikt. 

Reden: 

- in augustus is het meestal minder druk op het fruitbedrijf. 
- bij de snoei na de pluk, wordt het overblijvende blad beter belicht, wat de bloembotvorming ten goede komt. 
- de genezing van de wonden verloopt sneller tijdens de zomer. Men heeft dan minder kans op infecties via de snoeiwonden van de loodglansschimmel. 
- zomersnoei helpt de groei te remmen, wat in nauwe beplantingen zeker interessant is. 

Indien men de tijd heeft, mag men kriekenbomen ook snoeien, juist voor de bloei (einde maart - april)

Wanneer mag je vruchten verwachten?

Zoete kersen geven meestal pas 4 jaar na het planten vruchten. 
Zure kersen (Noordkrieken) geven meestal na 2 jaar reeds de eerste vruchten.

Vormsnoei

Zoete en zure kersen hebben na de vorming van hun kroon vrijwel geen snoei meer nodig. Ze krijgen alleen nog een verjongingssnoei als de groei en productie afneemt of als verkaling intreedt.

Meestal staan er teveel twijgen aan een éénjarige geveerde boom, bekomen uit een oculatie of chip-budding.

Tracht 3 tot 4 twijgen te behouden, welke uit elkaar en vlak staan ingeplant (dus niet in kransvorm). 

Men snoeit de steilste weg en dunt de overige goed uit. De overblijvende 3 - 4 twijgen worden de toekomstige gesteltakken. 
Deze jonge twijgen zal men dan in de juiste stand afbuigen, nl.45 tot 60° (De bovenste takken tot op 90° uitbuigen). 
Twijgen lager dan 50 cm worden best verwijderd. 

Concurrenten van de kop verwijderen of als nieuwe kop (verlengenis) gebruiken 

Vormsnoei vanaf 2 de jaar tot 5 de jaar

Men tracht zo weinig mogelijk te snoeien: enkel uitdunnen en te steile takken wegnemen. De kop insnoeien of van kop verspringen (de concurrent als nieuwe kop nemen). 
De onderste gesteltakken moeten steiler groeien dan de bovenste. Dus de onderste takken uitbuigen tot op 45° en de bovenste takken uitbuigen tot op 60°. (bovenaan in de boom moet men het vruchthout zelfs tot op 90° uitbuigen). 
Vruchthout op de gesteltakken horizontaal afbuigen of platsnoeien. 
 

Snoei na het 5 de jaar, onderhoudsnoei

De snoei bestaat uit: uitdunnen om de belichting te bevorderen, vruchthoutsnoei  en verjongingssnoei 

Belichting bevorderen

De boomvorm "spil" is een goed opvangsysteem voor licht op voorwaarde dat de boom niet te hoog wordt. 
Om de spilvorm te behouden moeten de takken onderaan steiler staan dan bovenaan. 
 
Van een spil kan men een struik maken door de middentak (kop) eruit te zagen. Men doet dit in 2- maal, te beginnen vanaf het 7 de jaar. 
 

Vruchthoutsnoei

Bovenaan (en buitenin) de boom treft men veel jong vruchthout aan, omdat er hier veel licht komt. 
Men moet hier het vruchthout uitdunnen en terugsnoeien, om het zo kort mogelijk bij de gesteltak te houden. 
 
Onderaan (en in het midden) van de boom treft men veel ouder vruchthout aan (er is hier minder licht). 
Dit ouder vruchthout zal men vervangen door jong vruchthout. 
We nemen vooral afgedragen vruchthout weg. Men kan dit herkennen aan de lange, afhangende twijgen (zgn. telefoondraden).
 
Men kan de dieven direct wegsnoeien, uitbreken ofwel tijdelijk (2 jaar) behouden. Men laat soms tijdelijk deze dieven staan, omdat hier veel en dikke vruchten aankomen. Indien men de dieven te groot laat worden nemen ze teveel licht weg. 

