TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Rosa - rozen

bodembedekkende Meidiland roosDe roos is ongetwijfeld de koningin onder de bloemen. Dat de roos tot de verbeelding spreekt, blijkt wel uit de vele legendes, sprookjes en gezegden waarin deze bloem een rol speelt. Ook in de tuin staat de roos zowel letterlijk als figuurlijk in het middelpunt van de belangstelling. Of het nu een grootbloemige, oude Engelse roos is of een snelgroeiende wilde roos. 

Er zijn duizenden soorten en rassen rozen. Toch zijn kwekers constant bezig met het zoeken naar nog mooiere en nog kleurrijkere rozen. Die zoektocht betreft ook de gezondheid van rozen. Want zoals het spreekwoord geen rozen zonder doornen indirect al aangeeft, kent ook de roos een keerzijde van de medaille. Meeldauw en sterreroetdauw ontsieren soms de rozenstruik. Een goede roos moet daarom niet alleen mooi zijn, maar zeker ook sterk.

Rozen kunnen ingedeeld worden in verschillende groepen. Uniformiteit is dikwijls ver te zoeken. Kijk u er een paar tuinboeken op na dat zal je er meer dan eens een andere rozengroep indeling terugvinden. Deze indeling is gebaseerd op verschillende naslagwerken maar wellicht is ze toch nog voor discussie vatbaar. 
De tot de grote rozenfamilie behorende rozen zijn met een 150-tal soorten verspreid over het grootste deel van de gematigde streken. In Europa komen ongeveer 40 soorten voor. Al duizenden jaren worden rozen door mensen in hun tuinen geplaatst.
De roos werd de 'Koningin der bloemen'.
Afhankelijk van deze rozenindeling trouwens is tevens de manier waarop een roos wordt gesnoeid, gekoppeld.

Baron E. de RothschildDe planttijd:

Dit gebeurt op de meeste gronden best in het najaar. Op zeer natte gronden beter in het voorjaar. De gunstigste maanden voor het planten zijn november en maart, maar is mogelijk van half oktober tot eind april.
Tegen planten in de winter is geen bezwaar zolang de grond niet is besneeuwd bevroren of drassig is.
Wordt nog laat in april geplant, dan moet met zorg worden aangegoten.

Je kan echter ook rozen in container (zwarte plastic potten) aankopen. Dergelijke rozen zijn wat duurder dan met blote wortel. Containerrozen maken het echter mogelijk de rozen op elk gewenst tijdstip te planten, zelfs in volle bloei midden in de zomer.
Klop de pot voorzichtig van de kluit zodat je de rozen zonder wortelschade in het plantgat kan planten. Aldus kan men een hoekje in de tuin nog snel een fleurige opknapbeurt geven.

Plantafstanden:

Polyantha en grootbloemige rozen plant men op afstanden van 35-45 cm, afhankelijk van de groeikracht. 
Klimrozen op 3 à 4 m (langs een hek bijvoorbeeld).
Stamrozen op 80-100 cm.

Grondbewerking en bodemgesteldheid:

In een normaal onderhouden tuin zal het meestal voldoende zijn om vóór het planten de grond los te werken met een spitriek of spade. Grond die nog niet eerder in gebruik is geweest kan best zorgvuldig 2 steken diep worden omgepit. Daarbij worden bovengrond (tot 25cm) en ondergrond (25-50cm) omgespit, waarbij beide lagen op hun oorspronkelijke plaats blijven liggen. 

De ondergrond WORDT DUS NIET NAAR BOVEN gebracht.

Bonica 82Is de grondwaterstand te hoog dan legt men ter hoogte van het waterpeil een laag grof grind of puin van 10 cm dikte en hoogt men de grond zoveel op, dat erboven een teeltlaag komt van minstens 60 cm. De aanwezigheid van veel water is de voornaamste hinderpaal voor de ontwikkeling van een goed rozengewas. Dit geldt tevens voor té droge zandgronden.
Zware kleigrond, die te fijnkorrelig is, wordt vermengd met rivierzand, bladaarde en turfstrooisel of compost om de grond ruller te maken.
Schrale, humusarme zandgronden verbetert men door bijvoegen van veen (of turfstrooisel), klei, bladaarde en (of) compost.
Bij veengrond kan men wat zand aanbrengen.
Wanneer de omstandigheden het toelaten, kan de grond het best in het voorjaar vóór de herfst waarin de rozen zullen worden geplant worden bewerkt of omgespit. Dan kan de mest door de grond worden gewerkt.
Rozen verlangen een goed doorlatende, humusrijke en voedzame en enigszins kalkhoudende bodem.

