Snoeien van Bomen

Snoeien van Bomen(630560216)Bij het snoeien van bomen zal men in de eerste plaats rekening houden met het doel van de snoei. Een boseigenaar zal economisch snoeien, een tuinliefhebber kijkt naar de vorm en de bloei. Snoeien van treurbomen en soorten als Catalpa (foto) behandelen je apart. Ook het kandelaberen is een aparte snoeimethode. De groei van een plant is gebonden aan een aantal regels. Vele van deze regels zijn reeds lang gekend en lijken zeer eenvoudig. Wij passen ze vaak toe zonder na te denken over de fysiologische achtergrond. Plantkundig is een verklaring soms te zoeken in de groeihormonen. Deze stoffen kunnen in uiterst kleine hoeveelheden de groei van een plant sturen in een bepaalde richting. Bij het snoeien verwijderen wij bepaalde plantendelen. Het doel is de groei van de boom aan te passen aan onze eisen. Soms willen wij kleine, vertakte planten in bepaalde vormen, dan weer meer en grotere bloemen en vruchten.

De groeiregels van Vöchting hebben betrekking op de snoei van fruitbomen. Zij zijn meer dan honderd jaar oud, maar nog altijd zeer actueel toe te passen: zie onder snoeien van fruit -> regels van Vöchting.

Snoeiwonden van laanbomen moeten vlak en glad langs de groeirichel van de takken worden gemaakt. Als er token blijven staan (stompjes) neemt de kans op de meniezwam onnodig toe. Ondanks sommige beweringen is het afdekken van snoeiwonden niet overbodig. Gewassen die vroeg gaan bloeden moeten reeds kort voor de winter of zeer vroeg in het voorjaar worden gesnoeid ! Desnoods kan je beter wachten tot die bomen in blad staan omdat de worteldruk en sapstroom dan sterk verminderd.

De dikste tak, de steilste en de hoogst ingeplante, groeien altijd het sterkst. Voor een deel is dit te verklaren doordat bovenaan in de plant het meeste licht wordt opgevangen en daar de grootste reserve zit. Komt daarbij nog dat dicht bij de stam de grootste groeipotentie en reserve aanwezig zijn. Een verklaring s kunnen wij onder meer zoeken in het verschijnsel van de apicale dominantie.

Apicale dominantie

Snoeien van Bomen(630560216)Apicale dominantie is het overheersen (domineren) van de eindknop (de apex), zodat de zijknoppen niet of verzwakt ontwikkelen. Er wordt maar één stengel gevormd, de plant groeit onvertakt. Zeer sterk is de apicale dominantie (onvertakte kopgroei) die te zien is bij de groei van de zonnebloem.

Naarmate de plant ouder wordt, verzwakt de apicale dominantie. Bij bomen is dit duidelijk te zien. Jonge planten moeten zich rekken om het licht te zoeken. Oudere planten zoeken het licht in de breedte, door zoveel mogelijk te vertakken. Plantkundig is een verklaring te zoeken in de auxines, gevormd door de bladeren. Deze groeihormonen worden naar beneden getransporteerd en verhinderen het uitgroeien van onderliggende knoppen.

Hoe steiler een tak groeit, hoe sterker deze zich ontwikkelt. Om de kopgroei te bevorderen, kan men de zijtakken uitbuigen. Door het uitbuigen van een twijg, vergroten wij de hoek met de harttak. Volgens de regels van Vöchting zal deze twijg dan zwakker gaan groeien.

De groei verplaatst zich van de verlengingen van de uitgebogen takken naar het gedeelte aan de basis en zelfs naar de kop van de boom. Het verminderen van de vegetatieve groei houdt vaak een afzwakking van de vegetatieve groei in en dit leidt tot een grotere generatieve groei. Een uitgebogen tak zal vaak meer en sneller bloemen en vruchten geven.
 

 
De snoei van bomen kan men onderverdelen in verschillende periodes

Bij de opkweek van de boom, bij de kweker zal de snoei er op gericht zijn een voldoende stamdikte en wortelvorming te verkrijgen. De boom wordt zodanig gesnoeid dat de hoofdstam mooi recht is en de zijtaken klein blijven door in te snoeien. Zijtwijgen op de stam worden stelselmatig, mooi glad weggesnoeid.

Men snoeit in de jeugd een boom in een piramidale vorm, met een centrale hoofdas en de zijtakken van onderen breder en naar boven toe taps toelopend. Deze vorm snoeimethode wordt vooral toegepast bij: Acer, Castanea, Carpinus, Fagus, Alnus, Pterocarya, Platanus, Robinia, Salix, Tilia, Quercus, Ulmus en vele andere.Snoeien van Bomen(630560216)

 

 
Het insnoeien van een tak

Het insnoeien van een tak heeft een grote invloed op de verdere groei van die tak. Op welke lengte moet deze tak worden teruggesnoeid om de zwakste groei te krijgen?

Lengte en diktegroei van de takken:

1. de takverlenging (het nieuwe schot) is het grootst als wordt teruggesnoeid tot op 0,3 van de oorspronkelijke lengte, m.a.w. als 70% van het eenjarig gedeelte wordt weggesnoeid.