Als men alle dieven wegneemt, dan mag men niet te veel oud vruchthout wegsnoeien. Anders heeft men te weinig vruchten ! 
 
 
Verjongingssnoei

Dit is alleen nodig als men verschillende jaren niet of slecht gesnoeid heeft. 
Men zal bij deze verjongingssnoei vooral met de zaag werken.

Het is erg belangrijk zaagwonden te behandelen met een wondhelend product. Hiermee voorkomt men infectie door de loodglansschimmel (deze schimmel kan op alle Prunussen optreden). Andere Prunus-soorten zijn: zoete kers, sierkers, pruim, sierpruim, kerspruim,  perzik, abrikoos, amandel, ...  

Over het algemeen kan men stellen, dat men zure kersen/ krieken in de jeugd weinig moet snoeien en bij het ouder worden steeds meer moet snoeien. Steeds tracht men voldoende groei en belichting te behouden.

Zevenjarige bomen vragen ongeveer 15 minuten tijd aan snoei per boom (= 110 uur per ha)  
Tienjarige bomen vragen ongeveer 30 minuten tijd aan snoei per boom (=188 uur per ha.)    

De opkweek van de zure kriek (morel) stap voor stap:

Zure krieken bloeien aan eenjarige twijgen -> daar is de snoei op gericht !

Struikvorm van éénjarige zure kriek:

De kroon moet zich zo laag mogelijk bij de grond ontwikkelen. Daarom worden lage takken niet gesnoeid. Enkel de harttak (rood) wordt teruggesnoeid om de boom verder gunstig te doen ontwikkelen.

Struikvorm van tweejarige zure kriek:

We streven naar een open kroon. Té steil groeiende concurrentietwijgen worden verwijderd, andere worden afzonderlijk vlak gebonden om de kroonoppervlakte te vergroten.

Struikvorm een jaar later (derde jaar):

De harttak wordt teruggesnoeid. De zijtakken in de top concurreren met de nieuwe harttak en worden daarom verwijderd. Ook de te dicht op elkaar groeiende takken binnenin de kroon worden weggesnoeid. De jonge kroon en de zijtakken aan de stamverlengenis zijn nu gunstig over de struik verdeeld. Door de gunstig hoek waaronder ze aan de stam staan ingeplant, zullen ze niet zo gauw afbreken.

Struikvorm van 5-jarige zure kriek:

De hart- en draagtakken worden teruggesnoeid tot op vlak groeiende zijscheuten. Concurrentietakken en twijgen worden volledig verwijderd. Te dicht op elkaar groeiende jonge loten worden, vooral bovenin de kroon, weggesnoeid. Resultaat: de ronde kroon is ontwikkeld met een duidelijke harttak en 3 hoofd-draagtakken.De takken hebben zich binnenin de kroon veelvuldig vertakt.

 

Verjongingsnoei zure kriek:

Een 10-jarige zure kriek die nooit eerder werd gesnoeid. De kroon van deze 10-jarige kriek werd nooit gesnoeid. Hij heeft zich in die tijd breed ontwikkeld en ziet er tamelijk verouderd uit. De opbrengst is gering, van slechte kwaliteit en moeilijk te oogsten. 

In het eerste jaar van behandeling worden vooral de talrijke, dicht op elkaar groeiende, grote takken binnenin de kroon verwijderd. Het verlengde van de stam wordt afgezaagd zodat er meer een open kroon ontstaat. Door deze snoei ingreep wordt de boom gestimuleerd tot nieuw groei.

Verjongingsnoei van takken die kaal zijn geworden bij zure kriek:

Bij het verjongen van een tak die al kaal is beginnen worden worden té dicht op elkaar groeiende en hangende twijgen verwijderd. Recht omhoog groeiende takken worden bewaard voor een nieuwe opbouw van de tak.

