R

 Ribes

bes, kruisbes, stekelbes, aalbes, siertrosbes

Sierplanten Fruit
* Ribes alpinum, americanum en aureum 
* Ribes sanguineum 

 

* Ribes nidrigolaria - jostabes 
* Ribus nigrum - zwarte bes 
 
- de teelt van zwarte bessen 
 - snoei na het planten 
 - onderhoudssnoei
 - snoeien voor de pluk of oogst

* Ribes rubrum, witte en rode aalbes 
 - zomersnoei 
 
- rode en witte bessen kweken als haagsysteem 
 - opkweek van de haag  
 - wintersnoei 
  - vervangingssnoei
* Ribes uva-crispa var. sativum - stekelbes, kruisbes 

Ribes alpinum, americanum en aureum :

In regel worden deze struiken niet gesnoeid. Indien nodig kunnen oudere struiken worden verjongd door oude takken te verwijderen.

Ribes sanguineum - sierheesters :

Ribes is een heester die aan de voet van de plant (en ook hogerop de twijgen) nieuwe twijgen vormen. Daarom zijn ze zeer goed geschikt om de oudere en uitgebloeide takken te vervangen (verjongingssnoei). Je struik gaat langer mee en wordt minder houterig en warrig. Vooral struiken die je om de bloemen hebt uitverkoren dient men op tijd te verjongen. Door de heester te verjongen kunnen de planten ieder jaar een rijke bloei geven. Ze zullen volop nieuwe scheuten produceren. Snoei Ribes hoofdzakelijk na de bloei. Je begint ermee vanaf het derde jaar, om zo dus een jonge plant te behouden kan je gemakkelijkheidhalve jaarlijks 1/3 van de takken wegnemen.

Terugsnoeien van de oude takken doe je op de laagste staande jonge en sterke scheut, of als die ontbreekt tot de voet, even boven het grondniveau.
Na je snoei ingreep ziet je struik er misschien wel kaal uit maar de nieuwe scheuten zullen de open ruimten weer snel opvullen.


Ribes nidrigolaria - jostabes:



Een kruising tussen onder andere een zwarte aalbes en een kruisbes. Weinig of niet snoeien de eerste jaren. Als vier (ongestekelde) hoofdtakken aangehouden worden, is de opbrengst het hoogst. 

Bij voorkeur tijdens of na de oogst snoeien. Je kan ook snoeien tijdens de maanden juli - februari.
Terugsnoeien tot op stevige scheuten of twijgen, welke zo laag mogelijk ingeplant staan. Per struik kan je ongeveer 4 stevige twijgen laten staan. De zwakste twijgen worden zo laag mogelijk weggesnoeid.


Ribus nigrum - zwarte bes:

bij de zwarte bes laat men de jonge twijgen zoveel mogelijk staan want hieraan groeien de beste bessen. Bij een zwakke groei worden de twijgen ingekort om de groei te prikkelen.

Tekening: bij de zwarte bes laat men de jonge twijgen zoveel mogelijk staan want hieraan groeien de beste bessen. Bij een zwakke groei worden de twijgen ingekort om de groei te prikkelen.

Planten

Planttijdstip: van oktober tot maart. De meest optimale groei krijg je door planten tussen oktober en december. Plantafstand: 1,5 tot 1.75 m (soms 2 m). Zwarte bessen worden bijna uitsluitend als struik opgekweekt. Na het planten de grondoppervlakte afdekken met een dikke laag compost.

Bij laat planten of bij te verwachten slechte groei, kunnen de struiken tot op ca 10 cm boven de grond afgesnoeid worden. Zwarte trosbessen hebben een voorkeur voor licht vochtige grond. Best voldoende diep planten, zodat er jaarlijks voldoende grondscheuten komen, om de struik te kunnen verjongen.

bessen snoeien bij het planten

Tekening: bessen snoeien bij het planten

Vroegbloeiende rassen hebben meer kans op schade door lentenachtvorst dan laat bloeiende rassen. Ook op laaggelegen percelen is er meer kans op schade aan de bloesem. Laat bloeiende rassen zijn o.a. 'Ben Adler' en 'Ben Tirran'

De meeste zwarte bessenrassen hebben geen kruisbestuiving nodig. Nochtans kan kruisbestuiving sommige jaren meer en dikkere bessen geven. 
Foto zwarte bessen.