2. de toename in hoogte van de boom of in totale lengte van de tak (oud + nieuw gedeelte) is groter naarmate er minder wordt gesnoeid. Zonder snoei verkrijgt men het maximum.

3. de grootste dikte toename van de tak verkrijgt men bij het terugsnijden op 3/4 van de lengte, afhankelijk van het ras. Bij sommige rassen verkrijgt men deze bij het niet insnoeien.

4. de grootste totale houtproductie = de som van de eindscheut en zijscheuten. Een verklaring hiervoor kunnen wij zoeken in het deel van de tak dat overblijft. Bij niet insnoeien blijft er veel reserve over van waaruit de nieuwe groei kan beginnen. Diep insnoeien daarentegen zorgt voor een sterke nieuwe scheut omdat er minder knoppen overblijven om de groei over te verdelen. Soorten die krom of langzaam groeien knipt men nog soms na één groeiseizoen tot bij de grond af.

Snoeien van Bomen(630560216)
 

 
Jonge bomen

Bij de aankoop en het planten van een nieuwe boom worden kruin en wortels meestal gesnoeid. Beschadigde takken neem je weg, gebroken wortels snoei je terug tot op een gezond deel. Men dunt de boom kruin uit, verkeerd staande takken (kruiselings staand) worden verwijdert.

Bomen die aan het einde van hun takken een dubbele eindknop hebben (Aesculus, Fraxinus, Acer) snoeit men de zwakste knop weg, anders ontstaat er een dubbele knop in de boom. Bij zijtakken wordt het binnenoog verwijderd, omdat het buitenoog een grotere ruimte in de boom geeft bij z'n verdere ontwikkeling.
 

 
Het insnoeien van de harttak en de zijtakken

Snoeien van Bomen(630560216)Bij de opkweek van een laanboom heeft men in de eerste jaren te maken met een tijdelijke kroon. De zijtakken van een veer worden later opgesnoeid, zodat een stam van 1,80 tot 2,75 m ontstaat.
De groei van een laanboom is er op gericht een rechte harttak te vormen met daaraan ondergeschikte zijtakken. Bij het opkweken van een stam dient men de harttak in te snoeien op een zogenaamd "binnenoog". Dit is een knop die aan dezelfde zijde van de harttak geplaatst is als de onderstam. De harttak groeit hierdoor beter recht op de onderstam.
Indien de zijtakken in de kroon worden teruggesnoeid, dan moet dit op een buitenoog gebeuren om een goede kroonvorm te krijgen of te behouden.

Bij sommige aangekochte bomen bevinden zich in de kop teveel takken bij elkaar. Handhaaf de sterkste, rechtse tak en snoei de andere bij de stam weg, zodat een rechte hoofdtak ontstaat. Als je dit op tijd doet kom je later niet met probleem te zitten van een te zwaar geworden kop die gaat uitwaaien bij een hevige storm.
Daar het uitwaaien ontstaan ook nog eens grote wonden, die door inwateren ook nog voor rotting in de boom zorgen.
Zodra de boom een bepaalde omvang bereikt heeft, vermindert de groei en is de snoei bijna niet meer nodig, hoogstens worden dode takken weggehaald.

Twee of meer evenwaardige takken met (bijna) dezelfde sterke groei noemt men concurrenten. Deze takken kunnen de normale groei van de plant verstoren, zodat wij later de concurrenten moeten wegnemen of daarop terugsnoeien.
Concurrenten van de harttak kunnen wel eens dienstig zijn om de kopgroei van de harttak te beconcurreren. Blijft de harttak echter overheersen, dan krijgen wij vaak te weinig vertakkingen onderin de plant. Achteraf is dit moeilijk te herstellen, enkel fors terugsnoeien kan voor enige vertakking zorgen.

Planten met sterke kopgroei hebben een overheersende harttak. Deze situatie kan gewenst zijn bij smalle boomvormen.
Staan de zijtakken onder een grote hoek met de harttak, dan zijn zij weinig concurrerend en versterken nog de kopgroei. Is de kopgroei te zwaar, dan zullen wij moeten zorgen voor concurrenten en voor voldoende sterke zijtakken.

Wacht niet te lang met snoeien, begin er tijdig aan. Hoe groter je wonden moet maken, hoe meer kans op beschadiging en ziekten. Snoei met mate, verdeel de te verwijderen takken over meerdere perioden. Als je heel veel takken ineens verwijderd, krijg je veel waterloten. Snoei dus met regelmatig, sla geen jaren over.
Let op bij de snoei van oude bomen, ze verdragen slecht het snoeien.

Bij solitaire bomen (alleenstaande) wordt soms geen hoofdtak behouden, maar zorgt men wel voor voldoende licht en lucht. Het niet handhaven van een hoofdtak zorgt voor een kleiner blijvende boom en een bredere kruin. De bomen kunnen bijna net zo breed als hoog zijn. Vooral toegepast bij Malus, Crataegus, Mespilus, Pyrus en andere.
 