De nasnoei van een reeds verjongde tak: door de snoei is er in alle delen van de kroon een krachtige groei ontstaan. Daardoor kon het verder kaal worden van de takken voorkomen worden. De twijgen die overbodig zijn voor de verdere kroonopbouw en de slecht verdeelde twijgen worden verwijderd. 

De opkweek van de zoete kers stap voor stap:

Bij de kers staan na 1 groeijaar de hoofdtakken op een goede afstand van elkaar op de stam ingeplant. De steile zijtak kan wat vlakker worden gebonden. De jonge scheuten worden nog niet gesnoeid zodat ze de kans krijgen zich in een goede richting te ontwikkelen.

Na 3 jaar heeft de kroon zich verder goed ontwikkeld en heeft de kers maar weinig snoei nodig. Door de bovenste zijtakken niet te snoeien zullen zich er minder snel steile takken ontwikkelen. Door te snoeien zouden deze takken tot groei worden geprikkeld en uitgroeien tot dikke takken die te veel in de kroon zouden overheersen.

Om zeker te zijn van een vlakke stand van de takken snoeien we de steile takken terug tot op de vlak groeiende zijtakken of binden ze horizontaal op. Draagtakken, die te lang zijn, worden ingekort.

 

-----

Prunus cistena 

Prunus cistena is een traaggroeiend struikje of boomvorm met purperrood blad en kleine, witte bloempjes.  Best jaarlijks snoeien tussen mei en september. Je kan dus best direct best na de bloei snoeien. Tijdens de groeiperiode (zomer), gaan de snoeiwonden vlugger genezen, dan tijdens de rustperiode.

foto onder en boven:
Prunus cistena is verzwakt en bloeit bijna niet meer door niet meer te snoeien,
de plant heeft geen vitale en krachtige takjes meer om te bloeien

----

Prunus domestica - pruimen

Zie ook bij algemene snoei van fruitbomen

Vruchten van pruimenDe pruimenboom of Prunus domestica is een opvallende en nuttige boom. De vruchtbaarheid treedt tamelijk vroeg op en elk jaar tussen juli en september is een redelijke tot goede oogst te verwachten. Het is een eenhuizige plant die meestal door insecten bestoven moet worden. Enkele pruimenrassen zijn ook zelfbestuivend (zie ook lijst bestuiving). Om een hoge vruchtproductie te bekomen is een ander gelijkbloeiend bestuivend pruimenras noodzakelijk.

Van november tot maart te planten. Plantafstand: 2 - 4 meter. Een zonnige standplaats doet het suikergehalte in de vruchten stijgen. Ook zijn de planten dan minder gevoelig voor schimmelaantastingen.

Snoeien tussen half april en half september.

Pruimen zijn geënt. De onderstam geeft wortelopslag die best diep wordt weggesnoeid

Pruimen zijn geënt. De onderstam geeft wortelopslag die best diep wordt weggesnoeid

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Vruchtdunning bij pruimen

Waarom vruchtdunning toepassen?

- Minder kans op beurtjaren.
- Grotere en gezondere vruchten die sneller kunnen rijpen.
- Gemakkelijkere pluk. Minder uitval t.g.v. schimmels en insecten.
- Minder kans op takbreuk. Bij niet tijdig gedunde bomen kunnen verschillende takken breken t.g.v. het overtollige gewicht.
- Tijdens het dunnen kan men beschimmelde vruchten (mummies) tijdig verwijderen, zodat uitbreiding vermeden wordt.
- De groei van de boom verbetert, zodat de vruchten beter kunnen uitgroeien en de smaakkwaliteit stijgt. Het ras 'Queen Victoria' dat niet of te laat gedund wordt is nauwelijks eetbaar. Goed gedund is het een lekkere vrucht.
- Hoger suikergehalte van de vruchten. 
Bij de zomersnoei (en wintersnoei) is het belangrijk van een goed evenwicht te bekomen tussen groei en vruchtzetting. De scheutlengte op 1 groeijaar zou toch minimaal 20 cm mogen zijn. 