De teelt van zwarte bessen vindt nog steeds plaats aan vrijstaande struiken.  Na het planten zal men 4 - 5 gesteltakken aanhouden en insnoeien op 10 - 15 cm. In de zomer zal men de grondscheuten uitdunnen. Doordat vanaf het 2 de jaar een sterke vervangingssnoei nodig is, moet men de takken niet aanbinden. Zwarte bessen dragen het best op goed ontwikkeld 1-jarig hout. Op het oudere hout zijn de trossen korter en de bessen kleiner. 

De beste snoeitijd is tijdens of kort na de oogst ! De oogsttijd is einde juni - begin juli, afhankelijk van het ras. De voordelen hiervan zijn: een betere belichting in de struik en een betere bloembot vorming.

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Snoei na het planten:

Alleen bij het planten worden de struiken op 4 tot 5 takken gezet en wat ingekort. Als ter plaatse wordt gestekt, zal men niet meer inkorten. Korte vruchttakjes hebben geen waarde en worden best geheel weggenomen. 

Onderhoudssnoei:

- de snoei richt zich op het aanhouden van 1- (en eventueel 2-) jarige takken. 

- de vele grondscheuten worden tijdig uitgedund. Per struik houdt men 12 tot 15 stevige 1-jarige scheuten aan, afhankelijk van de plantafstand. Men laat 1 scheut per 10 cm plantafstand staan. Bij een plantafstand van 1,25 m in de rij kan men 12 scheuten laten staan. Bij een plantafstand van 1,5 m in de rij kan men 15 scheuten laten staan.  Dat betekent een lange snoei, sterke vervangingssnoei en vruchthout niet inkorten. 

- een goed gesnoeide struik bestaat vooral uit éénjarig hout (bij wintersnoei).

- zoveel mogelijk terugsnoeien tot op een sterke laagstaande jonge scheut of twijg. 

- zwakke of korte twijgjes zal men volledig wegsnoeien. 

- kruisende twijgen en neerhangende twijgen kan men ook verwijderen. 

- twijgtoppen welke aangetast zijn van de Amerikaanse meeldauw moet men normaal verwijderen. Voor een optimale snoei is dit eigenlijk fout. Het intoppen voorkomt een verdere uitbreiding van deze "witziekte". 

- gebruik voor de snoei een goede (scherpe) snoeischaar en takkenschaar! 

Snoeien voor de pluk of oogst

Knip het vruchtdragend hout uit de struik en pluk vervolgens de bessen af. Men kan i.p.v. tijdens de pluk, ook snoeien in de wintermaanden (januari - maart). Zwarte bessen zijn niet gevoelig voor wintervorst. 

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Zie ook vervangingssnoei

-----

Ribes rubrum, witte en rode aalbes:

Algemeen:

Bij de winter of voorjaarssnoei worden de grondtwijgen jaarlijks verwijderd. Lange twijgen bij het vruchthout worden ook verwijderd of op een stompje gesnoeid. Deze wintersnoei zal de groei erg stimuleren. 

Om de groei te verminderen en om meer geschikte (korte) vruchttwijgen te bekomen is meestal een zomersnoei noodzakelijk.

bessen insnoeien bij het planten

Tekening: bessen insnoeien bij het planten

Wanneer en waarom zomersnoei toepassen?

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

De zomersnoei (einde mei - juni) heeft tot doel de bessen vlugger en beter te laten rijpen, de pluk te vergemakkelijken en een betere belichting te geven om de bloembotvorming voor volgend jaar te verbeteren. Meer geschikt korter vruchthout.
Het resultaat van deze zomersnoei is een meer compacte plant, waaraan gemakkelijker te plukken is en die minder snoeiwerk geeft in de winter of het voorjaar.

