|
R
bes, kruisbes, stekelbes, aalbes, siertrosbes
In regel worden deze struiken niet gesnoeid. Indien nodig kunnen oudere struiken worden verjongd door oude takken te verwijderen. Ribes sanguineum - sierheesters :
Ribes is een heester die aan de voet van de plant (en ook hogerop de twijgen) nieuwe
twijgen vormen. Daarom zijn ze zeer goed geschikt om de oudere en uitgebloeide
takken te vervangen (verjongingssnoei). Je struik gaat langer mee en wordt
minder houterig en warrig. Vooral struiken die je om de bloemen hebt uitverkoren
dient men op tijd te verjongen. Door de heester te verjongen kunnen de planten
ieder jaar een rijke bloei geven. Ze zullen volop nieuwe scheuten produceren.
Snoei Ribes hoofdzakelijk na de bloei.
Je begint ermee vanaf het derde jaar, om zo dus een jonge plant te behouden kan
je gemakkelijkheidhalve jaarlijks 1/3 van de takken wegnemen.
Tekening: bij de zwarte bes laat men de jonge twijgen zoveel mogelijk staan want hieraan groeien de beste bessen. Bij een zwakke groei worden de twijgen ingekort om de groei te prikkelen. Planten Planttijdstip: van oktober tot maart. De meest optimale groei krijg je door planten tussen oktober en december. Plantafstand: 1,5 tot 1.75 m (soms 2 m). Zwarte bessen worden bijna uitsluitend als struik opgekweekt. Na het planten de grondoppervlakte afdekken met een dikke laag compost. Bij laat planten of bij te verwachten slechte groei, kunnen de struiken tot op ca 10 cm boven de grond afgesnoeid worden. Zwarte trosbessen hebben een voorkeur voor licht vochtige grond. Best voldoende diep planten, zodat er jaarlijks voldoende grondscheuten komen, om de struik te kunnen verjongen.
Tekening: bessen snoeien bij het planten Vroegbloeiende rassen hebben meer kans op schade door lentenachtvorst dan laat bloeiende rassen. Ook op laaggelegen percelen is er meer kans op schade aan de bloesem. Laat bloeiende rassen zijn o.a. 'Ben Adler' en 'Ben Tirran' De
meeste zwarte bessenrassen hebben geen kruisbestuiving nodig. Nochtans kan
kruisbestuiving sommige jaren meer en dikkere bessen geven. De teelt van zwarte bessen vindt nog steeds plaats aan vrijstaande struiken. Na het planten zal men 4 - 5 gesteltakken aanhouden en insnoeien op 10 - 15 cm. In de zomer zal men de grondscheuten uitdunnen. Doordat vanaf het 2 de jaar een sterke vervangingssnoei nodig is, moet men de takken niet aanbinden. Zwarte bessen dragen het best op goed ontwikkeld 1-jarig hout. Op het oudere hout zijn de trossen korter en de bessen kleiner. De beste snoeitijd is tijdens of kort na de oogst ! De oogsttijd is einde juni - begin juli, afhankelijk van het ras. De voordelen hiervan zijn: een betere belichting in de struik en een betere bloembot vorming.
Alleen bij het planten worden de struiken op 4 tot 5 takken gezet en wat ingekort. Als ter plaatse wordt gestekt, zal men niet meer inkorten. Korte vruchttakjes hebben geen waarde en worden best geheel weggenomen.
- de snoei richt zich op het aanhouden van 1- (en eventueel 2-) jarige takken. Knip het vruchtdragend hout uit de struik en pluk vervolgens de bessen af. Men kan i.p.v. tijdens de pluk, ook snoeien in de wintermaanden (januari - maart). Zwarte bessen zijn niet gevoelig voor wintervorst.
Zie ook vervangingssnoei
----- Bij de winter of voorjaarssnoei worden de grondtwijgen jaarlijks verwijderd. Lange twijgen bij het vruchthout worden ook verwijderd of op een stompje gesnoeid. Deze wintersnoei zal de groei erg stimuleren. Om de groei te verminderen en om meer geschikte (korte) vruchttwijgen te bekomen is meestal een zomersnoei noodzakelijk.
Tekening: bessen insnoeien bij het planten Wanneer en waarom zomersnoei toepassen?
De zomersnoei (einde mei - juni) heeft tot doel de bessen vlugger en beter te
laten rijpen, de pluk te vergemakkelijken en een betere belichting te geven om
de bloembotvorming voor volgend jaar te verbeteren. Meer geschikt korter
vruchthout.
De kans op het maken van fouten (liefhebbers) is kleiner dan bij het snoeien in
de winter.