Werkwijze.

Bij een goede vruchtdunning tracht men een evenwicht te krijgen tussen de aanwezige bladeren en de vruchten. Per 20 cm mogen er ongeveer 2 - 3 vruchten blijven staan. (Men rekent soms ook op ongeveer 25 gezonde bladeren per vrucht) Men houdt steeds rekening met het ras. Bij grootvruchtige rassen zal men meer vruchten verwijderen, zodat ze goed kunnen uitgroeien. (vb. Reine Claude d'Oullins en Monarch)

Men tracht de trossen zoveel mogelijk op twee of op één te zetten. (1 of 2 vruchten per tros behouden). Indien de trossen te dicht bij elkaar staan, zet men de trossen per één. 
De vruchtstelen zal men steeds deels laten staan. Men knipt met een dunschaar (of met de vingers) de vruchten van de vruchtsteel. 

Vruchten die onder de takken hangen en weinig zonlicht krijgen, zal men zoveel mogelijk verwijderen.

Bij het dunnen houdt men ook rekening met de dikte en stevigheid van de vruchttak/ vruchttwijg. Op dunne vruchttwijgen (druiphout) zal men minder vruchten behouden dan op dikkere vruchttakken.

Vruchttakken die door het gewicht tegen de grond gaan hangen, kan men doorknippen met de snoeischaar of kan men met een touw omhoog binden. Bij het opbinden van takken let men op dat de knopen niet kunnen insnoeren. Men kan best grote lussen gebruiken aan de takken.

Steil groeiende takken kan men nu ook nog volledig wegzagen. Dit kan men vooral doen als de boom zwaar beladen is. Laat steeds een kleine stomp (gerichte voet) staan en zorg dat de schors niet kan afscheuren bij het wegzagen van takken.

Men kan de meeste rassen (langstelige rassen) met de vingers dunnen. Men tracht steeds de vruchtsteel te behouden aan de takken. (Vruchten afpitsen). Hiermee voorkomt men dat de overblijvende vrucht gekwetst wordt aan de vruchtsteel, zodat deze later ook zou afvallen. (Anders is er tevens een kans op een groeistilstand)

Bij kortstelige rassen kan men beter dunnen met een dunschaartje of met een lichte snoeischaar.

Tijdens het dunnen kan men ook sterkgroeiende rugscheuten wegbreken. Indien deze scheuten niet verhout zijn, kan men ze volledig wegnemen. De gemaakte wonden genezen snel in de zomerperiode. Rugscheuten zijn meestal minder productief en belemmeren de gezonde groei van de overige twijgen. 

Grondscheuten (opslag van de onderstam) zal men tevens zo laag mogelijk wegnemen. (Uittrekken of uitsteken). Wortels niet teveel beschadigen, of er komen nog meer grondscheuten.

Tijdstip van vruchtdunning

Het vruchtdunnen kan men best zo vroeg mogelijk toepassen. Meestal wacht men tot de natuurlijke vruchtrui (junirui) afgelopen is. Vroeg dunnen heeft de voorkeur, omdat men dan sterkere bloemknoppen krijgt voor het volgende jaar.
Bij te vroeg dunnen (einde mei - begin juni) kan er soms later nog een natuurlijke vruchtval volgen.

Volgorde van dunnen

- Pruim en perzik (abrikoos)
- Peren
- Appel

-------

Prunus dulcis of amandelnoten:

Weinig snoeien. Indien toch nodig tussen half april en september snoeien

 

Afbeelding (Pr. dulcis 'Robijn')
 afkomstig van "Fruit voor uw tuin" (VLAM, vzw.)