De kans op het maken van fouten (liefhebbers) is kleiner dan bij het snoeien in de winter.
Door de zomersnoei hangen de vruchttrossen luchtiger, zodat de kans op schimmelaantasting kleiner is.

Zomersnoei is noodzakelijk na een korte snoei om groeireactie op te vangen.
Men gaat deze zomersnoei meestal herhalen (14 dagen voor de pluk) om de pluk te vervroegen en te vergemakkelijken.

Werkwijze bij de zomersnoei?

De zomersnoei bestaat uit het uitnijpen of toppen van een aantal scheuttoppen langs de zijkanten van de hagen, zodra deze 10-15 cm lang zijn Dit nijpen gebeurt in enkele keren. De zomersnoei dient zo te gebeuren, dat aan elke gesnoeide scheut nog minstens 5-6 bladeren overblijven. Geen concurrenten in de kop laten staan, anders valt de kopgroei stil!

Men mag niet te drastisch zomersnoei toepassen, want dan krijgt men een groeistilstand.
Bij de korte wintersnoei zal men in de zomer de scheuten toppen als ze 10 - 15 cm lang zijn. Bij de lange of middellange wintersnoei zal men de scheuten in de zomer innijpen als ze 25 tot 30 cm lang zijn. Zomersnoei is soms wenselijk na de lange snoei.
Deze zomersnoei liefst niet in éénmaal toepassen en zeker toepassen op de rassen die in de winter kort of vrij kort worden gesnoeid.

In plaats van de scheuten in te nijpen, kan men ze ook wringen. Tussen de 2 handen even wringen, alsof men een opneemdoek of dweil zou uitwringen. De scheuten blijven hierdoor zwak en de ogen lopen meestal niet meer uit. Het volgende voorjaar staan deze geforceerde scheuten meestal vol met vruchttrossen.

Grondscheuten zal men meestal volledig verwijderen. Soms laat men 1 grondscheut staan, ter vervanging van een afstervende verticale hoofdtak. Tengevolge van een aantasting van de besseglasvlinder.

Rode en witte bessen kweken als haagsysteem 

Tijdstip: einde mei - juni

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

 

Rode- en witte trosbessen (Ribes rubrum) kunnen gekweekt worden als struik, maar ook als rechte haag.
Het planten als rechte haag (aan 3 horizontaal gespannen draden) wordt de laatste jaren meer en meer toegepast bij fruittelers, maar ook bij vele liefhebbers.

Foto Guy De Kinder - fruitredactie@tuinkrant.com

Voordelen van de teelt rechte haag t.o.v. de struikvorm:

- gemakkelijker en vlugger te plukken.
- geen  bevuilde bessen. Door het opspatten van de grond.
- gelijk en vroeger rijpend.
- betere kwaliteit bij de oogst.
- minder kans op aantasting van schimmelziekten. Luchtiger gewas.
- door de compacte groei ook geschikt als afsluiting (vruchtdragende haag).

Bewerkingen vooraf:

Bij de teelt als haag (rechte snoeren) worden de planten op ongeveer 33 tot 50 cm van elkaar geplant. Men leidt ze aan een draad mooi omhoog. Het vruchthout moet hierbij zo kort mogelijk bij de verticaal groeiende gesteltak of hoofdtak zitten.

Bij de winter of voorjaarssnoei worden de grondtwijgen jaarlijks verwijderd. Lange twijgen bij het vruchthout worden ook verwijderd of op een stompje gesnoeid. Deze wintersnoei zal de groei erg stimuleren. Om de groei te verminderen en om meer geschikte (korte) vruchttwijgen te bekomen is meestal een zomersnoei noodzakelijk.

Zie ook eerder onder werkwijze bij de zomersnoei.

Opkweek van de haag:  

Indien men 5-takkers gebruikt, om 3-takkers van te maken, dan kiest men vóór het planten 3 gelijke (evenwaardige) takken uit en knipt de andere weg. De 3 takken moeten in de lijnrichting geplant worden. Ze worden niet ingekort!

