S

 Salix

wilg, knotwilg, schietwilg, Kaspische treurzandwilg, treurwilg, waterwilg, berijpte wilg, krulwilg, laurierwilg, geoorde wilg, kruipwilg

Algemeen

Het geslacht bevat zowel bomen als lage en hoge heestervormen zodat de snoei kan verschillen van soort tot soort. Sommige wilgen kan men ongestoord laten groeien, andere zijn gebaat bij een regelmatige snoei. Vooral de soorten die gekweekt worden om hun aantrekkelijk, gekleurde twijgen (voor wintersilhouetten) kan men best jaarlijks snoeien om de diepe, mooie kleuren te behouden. Anderzijds is snoeien ook een hulpmiddel om de boom- en heestervormen in hun omvang te beperken.

Knotten

Solitaire wilgenheesters in een border kunnen in het voorjaar aantrekkelijk gesnoeid worden door ze te knotten op een stamhoogte van 50-80 cm. Scheuten die aan de voet en de stam verschijnen steeds wegsnoeien. Grotere wilgensoorten worden geknot op 2-2.5 meter. Ieder jaar in het voorjaar, bij het uitlopen, de scheuten terugsnoeien tot op 2.5-10 cm van de stomp.

Wilgen kunnen algemeen best gesnoeid worden bij het uitlopen in het voorjaar om de kans op hergroei te verzekeren.


Verjongingsnoei

-> Salix daphnoides (berijpte wilg), Salix cinerea, Salix exigua, Salix incana en Salix irrotata hebben baat bij een jaarlijkse STERKE verjongingssnoei in het voorjaar 2/3 deel van de twijglengte wordt ingekort.

-> Salix hastata ´Wehrhahnii´, Salix lanata, Salix helvetica en Salix integra ´Hakuro Nishiki´ hebben baat bij een jaarlijkse verjongingssnoei in het voorjaar 1/3 deel van de twijglengte wordt ingekort.


Zie verder ook onder algemene snoei van bomen, bomen kandelaberen, snoeien van treurbomen en op de snoeigids cd-rom onder tippagina's bij Het knotten


Salix alba (schietwilg)

Vaak ook gebruikt als knotwilg en als dusdanig te snoeien (knotten). Heeft bros hout.



 

Winterkleuren - Salix alba ´Chermesina´, Salix alba ´Argentea´, Salix alba ´Vitellina´, Salix irrorata

Wilgen die gehouden wordt omwille van zijn mooie gekleurde twijgen. Een jaarlijkse snoei is nuttig om mooi gekleurde takken te bekomen. Snoeien na de winterperiode bij het uitlopen van de knoppen in het voorjaar.


Salix acutifolia ´Pendulifolia´

Beperkt snoeien


 

Salix aurita, gracilistyla, hastata & cultivars, helvetica, repens & cultivars

Deze kleinere wilgen verlangen geen snoei maar het kan om te verjongen of om een nettere struik te bekomen met minder dood hout. Snoei in het voorjaar bij het uitlopen van de twijgen.


Salix ´Boydii´

Wordt alleen gesnoeid om de omvang te beperken of om beschadigde takken weg of terug te snoeien


 

Salix caprea

De waterwilg kan geknot worden maar dit gaat ten koste van de bloei en de productie van de aantrekkelijke katjes. Meestal wordt hij opgeleid tot een boom met een kale stam van 1.80 tot 2.25 meter hoogte waarop de kruin begint. De kruin wordt bij het begin bijgesnoeid om een goed en regelmatig open vertakte kroon te bekomen. De takken komen in een goede hoek te staan zodat ze bij storm minder snel afbreken. Zwakke twijgen of scheuten worden weggeknipt.

 

Salix caprea ‘Kilmarnock’:



De katjes van Salix caprea ‘Kilmarnock’ zijn opvallend groot en zilverwit. Ze zijn al in februari te zien. Later in het seizoen, richting maart-april tooien die katjes zich met goudgele meeldraden. Wanneer de bloei voorbij is - de katjes vallen dan naar beneden - moet u alle takken van de ‘Kilmarnock’ tot een lengte van 2 tot 3 cm terugknippen. Het kort geknipte pruikje groeit binnen zeer korte tijd weer uit tot een volwaardige kroon. De ranke twijgen die dan worden gevormd, tooien zich het volgend voorjaar weer met katjes. Scheuten die aan de voet en de stam verschijnen steeds wegsnoeien. De kroon zal na enige jaren enorm veel droog (bruin gekleurde) en dood hout bevatten. Het is nuttige een stamboompje om de 4-5 drastisch te snoeien en het oude, dode hout eruit te snoeien (verjongen van de kruin).

Salix babylonica (treurwilg) :

 

Over het algemeen weinig snoeien tenzij de hoogte moet worden ingeperkt. Goed hoogte houden om er een kop in te krijgen. Sterk snoeien kan in het voorjaar bij het uitlopen van de twijgen.

Salix matsudana 'Tortuosa' (krulwilg)

Als dusdanig weinig snoeien. De kronkelwilg kan in vrijwel elke tuin toegepast worden. Door jaarlijks flink terug te snoeien, bijvoorbeeld vlak voor Pasen, is deze boom ook in kleinere tuinen heel goed toepasbaar. Het snoeihout kan gebruikt worden als paastak of in arrangementen verwerkt worden. De kronkelende takken zijn ook binnenshuis heel decoratief. De fraaie kronkels blijven overigens alleen duidelijk aanwezig door vanaf het eerste jaar na aanplant regelmatig te snoeien. Krulwilgen zullen na enige tijd veel droge takken bezitten die het uiterlijk ontsieren. Jaarlijks de dode twijgen wegsnoeien lijkt aangewezen. Ze groeien vrij spontaan met meerdere harttakken uit tot een meerstammige boom. Maar het mooist is toch de plant op te kweken met 1 centrale harttak.


Salix pentandra (laurierwilg)

Snoeien volgens de algemene regels.

 

Salix hastata 'Wehrhahnii'

Op oudere leeftijd kan hij enigszins warrig worden en moe, daarom regelmatig en jaarlijks in het voorjaar snoeien door de twijgen met 1/3 deel in te korten. Dode, verhoutte stompen wegsnoeien.

 

Salix integra 'Hakuro Nishiki'

Wilg, vaak op stammetjes, die gehouden wordt omwille van zijn mooie gekleurde witroos gevlekte bladeren. Een jaarlijkse snoei is nuttig om mooi gekleurde bladeren te bekomen en de bolvorm en grootte te behouden. Snoeien na de winterperiode bij het uitlopen van de knoppen in het voorjaar te takken voor 2/3 weg (1/3 deel behouden).

Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids

Meer gegevens opzoeken over deze plant(en) kan in de TK plantengids