-----

Prunus eminencis 'Umbraculifera'' - steppekers (bolvormige kers):

Synoniem: Prunus fructicosa 'Globosa'

Hou rekening met 'valse scheuten' aan de stambasis, die kan je maar beter verwijderen. Dat lijkt weer extra werk maar de steppekers hoeft je verder nooit te snoeien. Steppekers groeit zonder één enkele snoeibeurt uit tot een mooi, volle kroon. Die natuurlijke kroonvorm is weliswaar niet geheel bolrond maar eerder ovaalrond.

 

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       



Hagen van Prunus laurocerasus - laurier, paplaurier, papbladeren:

De ideale periode voor het snoeien van wintergroene hagen strekt zich uit van begin mei tot half september. Er kan nog rond half augustus gesnoeid worden, maar.....de jonge scheuten die je haag na het snoeien zal vormen, zijn dan een stuk vorstgevoeliger. Wie het in een winter voor had kan van het schadebeeld meespreken. Door de strenge vorst kan je meer van een immerbruine dan immergroene haag spreken. Bij een té sterke snoei zullen de meeste planten kaal worden en zich niet herstellen. Na half september snoeien is dus af te raden: de dan nieuwe scheutjes zijn broos en onvoldoende afgerijpt waarbij ze bij strenge vorst makkelijk kunnen invriezen. Hagen met planten met grote bladeren worden best gesnoeid met een snoeischaar, waarmee u de twijgen tussen de bladeren doorknipt, anders worden de bladeren doorgesneden en dat is ronduit lelijk, en waarbij de topjes van de zijtakken worden teruggenomen op een wat dichter bij de stam gelegen zijtak.

Prunus laurocerasus 'Otto Luycken' - laurier, paplaurier, papbladeren:

* soms aangeplant als kleinere (lagere) laurierhaag, snoeien zoals
Hagen van Prunus laurocerasus

*  vaak aangeplant in groepen. Je kan met 'Otto Luycken' heel mooie groepen vormen:



Prunus persica - perzik

Zie ook bij algemene snoei van fruitbomen

De perzik draagt zijn vruchten op scheuten die vorig seizoen werden gevormd. Het snoeien is daarom gericht op een voortdurende en jaarlijkse vernieuwing van goed geplaatste jonge scheuten. Scheuten die vruchten gedragen hebben worden daarom telkens vervangen door jonge scheuten.

Na de oogst wordt de perzikboom gefatsoeneerd door het wegsnoeien van zijtakken die gedragen hebben. Ook dood, ziek en beschadigd hout, alsook kale scheuten worden weggesnoeid.

Men kan de perziken in het algemeen in 2 grote groepen indelen: de gewone, behaarde perzikvruchten en de niet-behaarde perzikvruchten of gladde perziken (nectarine, briool). Snoeien is meestal noodzakelijk, niet alleen om de boom laag te houden, maar ook om hem te verjongen. Als hij de vrijheid krijgt groeit de perzikboom smal omhoog en dan sterven de onderste takken af.

Snoei de eerste jaren:

Als je een perzikboom aankoopt, zal dit meestal een eenjarige geoculeerde boom zijn. Na het planten knip je alle jonge twijgen af, op enkele centimeter na. De boom zal dan later mooi uitschieten en vanzelf uitlopen. Bij het uitschieten kies je dan 3 of 4 scheuten die mooi verdeeld staan. Zo bekom je 3 tot 4 gesteltakken, die breder uitgroeien, met een open kroon. Voordeel hier is dat je later lager de vruchten kan plukken.  Ook de hergroei is hiermee veel beter.

Op de gesteltakken, die op hun beurt terug vertakken, haal je steeds de rugscheuten weg en alleen de zijscheuten worden bewaard. Dat werkje kan reeds in de zomer gebeuren. Zorg er ook steeds voor dat aan de verlengenis maar 1 twijg doorgaat, d.w.z. dat je de concurrenten moet wegnemen.