Direct na het planten worden de planten aangebonden aan de onderste draad. Men heeft 3 draden nodig. De eerste draad komt op 0,40 m boven de grond. De tweede op 1m en de derde op 1,60 m boven de grond.
Als de planten goed groeien, worden de gesteltakken de eerste jaren niet ingekort. Ze vormen dan mooie kransen fijn vruchthout. Later worden de gesteltakken ingekort op de gewenste hoogte.

Het aanbinden gebeurt met plastiekband of op maat (18 cm lang) geknipte stukjes geplastificeerd dun elektriciteitsdraad. De takken niet te strak aan de draden binden ( 3 vingers opening laten), om ingroeien van het bindmateriaal te vermijden.

Het 2 de jaar worden al veel zijtakken en grondscheuten gevormd. De grondscheuten worden in mei of in juni weggebroken. Men kan eventueel in de zomer van het 2° jaar reeds de hoofdscheut innijpen om meer geschikt en zwak vruchthout te bekomen.

Indien de planten goed groeien, worden de gesteltakken gedurende de eerste jaren niet ingesnoeid (winter). Eenmaal boven, worden de gesteltakken teruggenomen op de gewenste hoogte, tot op een goed ontwikkelde zijtak.

Lager dan 20 cm boven de grond mag er géén zijhout komen.

Het zware zijhout wordt in de winter weggesnoeid tot op een klein stompje (0,5 tot 1 cm stomp). Het lichte zijhout wordt uitgedund. Na het 2 de jaar wordt de wintersnoei aan het ras aangepast.  

Vruchtsnoei bij rode en witte bes met een haagsysteem aan draden.
De oude takken worden in hun geheel verwijderd of ingesnoeid. De meeste jonge scheuten worden ingekort. Door de draden in de noord-zuid richting te laten lopen krijgt men een goede belichting.

Vruchtsnoei bij rode en witte bes met een haagsysteem aan draden.

De oude takken worden in hun geheel verwijderd of ingesnoeid. De meeste jonge scheuten worden ingekort. Door de draden in de noord-zuid richting te laten lopen krijgt men een goede belichting.

Wintersnoei:

Als men geen last heeft van de vogels die de ogen uitpikken, kan men van begin december tot februari snoeien. Vroeg snoeien (januari) van Jonkheer van Tets geeft een oogstvervroeging van enkele dagen. 

bij een sterke groei van de hoofdtakken worden deze ingekort om over de gehele lengte voldoende zijhout te krijgen. Oudere takken worden verwijderd (vervangingssnoei)

Tekening: bij een sterke groei van de hoofdtakken worden deze ingekort om over de gehele lengte voldoende zijhout te krijgen. Oudere takken worden verwijderd (vervangingssnoei)

Laat snoeien (maart - april) heeft 3 voordelen:

-  Bij 'Jonkheer van Tets' heeft men minder last van vuur (Nectria)

-  De rupsen van de bessenglasvlinder (Sesia) zitten in het vroege voorjaar boven in hun gangen en worden dan met de snoei opgeruimd.

-  Minder schade van vogels (uitpikken ogen)  

Zeer belangrijk is de hygiëne bij de snoei

Men zou moeten snoeien met de kruiwagen naast zich. Men kan dan onmiddellijk de zieke en gezonde takjes (Nectria of vuur) op de kruiwagen leggen. Anders vergeet men kleine stukjes !

Het zware zijhout (of lange zijtwijgen) wordt tot op een klein stompje weggesnoeid. (0,5 tot 1 cm laten staan). Dit zware zijhout geeft geen of te weinig vruchten. Het neemt ook teveel licht weg.

De zijtakken kunnen op verschillende manieren worden gesnoeid:

Hierin verstaat men lange snoei, vrij lange snoei, vrij korte snoei en korte snoei.

Lange snoei: lengte vruchthout: + 10 cm. Liefst 25 - 30 cm.

Men past de lange snoei toe bij rassen die veel bessen geven op (middel) lang vruchthout.

Alle twijgen welke korter zijn dan 10 cm worden weggesnoeid.  
Het ideale vruchthout is 25 tot 30 cm lang.  
De twijgen welke veel te lang zijn worden weggesnoeid.  
Indien men teveel zijtakken heeft, dan zal men deze uitdunnen.