Zomersnoei is noodzakelijk na een korte snoei om groeireactie op te vangen. De zomersnoei bestaat uit het uitnijpen of toppen van een aantal scheuttoppen langs de zijkanten van de hagen, zodra deze 10-15 cm lang zijn Dit nijpen gebeurt in enkele keren. De zomersnoei dient zo te gebeuren, dat aan elke gesnoeide scheut nog minstens 5-6 bladeren overblijven. Geen concurrenten in de kop laten staan, anders valt de kopgroei stil! Men mag niet te drastisch zomersnoei
toepassen, want dan krijgt men een groeistilstand. In plaats van de scheuten in te nijpen, kan men ze ook wringen. Tussen de 2 handen even wringen, alsof men een opneemdoek of dweil zou uitwringen. De scheuten blijven hierdoor zwak en de ogen lopen meestal niet meer uit. Het volgende voorjaar staan deze geforceerde scheuten meestal vol met vruchttrossen. Grondscheuten zal men meestal volledig verwijderen. Soms laat men 1 grondscheut staan, ter vervanging van een afstervende verticale hoofdtak. Tengevolge van een aantasting van de besseglasvlinder. Rode en witte bessen kweken als haagsysteem Tijdstip: einde mei - juni
Rode-
en witte trosbessen (Ribes rubrum) kunnen gekweekt worden als struik, maar ook
als rechte haag. Voordelen van de teelt rechte haag t.o.v. de struikvorm: - gemakkelijker en vlugger te plukken. Bewerkingen vooraf: Bij de teelt als haag (rechte snoeren) worden de planten op ongeveer 33 tot 50 cm van elkaar geplant. Men leidt ze aan een draad mooi omhoog. Het vruchthout moet hierbij zo kort mogelijk bij de verticaal groeiende gesteltak of hoofdtak zitten. Bij de winter of voorjaarssnoei worden de grondtwijgen jaarlijks verwijderd. Lange twijgen bij het vruchthout worden ook verwijderd of op een stompje gesnoeid. Deze wintersnoei zal de groei erg stimuleren. Om de groei te verminderen en om meer geschikte (korte) vruchttwijgen te bekomen is meestal een zomersnoei noodzakelijk. Zie ook eerder onder werkwijze bij de zomersnoei. Indien
men 5-takkers gebruikt, om 3-takkers van te maken, dan kiest men vóór het
planten 3 gelijke (evenwaardige) takken uit en knipt de andere weg. De 3 takken
moeten in de lijnrichting geplant worden. Ze worden niet ingekort! Direct
na het planten worden de planten aangebonden aan de onderste draad. Het
aanbinden gebeurt met plastiekband of op maat (18 cm lang) geknipte stukjes
geplastificeerd dun elektriciteitsdraad. De takken niet te strak aan de draden
binden ( 3 vingers opening laten), om ingroeien van het bindmateriaal te
vermijden. Het
2 de jaar worden al veel zijtakken en grondscheuten gevormd. De grondscheuten
worden in mei of in juni weggebroken. Indien
de planten goed groeien, worden de gesteltakken gedurende de eerste jaren niet
ingesnoeid (winter). Eenmaal boven, worden de gesteltakken teruggenomen op de
gewenste hoogte, tot op een goed ontwikkelde zijtak. Lager
dan 20 cm boven de grond mag er géén zijhout komen. Het
zware zijhout wordt in de winter weggesnoeid tot op een klein stompje (0,5 tot 1
cm stomp). Het lichte zijhout wordt uitgedund. Na het 2 de jaar wordt de
wintersnoei aan het ras aangepast. ![]()
Vruchtsnoei bij rode en witte bes met een haagsysteem aan draden. De oude takken worden in hun geheel verwijderd of ingesnoeid. De meeste jonge scheuten worden ingekort. Door de draden in de noord-zuid richting te laten lopen krijgt men een goede belichting. Als
men geen last heeft van de vogels die de ogen uitpikken, kan men van begin
december tot februari snoeien.