Onderhoudsnoei bij oudere bomen

Perziken worden voornamelijk rond of vlak voor de bloei gesnoeid. De vruchten komen slechts eenmaal op takken die het jaar tevoren zijn gevormd, dus op het eenjarig hout. Ouder hout heeft de neiging om kaal te worden. Bij het niet-snoeien zal de groei zich verplaatsen naar het uiteinde van de boom. Hierdoor daalt de vruchtmaat en kwaliteit (Smaak en suikergehalte daalt). Zorg ervoor dat er zoveel mogelijk jong hout in de boom behouden blijft.

Natuurlijk zorg je voor een open boom en sleun je de zwaarste takken weg. Bijvoorkeur zware takken na de pluk wegsnoeien. Hiermee daalt de aantasting van krulziekte. Wonden kan je best insmeren met bijv. Topsin M pasta, om aantasting door de loodglansschimmel te voorkomen. 

Snoei gesteltakken met afgedragen hout terug naar de basis toe, tot op een jonge twijg. Dode en zieke takken verwijderen. Zorg steeds voor een gezond blad en dan zo snel mogelijk dunnen. Hoe groter de verhouding blad-vrucht is, hoe meer suikers per vrucht en hoe smaakvoller de vruchten worden.

Men kan de groei van perzikbomen afremmen, door te snoeien kort na de vruchtzetting (mei).
De overtollige takken en twijgen welke geen vruchten dragen kan men dan probleemloos wegsnoeien. Twijgen welke te zwaar beladen zijn met vruchten kan men doorknippen op enkele vruchten. Men tracht steeds na elke vrucht wat blad te laten staan.
Bij het nadunnen zal men de vruchten voldoende ruim uit elkaar zetten.
Snoeien in de wintermaanden zal de groei bevorderen, terwijl het snoeien in het voorjaar of de zomer (mei - september) de groei zal verminderen.

Rassen die waarschijnlijk tolerant zijn aan de krulziekte (schimmel)

'Reine de Vergers'
'Red Haven'
'Charles Ingouf'
'Gerard'

De opkweek van een perzikboom stap voor stap:

De perzik kan op dezelfde manier gesnoeid worden als de kriek. Het grote aantal takken dat zich onderaan de stam ontwikkeld heeft, wordt verwijderd. Maar ook de gehele kroon kan worden teruggesnoeid.

Om de opbrengst te vervroegen ontziet men de twijgen die niet voor de kroonopbouw nodig zijn, vooral aan de basis van de takken. Bij het beginnen kaal worden van de takken zal het nodig zijn om in het vroege voorjaar het vruchthout in te snoeien.

De snoei van perziken in waaiervorm geleid

Perziken zijn winterhard maar bloeien vroeg waardoor ze erg gevoelig en onderhevig zijn voor schade door lentenachtvorst. Daarom is het bijzonder interessant om perziken op beschutte plaatsen zoals aan muren te planten. De meest geschikte vorm die zich daarvoor leent is de waaiervorm. Men leidt de perzik als een waaiervorm aan een draagrek. De draden moeten sterk gespannen zijn en liggen op 10 cm van elkaar.

Bij aankoop.

November - Februari:

Plant een jonge boom in de maanden van november tot februari. Snoei de jonge boom terug tot op 40 cm boven de entplaats. De snoeisnede wordt gemaakt boven een bladknop of een drielingsknop (zie tekening links). Gedurende de eerste komende zomer zullen hieruit de nieuwe scheuten ontwikkelen.

Het eerste groeijaar.

Mei:

In mei kiezen we 3 zware scheuten uit waarvan de bovenste verticaal groeit en de anderen elke in één richting. Andere verschijnende scheuten worden volledig weggesnoeit.

Het eerste groeijaar.

Juni - Juli:

Naarmate deze zijscheuten langer en langer worden, binden we ze in de maanden juni-juli, met behulp van bamboestokken, aan de draden aan. De takken en bamboestokken worden in een hoek van 45° aan de draden bevestigd.


Het eerste groeijaar.

