|
R
Rosa |
roos
De meest gangbare
rozensoorten worden meestal in maart gesnoeid. Sommige kwekers doen het in de
winter, doch dit is wel afhankelijk van de plaats van waar de rozen staan
geplant. De laatste jaren is de trend om de rozen wat minder sterk terug te
snoeien dan vroeger, waardoor men vroeger en meer rozen krijgt.
Rozen worden
teruggesnoeid om de onderste knoppen te stimuleren. Als de bovenste knoppen
beschadigd zouden worden, dan laat een voorzichtige snoei licht en lucht door de
twijgen stromen. Als er te vroeg en te intensief gesnoeid wordt, blijven er geen
reserveknoppen over. Als dan de overige aanwezige knoppen door vorst beschadigd
worden, houdt u niets meer over. Daarom wordt algemeen aanbevolen om niet al te
intensief te gaan snoeien.

Niet alle rozen
worden op dezelfde manier gesnoeid of op hetzelfde moment. In ieder geval moeten
het oude hout en de aangetaste takken verwijderd worden. Nieuwe stuiken worden
in het eerste jaar altijd goed gesnoeid.
Rozen worden
gesnoeid afhankelijk tot welke groep ze behoren : klimrozen worden verschillend
gesnoeid van struikrozen; miniatuurrozen verschillend van botanische rozen.

De best gekende
snoeiwijze voor rozen is die voor het snoeien van Theerozen en grootbloemige
rozen. Die algemene richtlijnen gaan echter niet op voor alle rozen.
Snoeien van
grootbloemige rozen:

De dunnen en zwakke twijgen worden volledig
weggesnoeid. Kruisende takken wegsnoeien. Snoei teveel aan takken in het midden
weg, zodat er een luchtige, open rozenstruik overblijft.

Alle goed geplaatste en stevige takken worden ingekort.
Theoretisch op 3 ogen. Praktisch kan je de takken tot op 1/3 lengte
terugsnoeien. Snoei altijd boven een oog, dat oog is naar buiten gericht.

Tenslotte snoei je ook al oude en verdorde stompen mooi
weg. De struik is klaar.
Algemeen worden
struik- en stamrozen die in het najaar zijn aangeplant, of reeds ter plaatse
staan, in maart gesnoeid. Pas aangeplante rozen worden al te dikwijls veel te
lang gesnoeid waardoor een slechte groeiontwikkeling plaats heeft.
De snoeitijd is
ook rechtstreeks afhankelijk van de weersomstandigheden : in een zachte winter
snoeien we in de 2e week van maart, bij strenge winters snoei je best na half
maart (bij niet-vriezend weer).
Het snoeien van rozen bestaat vooral uit het weghalen van alle dode takken en
stompjes, het vrijmaken van het binnenste gedeelte voor licht en lucht, het
verwijderen van zwakke en dunne takjes en het insnoeien van de overblijvende
sterke takken. Dit insnoeien wordt wat korter of langer gesnoeid al gelang de
groeiontwikkeling van de betrokken roos.
Saint-Patrick
Saint-Patrick is
de patroonheilige van Ierland. De legende wil dat op deze dag, 17 maart, men de
rozen snoeit.
Rozen snoeien, indeling volgens groep.

Inleiding
De 4 basisregels van het
snoeien.
Snoei richtlijnen onderverdeeld in groepen :
GROEP 1 Polyantha's (Floribunda) - Grootbloemige (Theehybriden)
en miniatuurrozen.
GROEP 2 Klassieke en moderne struikrozen, botanische rozen.
GROEP 3 Stamrozen - Treurrozen.
GROEP 4 Klimrozen en leirozen.
GROEP 5 Bodembedekkende rozen.
GROEP 6 Meidiland ® rozen.
Inleiding
:
Rozen worden gesnoeid afhankelijk tot welke groep ze behoren: klimrozen worden
verschillend gesnoeid van struikrozen; miniatuurrozen verschillend van botanische rozen.
Het is dus
noodzakelijk te achterhalen tot welke snoeigroep je roos behoort.
Let er dus bij aankoop te noteren welke roos je bezit.
De
4 basisregels van het snoeien.
Regel
1:
Het dode hout
weghalen.

Regel
2 :
Alle
spichtige takken wegknippen en degene die elkaar kruisen of in
het hart (midden) van de plant groeien.