Tekening: bij een sterke groei van de hoofdtakken worden deze ingekort om over de gehele lengte voldoende zijhout te krijgen. Oudere takken worden verwijderd (vervangingssnoei) Laat
snoeien (maart - april) heeft 3 voordelen: -
Bij 'Jonkheer van Tets' heeft men minder last van vuur (Nectria) -
De rupsen van de bessenglasvlinder (Sesia) zitten in het vroege voorjaar
boven in hun gangen en worden dan met de snoei opgeruimd. -
Minder schade van vogels (uitpikken ogen) Zeer belangrijk is de hygiëne bij de snoei. Men zou moeten snoeien met de kruiwagen naast zich. Men kan dan onmiddellijk de zieke en gezonde takjes (Nectria of vuur) op de kruiwagen leggen. Anders vergeet men kleine stukjes ! Het
zware zijhout
(of lange zijtwijgen) wordt tot op een klein stompje weggesnoeid. (0,5 tot 1 cm
laten staan). Dit zware zijhout geeft geen of te weinig vruchten. Het neemt ook
teveel licht weg. De zijtakken kunnen op verschillende manieren worden gesnoeid: Hierin
verstaat men lange snoei, vrij lange snoei, vrij korte snoei en korte snoei. Lange
snoei: lengte
vruchthout: + 10 cm. Liefst 25 - 30 cm. Men
past de lange snoei toe bij rassen die veel bessen geven op (middel) lang
vruchthout. Alle
twijgen welke korter zijn dan 10 cm worden weggesnoeid. Korte
snoei: het
ideale vruchthout is 5 - 15 cm lang. Men
past de korte snoei toe bij rassen die veel vruchten geven op kort vruchthout. Alle
twijgen welke langer zijn dan 15 cm worden weggesnoeid tot op 0,5 cm stomp. Men
moet de snoei aanpassen volgens de cultuurvariëteit: Korte
snoei past men toe bij: Stanza,
Maarse's Prominent, Mulka, Red Lake en Jonkheer van Tets. Vrij korte snoei bij: Jonkheer van Tets, Fay's Prol., Laxton Perf. en Junifer Lange snoei past men toe bij alle overige soorten welke met "R" beginnen: Rondom,
Rosetta, Rotet, Rovada, Rolan in de jeugd en bij Heineman's . In
het algemeen geldt dat de lange snoei een hoge productie geeft en de korte snoei
een grovere bes. Lange
snoei remt de groei en korte snoei stimuleert de groei. Volledig
korte snoei wordt niet meer toegepast. De betere kwaliteit weegt niet op tegen
het verlies aan productie. Men past dus meer de vrij korte snoei toe, door iets
langer vruchthout te bewaren.
Tekening vervangingssnoei die geldt voor rode, witte, zwarte bes en stekelbes: Meestal groeien de bessenstruiken te dicht. Ze dragen veel donkergekleurde oude takken die maar weinig en/of kleine vruchten voortbrengen. Verder zit de struik vol met zwakke jonge scheuten die vanuit de basis ontspruiten. De snoei is erop gericht dat er hoogstens 6 tot 8 hoofdtakken overblijven (de best geplaatste) en met vruchthout dat niet ouder dan 3 jaar is.
Ribes uva-crispa var. sativum -
stekelbes, kruisbes: De amateur tuinier plant kruisbes nog steeds vaak aan als struik (1.25 m uit elkaar). Jonge plantjes dienen minstens over drie of meer goed ontwikkelde takken te beschikken. Na aanplant worden er drie/vier takken behouden die mooi verdeeld zijn. Deze takken worden met 1/3 ingesnoeid. De overige takken worden best weggesnoeid.
Meer en meer worden kruisbessen ook aan draad gekweekt. De struikjes worden dan op ongeveer 65 - 75 cm van elkaar geplant. Na aanplanten wordt de centrale tak mooi verticaal opgebonden. De andere takken worden weggenomen. De centrale tak wordt tot de helft ingekort. In het verleden werden kruisbessen steeds ingetopt om de meeldauw ziekte in te tomen. Deze techniek is achterhaald. Er zijn nu voldoende meeldauw-resistente rassen beschikbaar: Captivator,
Greenfinch, Hinnomäki Gül (syn. Hinnonmaen Keltainen), Hinnomäki Rot (syn.
Lepaan Punainen), Invicta, Josselyn, Lepac, Pax, Pixwell, Spinnefree, Worcester,
ROCHUS, Reflamba, Remarka, Reverta, Rixanta, Rokula en Rolanda. Planten: De beste planttijd is in het najaar (oktober - december). In het voorjaar planten is ook nog mogelijk, maar geeft meestal een minder sterke groei en minder productie het eerste jaar. Te diep planten geeft meer grondscheuten, welke hinderlijk zijn bij het snoeien en oogsten. Struiken (niet veel meer toegepast) worden geplant op 1 m afstand. Bij rechte snoer en haagsysteem (gesteund door draden of door palen) is de plantafstand 75 cm. Planten die ruim geplant staan, drogen sneller op en zijn minder gevoelig voor diverse schimmelziekten. Men kan kruisbessen direct na de oogst snoeien (augustus), maar meestal wordt dit toegepast tijdens de maanden februari - maart. Snoeien in de zomermaanden werkt groeiremmend. Door te vroeg snoeien (december- januari) is er soms meer schade van vogelvraat. Vogels kunnen bij vorstweer de ogen opeten. Onderhoudssnoei:De dikste bessen krijgt men van stevige, lange en gezonde eenjarige twijgen. Kort en/of zwak vruchthout is meestal ongeschikt. Men kan dit zwak vruchthout inkorten op enkele ogen. Verwijder zoveel mogelijk: - grondscheuten en
opslag Vertakkingen tracht je enkel te zetten door terug te knippen tot aan een stevige twijg. De verlengenis zet je enkel door de concurrent te verwijderen. Kruisende twijgen en te oude takken zal men verwijderen.