Augustus - September:

Als de scheuten volgroeid zijn in augustus-september, nemen we de middenste scheut volledig weg. De snoeiwonde wordt verzorgd met entwas.

Oktober - November:

In oktober-november maken we de zijscheuten los en korten ze voor 1/2 in. We brengen nu de bamboestokken horizontaal en binden de zijtakken weer aan. Alle andere scheuten halen we weg.

Het tweede groeijaar.

Juli-Augustus:

Door het wegsnoeien van de hoofdtak zullen op elke arm knoppen uitlopen. Kies in juli-augustus 4 zware scheuten uit op elke arm. Eén aan te top voor de verlenging, 2 aan de bovenkant en de 4de aan de onderkant van de tak. Bindt ze aan de bamboestokken vast die aan de draden bevestigd worden en haal tevens alle andere scheuten weg.

Het derde jaar.

Februari:

In februari korten we elke verlengenis in op 1/3 op een naar omlaag gerichte knop en laat men ongeveer 75 cm staan.

Het derde jaar.

Juli - Augustus:

Kies in deze zomerperiode 3 nieuwe scheuten uit elke gesnoerde gesteltak en bindt die aan. Nijp de overige scheuten in.

Het derde jaar.

November-December:

In de maanden november of december snoeien we de nieuwe scheuten op de gesnoerde hoofdtakken voor 1/4 deel in.

Het 4de en de volgende jaren.

Het centrum van de waaier is nu opgevuld met nieuwe takken. Men kan de vruchtdragende takken laten zitten, dit zijn de zijtakjes. Beperk het snoeien van de verlengingen tot takken die niet goed groeien.

Het 4de en de volgende jaren.

Juli - Augustus:

Als de perzikboom de goede hoogte heeft bereikt, snoeit men in de periode juli-augustus de verlenging in, door de groeitop in te nijpen. Daardoor gaat men een verdere groei tegen en snoeit men zo nodig aan het eind van het seizoen terug tot op een geschikte vervangingsscheut. Tijdens de zomer snoeien we alle verkeerd geplaatste zijtakken af op 7.5 cm lengte. Verkeerd geplaatste takken zijn takken die van of naar de muur toe groeien.

-----

Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers):

Deze wordt vaak als onderbeplanting aangebracht en kan dan sterk ingesnoeid worden.

---

Prunus tenella - dwergamandel : de snoei beperkt zich hoofdzakelijk tot uitdunnen wanneer dat nodig is

-----

Prunus triloba - amandelboompje :

De bloemen van de amandelboom verschijnen in maart-april op de takken voor de bladontwikkeling. Snijtakken worden vaak in de bloemhandel aangeboden. Regelmatig wilde scheuten wegnemen. Na de bloei, omstreeks april-mei steeds kort insnoeien anders sterven oudere twijgen vlugger af.

-----

Prunus yedoenis (x) 'Shirdare-yoshino' (= Prunus yedoenis 'Pendula')

Deze treurvorm is makkelijk bij te houden tot een paraplu-vormige boom. Regelmatig dode twijgen wegnemen. Scheuten aan de stam tijdig wegsnoeien.

Ongesnoeid

Snoeien tot paraplu vorm

 

Klaar!


Literatuur:

Schnitt der Obstgehölze - F.Hilkenbäumer
1978 Neumann Verlag, Leipzig
Goed snoeien van fruitbomen en -struiken
Vertaling Julia Voskuil, Annemieke Mullenders
Tekeningen Hans Preusse
ISBN 90 21003392
Nederlandse Uitgave 1997 door Zomer & Keuning Boeken bv.


Guy De Kinder
www.houtwal.be (tuinlinks en fruitinformatie)
www.geocities.com/blauwbessen/ (blauwbessensite)
www.tuinkrant.com/tkarchief/guy.html (overzicht artikelen)


 

Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids

Meer gegevens opzoeken over deze plant(en) kan in de TK plantengids