Regel
3 :
Afhankelijk
van de snoeigroep nieuwe scheuten tot een derde of tot de
helft terugsnoeien.
  Je
snoeit altijd terug op een naar buiten gericht oog.
In de snoeigids cd-rom onder TEST uw snoeikennis kan u nagaan
welke van de 2 onderstaande foto's goed of slecht gesnoeid worden.
Foto's GOED of
SLECHT ?


Regel
4:
Wilde
scheuten weghalen.
Foto : wilde
tak rechts herkenbaar aan lichtgroen kleur

Foto
:
wilde scheuten zijn herkenbaar aan lichter groene kleur. Snoei
ze zo diep mogelijk weg (met een ondergronds wortelgedeelte)
Foto
:
wilde scheuten bij een botanische roos zijn herkenbaar
aan lichter groene kleur


Voor
de snoei richtlijnen voor rozen worden rozen
onververdeeld in 5
grote groepen :
GROEP
1 : Polyantha's (Floribunda) - Grootbloemige (Theehybriden) en
miniatuurrozen
Grootbloemige
rozen - theehybriden :
De grootbloemige rozen
worden op dezelfde wijze gesnoeid als de struikrozen. In de zomer de
uitgebloeide bloemen wegsnijden tot op een volledig, meestal 5-tallig
blad. Voor dit wegsnijden gebeurt, worden de eerste uitgebloeide bloemen
weggenomen en zodra de bloemknoppen uitgekomen zijn, de bloeitak
teruggeknipt. De wilde scheuten, dit zijn de uitlopers met fijnere
stengels en bladeren, haalt men zo diep mogelijk weg.
Bij deze theerozen de rankende soorten lang
laten, zo'n 50-75 cm, behalve die
welke als klimroos gekweekt worden. De theehybride snoei je tot 3-5 ogen, de zwaarste
takken op 5 en de lichtere op 3 ogen.
Polyantha
rozen (trosrozen, floribundaroos, perkroos), miniatuur
rozen : :
- rassen met kleine, meestal enkele bloemen in trossen
- rassen met grotere, alleenstaande bloemen in trossen
- rassen die lijken op die van grootbloemige rozen
Zeer sterke soorten worden licht gesnoeid. U verwijdert oude en dunne twijgen (zie foto's),
de overgebleven takken snoeit u in tot het 1e of 2e oog op de steel. Snoei altijd naar een
knop die aan de buitenkant zit.
Minder sterke soorten worden op dezelfde manier gesnoeid, maar voor grote bloemen moet
men de overgebleven stengels terugsnoeien tot op 10 cm van de bodem. Wil je liever
voorzichtiger snoeien, snijdt dan de helft weg van de lengte die de tak het vorige jaar is
gegroeid.
Polyantharozen (floribundaroos) : de zeer sterk groeiende soorten op 5-7 ogen, de
lager blijvende soorten op 3-5 ogen snoeien, afhankelijk van de zwaarte van de takken.
De takken van miniatuurrozen worden in het voorjaar sterk teruggesnoeid.
| Foto:
De oudste en zwakste takken weghalen.
|
 |
| Foto:
De uitgedunde struik met aanduiding waar je nu moet
snoeien.
|
 |
| Foto:
Het resultaat na de snoei.
|
 |