 
Bomen van het lange dunne type

Snoeien van Bomen(630560216)Bomen van het lange dunne type hebben een natuurlijke neiging tot kopgroei. Dit type boom groeit van nature te weinig in de dikte, maar wel snel in de lengte. Enkele voorbeelden zijn Acer, sommige populieren, Robinia, Platanus en Tilia.

De snoei richt zich hier op het bevorderen van diktegroei en het afremmen van de lengtegroei.
Dit kan gebeuren door de stam bekleed te laten met zijtakken, waardoor deze gemakkelijker dikt. Dit type leent er zich in de regel toe - en het is hier vaak noodzakelijk - om de kop in te snoeien op kroonhoogte om de diktegroei van de stam te bevorderen en de groei van de kop te beperken. Een goede diktegroei wordt bereikt door te zware zijtakken te verwijderen en de kop vrij te maken van concurrenttakken.
 

 
Bomen van het korte, dikke type

Bomen van het korte, dikke type groeien stevig in de dikte, maar minder in de lengte. Voorbeelden zijn: Aesculus, Fraxinus en Sorbus aria cultivars. Bij deze bomen moet de lengtegroei gestimuleerd worden.

Als regel wordt de kop niet ingesnoeid (gaat ten kostte van de diktegroei). De zijtakken worden vaak wel verwijderd.
Bij planten met overstaande knoppen (es en esdoorn) leidt terugsnoeien tot bajonetvorming. Om dit te voorkomen, kan men één van de twee zijknoppen uitbreken en de andere bij het uitlopen aanbinden.

Deze twee types zijn theoretische beschrijvingen, die men als zodanig in de praktijk vaak niet in hun zuivere vorm tegenkomt. Veel bomen vallen wat groeitype betreft tussen deze twee vormen in. Sommige bomen of cultivars van één soort neigen wat meer tot het lange, dunne type, andere neigen wat meer naar het korte, dikke type. Naar welk type een bepaalde boom neigt, is niet alleen afhankelijk van soort of cultivar, maar hangt ook af van andere factoren. Zo groeit Acer op zandgrond langer en dunner dan op kleigrond. Aesculus, Sorbus en Crataegus worden vaak wat dichter bij elkaar geplant om wat meer lengtegroei te krijgen. Ulmus en Prunus groeien op eigen wortel wat dikker dan op een onderstam.

Wij verwachten dat men met behulp van de twee beschreven basistypen en de groei- en snoeiregels in het achterhoofd de snoei per boom kan beredeneren. Kijk bij het snoeien steeds goed of er eventueel zijtakken op zitten, die tegen volgend jaar zeer dik kunnen zijn. Verwijder ze tijdig om later grote snoeiwonden te voorkomen.

Ook moeten kransen in de kop van eik uitgedund of verwijderd worden wanneer ze te dicht op elkaar staan. Het lichtere zijhout moet goed verdeeld op de stam blijven zitten. In principe hoeft dit zijhout niet te worden ingeknipt in verband met insterven. Is het zijhout te lang, dan moet het wel iets worden ingeknipt, waarbij men het liefst op een zijtwijgje van de zijtak insnoeit. Men probeert altijd een piramidevorm te houden. De tijdelijke zijtwijgen op de stam beschermen deze tegen zonnebrand, net zoals bij beuken.
 

 
Bolvormige bomen

Er zijn ook bomen die van nature bolvormig gaan groeien :

Acer platanoides 'Globosum' , Fraxinus excelsior 'Nana', Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'
 

 
Zuilvormen

Er zijn ook zuilvormig groeiende bomen

Ze hoeven niet zo sterk gesnoeid te worden, de snoei blijft meestal beperkt tot een licht snoei van verkeerd staande takken, zodat een natuurlijke groeiwijze behouden blijft.

Bij laanbomen is het vaak nodig te blijven snoeien om de omvang te beperken voor in de buurt liggend huizen, tramdraden of lantaarns. Laanbomen dienen als aankleding van straten en pleinen, meestal is hun ruimte nogal beperkt. Dit heeft tot gevolg dat de gekozen boom sterk insnoeien moet kunnen verdragen, dat wil zeggen uitgedund en sterk versmald kan gehouden worden.

In aanmerking komen Acer, Aesculus, Carpinus, Platanus, Populus, Robinia, Tilia, Ulmus, Fraxinus e.a.
 

 
Sapstroom

Er zijn verschillende bomen waarbij de sapstroom terug zeer snel op gang komt. Deze bomen snoei je best voor Nieuwjaar:

Betula, Acer, Juglans, Pterocarya.

Snoei je deze bomen later dan gaan ze bloeden en bij veel gemaakte wonden kan de boom zelfs geheel afsterven. Desnoods kan je beter wachten tot die bomen in blad staan omdat de worteldruk en sapstroom dan sterk verminderd. Als bij het snoeien blijkt dat de boom bloedt is het beter met snoeien te stoppen.
 

 
Bontbladige soorten

Bontbladige soorten kunnen groen takken hebben, de zgn. Teruglopende takken, deze worden altijd tot tegen de voet weggenomen
 

 
Tuininformatie