Korte snoei: het ideale vruchthout is 5 - 15 cm lang.

Men past de korte snoei toe bij rassen die veel vruchten geven op kort vruchthout.

Alle twijgen welke langer zijn dan 15 cm worden weggesnoeid tot op 0,5 cm stomp.  
De ideale vruchttakjes zijn 5 tot 15 cm lang. Deze worden niet ingekort.  
De vrij korte snoei en de vrij lange snoei, houden het midden tussen beide genoemde methodes.

Men moet de snoei aanpassen volgens de cultuurvariëteit:

Korte snoei past men toe bij:

Stanza, Maarse's Prominent, Mulka, Red Lake en Jonkheer van Tets.  

Vrij korte snoei bij: 

Jonkheer van Tets, Fay's Prol., Laxton Perf. en Junifer

Lange snoei past men toe bij alle overige soorten welke met "R" beginnen:

Rondom, Rosetta, Rotet, Rovada, Rolan in de jeugd en bij Heineman's .

In het algemeen geldt dat de lange snoei een hoge productie geeft en de korte snoei een grovere bes.

Lange snoei remt de groei en korte snoei stimuleert de groei.

Volledig korte snoei wordt niet meer toegepast. De betere kwaliteit weegt niet op tegen het verlies aan productie. Men past dus meer de vrij korte snoei toe, door iets langer vruchthout te bewaren.

Witte trosbes in bloei - foto Guy De Kinder

Witte trosbes bij rijpheid - foto Guy De Kinder

Witte trosbes in bloei (april) Witte trosbes (oogstrijp)

Vervangingssnoei:

Tekening vervangingssnoei die geldt voor rode, witte, zwarte bes en stekelbes

Tekening vervangingssnoei die geldt voor rode, witte, zwarte bes en stekelbes:

Meestal groeien de bessenstruiken te dicht. Ze dragen veel donkergekleurde oude takken die maar weinig en/of kleine vruchten voortbrengen. Verder zit de struik vol met zwakke jonge scheuten die vanuit de basis ontspruiten. De snoei is erop gericht dat er hoogstens 6 tot 8 hoofdtakken overblijven (de best geplaatste) en met vruchthout dat niet ouder dan 3 jaar is.

Ribes uva-crispa var. sativum - stekelbes, kruisbes:

Wanneer we kruisbes denken wordt er automatisch aan de fruittuin gedacht, maar stekelbessen kunnen ook vlot aangewend worden als haag (geplant aan draad) of afscheiding, in de siertuin (sommige variëteiten hebben prachtige herfstkleuren), als blikvanger bij een tuinpad (bvb. op stam...).

De amateur tuinier plant kruisbes nog steeds vaak aan als struik (1.25 m uit elkaar). Jonge plantjes dienen minstens over drie of meer goed ontwikkelde takken te beschikken. Na aanplant worden er drie/vier takken behouden die mooi verdeeld zijn. Deze takken worden met 1/3 ingesnoeid. De overige takken worden best weggesnoeid. 

Kruisbes op stam (begin juli)

Meer en meer worden kruisbessen ook aan draad gekweekt. De struikjes worden dan op ongeveer 65 - 75 cm van elkaar geplant. Na aanplanten wordt de centrale tak mooi verticaal opgebonden. De andere takken worden weggenomen. De centrale tak wordt tot de helft ingekort.

In het verleden werden kruisbessen steeds ingetopt om de meeldauw ziekte in te tomen. Deze techniek is achterhaald. 

Er zijn nu voldoende meeldauw-resistente rassen beschikbaar: 

Captivator, Greenfinch, Hinnomäki Gül (syn. Hinnonmaen Keltainen), Hinnomäki Rot (syn. Lepaan Punainen), Invicta, Josselyn, Lepac, Pax, Pixwell, Spinnefree, Worcester, ROCHUS, Reflamba, Remarka, Reverta, Rixanta, Rokula en Rolanda.