GROEP
2 : Klassieke
en moderne struikrozen - botanische rozen:
In het algemeen worden botanische rozen niet gesnoeid. Ze bloeien aan de twijgen die in het VOORGAANDE jaar gevormd werden, ze worden alleen soms wat uitgedund. Om de roos jong en krachtig te houden kan je best in het voorjaar de oudste takken wegnemen of terugsnoeien, zodat er nieuwe twijgen kunnen gevormd worden ter vervanging van de oude. Veel van deze botanische rozen geven spontaan nieuwe scheuten vanuit de voet, deze worden niet ingekort.
Alba
rozen :
Aangezien ze flink
groeien kan je ze best elk seizoen na de bloei, flink terugsnoeien.
Het oude hout wordt daarbij weggehaald.
Bourbon
rozen :
Het zijn krachtige
rozen waarvan alleen de nieuwe scheuten regelmatig worden gesnoeid
om de bloei van het volgende seizoen te stimuleren. Een lichte snoei van de bloeistengels na de eerste bloei en terugsnoeien tot 1/3 of meer laat in de winter. Oud
en dun hout moet na de bloei worden weggehaald.
Boursaultrozen
:
Na de bloei snoeien om
zo de te lang geworden scheuten in te korten.
Centifoliarozen
:
Zo mogen slechts nu en dan, na de bloei, worden teruggesnoeid tot de helft en reageren
in de winter goed op het inkorten van lange takken. Al het dode,
vertakte of dunne hout moet worden weggehaald.
Chinese
rozen :
Snoei in de winter al
het dode of dunne hout weg. Enkel de nieuw gevormde takken met 1/2
inkorten.
Damascencerrozen
:
Ze moeten na de bloei slechts licht worden teruggesnoeid op overbodige en
zwakke scheuten. Door wat oude hout weg te halen wordt de aanleg van
nieuwe scheuten bevorderd.
Gallica
rozen :
Ze hoeven slechts weinig te worden gesnoeid maar reageren goed op het dunnen
en verwijderen van zwak hout. Dat kan na de bloei. Ze groeien
tamelijk sterk waarbij sommige soorten snel uitlopers vormen. Het
kan nodig zijn die uitlopers in te korten.
Zijn gallica rozen gebruikt
voor het vormen van een haag dan moeten ze onmiddellijk na de bloei
gesnoeid worden om het jaar nadien een maximale bloei te verkrijgen.
Mosrozen :
Ze mogen slechts nu en dan, na de bloei, worden teruggesnoeid. Ze reageren in de winter goed op het inkorten van de lange takken.
De lange, nieuwe scheuten moeten voor de helft tot op 1/3 worden
teruggeknipt. Het dode hout verwijderen.
Muskus
rozen :
Ze kunnen in de lente met 1/3 of meer worden teruggesnoeid.
Noisette
rozen :
Vele Noisetterozen
zijn echte klimmers en moet u dan ook in de winter snoeien zodat het
oude hout door frisse, jonge scheuten kan worden vervangen. Zowel
het oude als het nieuwe hout worden meestal maar voor 1/4 deel
ingekort.
Pimpinellifolia
rozen (Schotse rozen) :
Snoeien is meer een
kwestie van vormcorrectie dan van terugknippen. Hier en daar wat
snoeien na de bloei is genoeg. U kan beter NIET na de bloei
snoeien als je wil genieten van de mooie, ronde zwarte
bottels.
Portlandrozen
:
Neem laat in de winter
al het dode en dunne hout weg. Sterk groeiende takken kunnen voor
1/3 tot 1/2 worden teruggesnoeid.
Rambler
rozen :
De soorten hoeven niet of nauwelijks te worden gesnoeid, maar de hybriden houden ervan als de oude takken worden verwijderd en zijscheuten worden
teruggesnoeid. Dat moet dan bij de 1-maal bloeiende ramblerrozen direct na de bloei gebeuren en niet in de winter.
Remontant
rozen :
Ze moeten regelmatig worden gesnoeid: een lichte snoei van de bloeistengels na de eerste bloei.
Na de tweede bloei de lange scheuten terugsnoeien tot 1/3 of meer,
dit is laat in de winter. Dood of zwak hout verwijderen.
Rugosa
rozen (Japanse bottelrozen) :
Er hoeft maar weinig te worden gesnoeid. In de lente mogen ze licht worden gesnoeid.
Vooral bij oude, verwilderde struiken is vormsnoei en
verjongingssnoei vaak nodig.

GROEP
3 : Stam- en treurrozen
Stamrozen
:

In november mag men ze reeds op een lengte van 30 cm insnoeien.
Pas
begin maart tot op 10 à 15 cm terug snoeien. Doe je dat te
vroeg dat ontwikkelen zich te sterke scheuten die de vorm zullen
bederven. Begin eerst met het dode en aangetaste hout eerst te
verwijderen. Er moet worden teruggesnoeid op een opwaartse of
buitenwijzende gericht knop, zodat je de scheut in de gewenst
richting doet groeien.