Tekening: deze tak wordt in het voorjaar teruggesnoeid. Men behoudt alleen de zijtakken, die flink worden teruggesnoeid, voor een verdere goede ontwikkeling van de struik. Snoeien van struikvormen:Men tracht een open struik te bekomen met ongeveer 5 tot 8 takken.. Takken die teveel naar beneden hangen zal men wegknippen of terugknippen tot op een steiler groeiende twijg. Kruisende takken zal men verwijderen. Neerhangende twijgen snoei je terug tot aan een naar boven gerichte twijg. Uitdunnen is nodig om licht en ruimte in de struik te brengen. Laat de eenjarige zijtwijgen niet te dicht bij elkaar staan.
Tekening boven: Ongesnoeide stekelbes. Voordat de bladeren aan de struik verschijnen heeft u een goed overzicht van het geraamte van je struik. Sommige takken raken de grond, andere zijn dood of ziek en sommigen schuren tegen andere takken aan.
Tekening boven: te dichte takken bemoeilijk het plukken en werkt schimmelziekten in de hand. Oude takken worden aan de stambasis weggesnoeid met een takkenschaar. Bemerk in de struik ook jongere scheuten die licht bruin zijn gekleurd. Deze krachtige jonge scheuten probeer je zoveel mogelijk te behouden.
Tekening boven: Gesnoeide stekelbes. Alle ongewenste takken zijn weggesnoeid. De overblijvende takken kunnen eventueel nog lichtjes getopt worden. Zijtakjes kunnen ook nog op korte loten gesnoeid worden, dit is op 2 of 3 knoppen. Snoeien van kruisbes in een haagvorm:Sterke eenjarige twijgen die haaks op de rijrichting staan, worden behouden. De beste twijgen moeten haaks op de lijn groeien. Deze krijgen de beste belichting en zijn het makkelijkste te plukken. Indien nodig kan je deze twijgen wat uitdunnen. Normaal mag je deze twijgen niet inkorten. Te zwakke (kleine)
twijgjes neem je weg tot op een paar ogen, zodat hieruit een sterkere twijg kan
ontstaan. Twijgen die lager dan 30-40 cm boven de grond staan en twijgen
die in de lengterichting van de rij groeien neem je helemaal weg. Meerjarige
takken worden jaarlijks vervangen door nieuwe jonge twijgen. Stamvormen: Kruisbessen kunnen ook geënt worden op de onderstam Ribes odoratum (gele alpenbes) of op Ribes 'Jostaberry' (jostabes). Hierdoor bekomt men een mooi boompje dat zeer gemakkelijk te snoeien en te plukken is. Een stevige steunpaal is echter noodzakelijk. De enthoogte is ongeveer 1 m. Zie ook vervangingssnoei Welke rassen ?Er zijn honderden rassen van stekelbessen beschreven. In de handel worden meestal slechts enkele rassen aangeboden. Vaak gaat het hier om rassen die voor industriële doeleinden worden gekweekt en voor de amateur dan ook zelden genoegdoening bieden wat smaak en/of ziekteresistentie aangaat.Het loont dan ook vaak de moeite om enige inspanning te doen om bij een gespecialiseerde kweker zijn bestelling te plaatsen.
Mocht u daar uw gading niet vinden dan kan u steeds bij schrijver van dit stukje navragen: Marc Geens stekelbes@tijd.com. Op vandaag zou ik geen andere dan ziektetolerante rassen aanbevelen. Het lukt vaak wel om bvb. de goeddragende geelvruchtige 'Invicta' te vinden. Een ander productief ras is 'Hinonmaki Rot' (=Lepaan punainen) met rode bessen van behoorlijke kwaliteit. De smaak toppers zijn zeker 'Rokula' (rood) en Rochus (groen). Andere goede en productieve rassen zijn 'Greenfinch' (groen), Rolanda (rood), 'Jahn's Prairie', Mucurines... Enkele hebben een uitgesproken smaak zoals 'Josselyn', 'Pixwell' en 'Black Velvet'. En dan last but not least de stekelloze 'Captivator' (dieprood), 'Spinefree' (rood) en de recente introductie 'Pax' (rood). Let wel dit is slechts een
beperkte greep uit het aanbod. Het loont steeds de moeite om begin juli bij een
verzamelaar zelf de bessen op smaak, groeiwijze en tolerantie te gaan bekijken.
Eigenlijk zou men hiermee moeten beginnen voor men geld uitgeeft aan de aanschaf
voor kruisbessenplanten. Guy
De Kinder
Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids
|
|