De dikste bessen heeft men bij Remarka, Rolanda en Invicta.

Planten:

De beste planttijd is in het najaar (oktober - december). In het voorjaar planten is ook nog mogelijk, maar geeft meestal een minder sterke groei en minder productie het eerste jaar. Te diep planten geeft meer grondscheuten, welke hinderlijk zijn bij het snoeien en oogsten.

Struiken (niet veel meer toegepast) worden geplant op 1 m afstand. Bij rechte snoer en haagsysteem (gesteund door draden of door palen) is de plantafstand 75 cm. Planten die ruim geplant staan, drogen sneller op en zijn minder gevoelig voor diverse schimmelziekten.

Men kan kruisbessen direct na de oogst snoeien (augustus), maar meestal wordt dit toegepast tijdens de maanden februari - maart. Snoeien in de zomermaanden werkt groeiremmend. Door te vroeg snoeien (december- januari) is er soms meer schade van vogelvraat. Vogels kunnen bij vorstweer de ogen opeten.

Onderhoudssnoei:

De dikste bessen krijgt men van stevige, lange en gezonde eenjarige twijgen. Kort en/of zwak vruchthout is meestal ongeschikt. Men kan dit zwak vruchthout inkorten op enkele ogen. 

Verwijder zoveel mogelijk:

- grondscheuten en opslag
- te laag staande twijgen. Tracht tot op 30-40 cm boven de grond alle zijtwijgen te verwijderen
- afgebroken twijgen
- twijgtoppen aangetast door de witziekte schimmel (Amerikaanse kruisbessenmeeldauw)
- kruisende twijgen
- twijgen die in de lijnrichting groeien
- zwakke en dunne twijgen

Vertakkingen tracht je enkel te zetten door terug te knippen tot aan een stevige twijg. De verlengenis zet je enkel door de concurrent te verwijderen. Kruisende twijgen en te oude takken zal men verwijderen.

deze tak wordt in het voorjaar teruggesnoeid. Men behoudt alleen de zijtakken, die flink worden teruggesnoeid, voor een verdere goede ontwikkeling van de struik. 

Tekening: deze tak wordt in het voorjaar teruggesnoeid. Men behoudt alleen de zijtakken, die flink worden teruggesnoeid, voor een verdere goede ontwikkeling van de struik. 

Snoeien van struikvormen:

Men tracht een open struik te bekomen met ongeveer 5 tot 8 takken.. Takken die teveel naar beneden hangen zal men wegknippen of terugknippen tot op een steiler groeiende twijg.

Kruisende takken zal men verwijderen. Neerhangende twijgen snoei je terug tot aan een naar boven gerichte twijg. Uitdunnen is nodig om licht en ruimte in de struik te brengen. Laat de eenjarige zijtwijgen niet  te dicht bij elkaar staan.

Ongesnoeide stekelbes. Voordat de bladeren aan de struik verschijnen heeft u een goed overzicht van het geraamte van je struik. Sommige takken raken de grond, andere zijn dood of ziek en sommigen schuren tegen andere takken aan.

Tekening boven: Ongesnoeide stekelbes. Voordat de bladeren aan de struik verschijnen heeft u een goed overzicht van het geraamte van je struik. Sommige takken raken de grond, andere zijn dood of ziek en sommigen schuren tegen andere takken aan.

te dichte takken bemoeilijk het plukken en werkt schimmelziekten in de hand. Oude takken worden aan de stambasis weggesnoeid met een takkenschaar. Bemerk in de struik ook jongere scheuten die licht bruin zijn gekleurd. Deze krachtige jonge scheuten probeer je zoveel mogelijk te behouden.

Tekening boven: te dichte takken bemoeilijk het plukken en werkt schimmelziekten in de hand. Oude takken worden aan de stambasis weggesnoeid met een takkenschaar. Bemerk in de struik ook jongere scheuten die licht bruin zijn gekleurd. Deze krachtige jonge scheuten probeer je zoveel mogelijk te behouden.