Bij strenge vorst is het aan te raden de kroon licht samen te binden en hierover een
donkere, liefst geperforeerde zak te trekken als bescherming tegen zon en wind.
Trosrozen op STAM worden op dezelfde wijze gesnoeid als de struikrozen. In de zomer de uitgebloeide bloemen wegsnijden tot op een volledig, meestal 5-tallig blad. Voor dit wegsnijden gebeurt, worden de eerste uitgebloeide bloemen weggenomen en zodra de bloemknoppen uitgekomen zijn, de bloeitak teruggeknipt. De wilde scheuten, dit zijn de uitlopers met fijnere stengels en bladeren, haalt men zo diep mogelijk weg.
Stamrozen dienen steeds van een stevige steunstok voorzien te worden.
Treurrozen
:
Treurrozen zijn eigenlijk klimrozen veredeld op een stam. Voor de snoei gelden dezelfde
regels als voor klimrozen.
Snoei in de zomer
of in de herfst, met name wanneer de bloei voorbij is.
Snoei elke scheut
die heeft gebloeid terug op een jonge, sterke scheut. Is er geen
jonge, sterk scheut die als vervanger kan dienen, laat dan de scheut
ongemoeid. Snoei dan de zijscheuten van deze scheut terug op 1 of 2
knoppen.
Om de mooie, gelijkmatige, watervalachtige, attractieve treurvorm te
behouden, kan je best in het voorjaar de laatste jonge scheuten
toppen.
Treurrozen dienen steeds van een stevige steunstok voorzien te worden.

GROEP
4 : Klim- en leirozen.
Klimrozen
:
Klimrozen hoeft men in het algemeen bijna nooit te snoeien. Men moet zo lang mogelijke takken zien te
krijgen, omdat hieraan de kortloten groeien. Het is aan deze
kortloten waaraan de bloemen verschijnen.
Bij het aanplanten
en aankoop van een nieuw exemplaar in het najaar, wordt de klimroos tot 1/3
ingesnoeid. Je zal dan wel het eerste jaar weinig of geen bloemen hebben, maar je verkrijgt wel een
betere scheutontwikkeling, die dan het jaar nadien een rijkere bloei kunnen
geven :
| Foto 1: De snoei het eerste jaar bij aankoop, de snoei het tweede
jaar. |
 |
| Foto 2: De snoei in het 3de jaar. |
 |
| Foto 3: De snoei in het 4de en de latere jaren. |
 |
Je moet onderscheidt
maken tussen herbloeiende en klimrozen die maar éénmaal per jaar
bloeien (zoals sommige botanische soorten bijvoorbeeld). Klimrozen
kunnen namelijk uit één van de verschillende snoeigroepen komen:
het kan een botanische klimroos, polyantha of theehybride zijn.
Voor
klimrozen geldt eenzelfde snoeitip, snoeien doe je ze in het voorjaar. In het
najaar kan je de snoei beperken tot het deels inkorten van de takken, het verwijderen van
uitgebloeide en verdroogde bloemen, en het wegsnoeien van de wilde scheuten. Anders dan
bij de parkrozen bloeien de meeste klimrozen op het tweejarig hout. Nieuwe scheuten moet je goed aanbinden omdat deze roos niet zelf klimt maar moet
worden geleid.
De
onderhoudssnoei gebeurt direct na de bloei, er wordt een verjongingssnoei toegepast. Dit
houdt in dat je de uitgebloeide takken weg of terugknipt, ttz. je snoeit deze pas terug
als er tijdens de zomer voldoende nieuwe takken zijn gevormd om de oudere te vervangen.
Heb je onvoldoende nieuwe scheuten dan kort je best de uitgebloeide twijgen in tot op 2-3
ogen. Hierdoor ga de de aanmaak van nieuwe, jonge scheuten bevorderen.
Wilde scheuten, die
uit de grond ontspruiten en herkenbaar zijn aan wilde groeischeuten met een fijner,
meestal blekere blad en een dichtere bedoorning, wordt zo diep mogelijk weggenomen (tot
onder het aardoppervlak). Wilde scheuten hebben vaak 7 blaadjes i.p.v. 5.
Samenvattende
richtlijnen voor klimrozen :
| Klimmende
botanische rozen
Een sterk
groeiende soort die tot 3 meter en meer per jaar groeit
en éénmaal bloeit, in de vroege of het midden van de zomer
:
|
Meestal
gaat het hier om botanische rozen en/of één van hun
hybriden. Deze rozen hebben zo een sterke groeikracht dat ze
met snoeien bijna niet in bedwang zijn te houden. Voorzie
dus voldoende plaats.
Zie
snoeien
als GROEP 2 |
| Klimrozen
met slappe takken
De meeste
van de sterke, jonge scheuten ontspruiten elk jaar aan de
voet van de plant :
|
Deze
rozen vormen elk jaar jonge scheuten vanuit de voet en ze
worden niet oncontroleerbaar hoog. Ze bloeien éénmaal, in
het midden of aan het eind van de zomer. Meestal met massa's
kleine bloemen in grote trossen. De bloemen verschijnen aan
de scheuten van het voorgaande jaar.
Je snoeit zoveel oude hout weg als er nieuwe, vervangende
scheuten zijn, zodat het evenwicht blijft bewaard.
Alle spichtige, dode of beschadigde scheuten terugsnoeien
tot aan de grond.
Jonge scheuten aanbinden, zij zullen het volgende jaar
bloeien.
Sommige
cultivars produceren weinig jonge scheuten, zodanig dat het
moeilijk wordt deze door jongere scheuten te vervangen. In
dat geval behoudt je de sterkste oude scheuten en snoeit je
de zijscheuten in op 2 tot 3 bladeren van de basis.
Verschijnen er te weinig scheuten vanuit de voet maar wel
hogerop de struik, snoei deze dan terug in.
|
| Klimrozen
éénmaal bloeiend aan het oude hout
|
Eenmaal
bloeiende klimmers vormen een permanent geraamte van oude,
verhoute takken. Er verschijnen zelden nieuwe scheuten
vanuit de voetbasis. Deze rozen produceren grote bloemen op
het oude hout. Snoei ze gedurende de zomer, na de bloei.
Sommige éénmaal bloeiende klimrozen bloeiend aan het oude
hout zoals:
'Climbing Allgold'
worden op gesnoeid als klimrozen herbloeiend
aan het oude hout
(zie hieronder).
|
| Klimrozen
herbloeiend aan het oude hout
|
De
meeste van de herbloeiende klimrozen hebben grote bloemen
midden de zomer of midden de herfst.
Ze worden ook aangeduid als remonterende of doorbloeiende
rozen.
De groeikracht is vaak minder sterk dan bij andere klimrozen
en ze vormen relatief weinig nieuwe takken.
Deze rozen bloeien op het NIEUWE hout.
Er hoeft niet veel te worden gesnoeid. Doe dat in 2 stadia,
éénmaal in de zomer, en éénmaal in de winterperiode.
Verwijder of snoei de uitgebloeide bloemen in tot op het dichtstbijzijnde,
onderstaande blad.
In de winter de dode, zwakke en dunne scheuten wegsnoeien en
de jonge scheuten aanbinden.
|
Zie
ook klimrozen geschikt om te combineren met bomen of struiken

GROEP
5 Bodembedekkende
rozen :
Algemeen:
De meeste bodembedekkende rozen worden tegenwoordig vermeerderd door stekken
en groeien dus op eigen wortel, zo zijn behoren wilde grondscheuten tot het verleden.
Regelmatig snoeien is niet gunstig voor deze soorten, maar wel mogelijk.
Snoei de te wild geworden scheuten een eind in. Normaal verwijdert men in het voorjaar slechts zieke en dode loten.
Te sterk terugsnoeien bevordert weliswaar de groei, maar dit gaat
ten koste van de bloei.
Te oud geworden takken
die niet meer goed bloeien insnoeien. Verticaal groeiende takken ook
inkorten.
Flower
Carpet (Noack) rozen :
Regelmatig snoeien is niet gunstig voor deze soorten, maar wel mogelijk.
Snoei de te wild geworden scheuten een eind in. Normaal verwijdert men in het voorjaar slechts zieke en dode loten.
Te sterk terugsnoeien bevordert weliswaar de groei, maar dit gaat
ten koste van de bloei.

GROEP
6 Meidiland ® rozen :
De uitgebloeide rozen hoeven niet verwijderd te worden.
Snoeien is niet elk jaar gewenst, machinaal snoeien kan.

- Raadpleeg
het artikel met een beschrijving van
de rozengroepen.
- Probeer ook eens deze site http//:www.everyrose.com
- RNRS, The Royal National Rose Society - http://www.roses.co.uk/harkness/rnrs/
Literatuur:
Boek Rozen
oorspronkelijke titel 'Les Roses de nos jardins'
ISBN 90 10 02698 1
Uitgeverij Elsevier Focus
Rozenencylopedie,
oorspronkelijke titel 'The illustrated Encyclopedie of Roses'
ISBN 9041000291
Uitgeverij Van Reemst Snoeien
met succes door Peter McHoy,
ISBN 9025295045
Uitgeverij Helmond
Voor
meer plantengegevens zie de TK plantengids
|