Gesnoeide stekelbes. Alle ongewenste takken zijn weggesnoeid. De overblijvende takken kunnen eventueel nog lichtjes getopt worden. Zijtakjes kunnen ook nog op korte loten gesnoeid worden, dit is op 2 of 3 knoppen.

Tekening boven: Gesnoeide stekelbes. Alle ongewenste takken zijn weggesnoeid. De overblijvende takken kunnen eventueel nog lichtjes getopt worden. Zijtakjes kunnen ook nog op korte loten gesnoeid worden, dit is op 2 of 3 knoppen.

Snoeien van kruisbes in een haagvorm:

Sterke eenjarige twijgen die haaks op de rijrichting staan, worden behouden. De beste twijgen moeten haaks op de lijn groeien. Deze krijgen de beste belichting en zijn het makkelijkste te plukken. Indien nodig kan je deze twijgen wat uitdunnen. Normaal mag je deze twijgen niet inkorten. 

Te zwakke (kleine) twijgjes neem je weg tot op een paar ogen, zodat hieruit een sterkere twijg kan ontstaan. Twijgen die lager dan 30-40 cm boven de grond staan en twijgen die in de lengterichting van de rij groeien neem je helemaal weg. Meerjarige takken worden jaarlijks vervangen door nieuwe jonge twijgen. 
Om voldoende licht en lucht in de plant te brengen, moet je voldoende ruimte laten tussen de verschillende overblijvende twijgen.

Stamvormen:

Kruisbessen kunnen ook geënt worden op de onderstam Ribes odoratum (gele alpenbes) of op Ribes 'Jostaberry' (jostabes). Hierdoor bekomt men een mooi boompje dat zeer gemakkelijk te snoeien en te plukken is. Een stevige steunpaal is echter noodzakelijk. De enthoogte is ongeveer 1 m.

Zie ook vervangingssnoei

Welke rassen ?

Er zijn honderden rassen van stekelbessen beschreven. In de handel worden meestal slechts enkele rassen aangeboden. Vaak gaat het hier om rassen die voor industriële doeleinden worden gekweekt en voor de amateur dan ook zelden genoegdoening bieden wat smaak en/of ziekteresistentie aangaat.
Het loont dan ook vaak de moeite om enige inspanning te doen om bij een gespecialiseerde kweker zijn bestelling te plaatsen.

RokulaJubileeRevertaGreenfinch
Afbeeldingen van links naar rechts: 'Rokula', 'Jubilee', 'Reverta' en 'Greenfinch'.

Mocht u daar uw gading niet vinden dan kan u steeds bij schrijver van dit stukje navragen: Marc Geens stekelbes@tijd.com.

Op vandaag zou ik geen andere dan ziektetolerante rassen aanbevelen. Het lukt vaak wel om bvb. de goeddragende geelvruchtige 'Invicta' te vinden. 

Een ander productief ras is 'Hinonmaki Rot' (=Lepaan punainen) met rode bessen van behoorlijke kwaliteit. De smaak toppers zijn zeker 'Rokula' (rood) en Rochus (groen). Andere goede en productieve rassen zijn 'Greenfinch' (groen), Rolanda (rood), 'Jahn's Prairie', Mucurines... 

Enkele hebben een uitgesproken smaak zoals 'Josselyn', 'Pixwell' en 'Black Velvet'.

En dan last but not least de stekelloze 'Captivator' (dieprood), 'Spinefree' (rood) en de recente introductie 'Pax' (rood).

Let wel dit is slechts een beperkte greep uit het aanbod. Het loont steeds de moeite om begin juli bij een verzamelaar zelf de bessen op smaak, groeiwijze en tolerantie te gaan bekijken. Eigenlijk zou men hiermee moeten beginnen voor men geld uitgeeft aan de aanschaf voor kruisbessenplanten. 
-------

Guy De Kinder
www.houtwal.be (tuinlinks en fruitinformatie)
www.geocities.com/blauwbessen/ (blauwbessensite)
www.tuinkrant.com/tkarchief/guy.html (overzicht artikelen)


Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids

Meer gegevens opzoeken over deze plant(en) kan in de TK plantengids