Bemesting:

Rozen houden van een voedzame grond. Dus zwaar bemesten.
Op licht zandige gronden gaat de voorkeur naar goedverteerde stalmest of gedroogde koemest (organische meststoffen).
Bij gebrek aan natuurmest kan men ook speciale rozenmest gebruiken. Deze meststoffen zijn rijker aan voedingstoffen dan de organische meststoffen, maar laatstgenoemde verdient de voorkeur daar ze humus in de bodem brengen en de structuur daarvan verbeteren.
De voorkeur gaat dus naar natuurlijke stalmest of organische meststoffen zoals gedroogde koemest, humosmo, viano,... Niet voor niets past men in alle belangrijke rozentuinen dit systeem toe.

Na het aanaarden in de herfst wordt de koemest in de kuiltjes gelegd. In het voorjaar, bij het afaarden, worden de grootste brokken mest wat stukgemaakt en heel licht ondergewerkt.

In de zomer, ná de eerste bloei, verlangen de rozen naar een zomerbemesting.
Hiervoor kan men verschillende soorten kunstmest gebruiken. Heef effectief werkt een gift bloed-, hoorn-, en beendermeel. Vele rozenliefhebbers schrijven hieraan hun goede bloeiresultaten toe.

Men kan rozen gewoonlijk een 12-tal jaren op dezelfde plaats laten groeien.
Wil men daarna op dezelfde plaats weer een rozenperk aanleggen, dan heeft men te maken met de zgn. 'rozenmoeheid' , voornamelijk door het aaltje 'Pratylenchus penetrans'.

Lees hierover meer op onze website over bodemmoeheid bij rozen, dat chemische en biologische bestrijding behandeld.

Charles AustinRozen houden van zon en een luchtige standplaats.

Perken of randen die aan de noordenkant liggen zijn te koud.
Op zéér zonnige plaatsen daarentegen kan u best GEEN OUDERWETSE rode rassen gebruiken - daarvan zijn de bloemblaadjes gevoelig voor felle zon en ze zullen al gauw paars verkleuren.

Doorbloeiende grootbloemige klimrozen kunnen zonder bezwaar langs zuidermuren worden geleid maar ook daarvan worden dan liever rose of witte rassen gebruikt.
Rode hebben het op het oogsten vooral en ook op het westen beter naar hun zin.
In het algemeen houden rozen niet van schaduw. Bij de botanische rozen zijn er echter soorten die enkel in de schaduw gedijen. Grootbloemige rozen eisen volle zon. Polyantha rozen schikken zich nog wel in de halfschaduw. De schaduw van een huis is minder bezwaarlijk dan die van bomen, waarvan de wortels bovendien die van de rozen beconcurreren door water en voedsel aan de bodem te onttrekken.

Constance Spry

Het planten:

Bij het planten moet de occulatieplaats (de veredelingsplek) ongeveer 3 cm onder het oppervlak komen. De rozenwortels mogen NOOIT UITDROGEN. Deze dus niet in de zon of in de tocht laten liggen. Dek de wortels af met en vochtige doek. Nog beter is de rozen direct bij aankomst onder te dompelen in een stevige brij van water, klei (of leem) en wat koemest.
Aan de wortels wordt bij het planten zo weinig mogelijk gesnoeid, alleen gebroken of gekneusde wortels worden glad bijgesneden. De bovenaardse delen kort men echter sterk in. Het plantgat moet diep en wijd genoeg zijn om de wortels in hun natuurlijke stand te omvatten, dat wil zeggen gespreid. Blijken de wortels bijzonder lang, dan mogen ze wat worden ingekort en tijdens het planten moeten ze in ieder geval vochtig zijn. De plant wordt dan in de juiste stand en op de goede hoogte met één hand vastgehouden, terwijl met de andere hand aarde tussen de wortels wordt gestrooid. De plant wordt voorzichtig wat geschud, zodat alle holten gevuld raken. Heeft het geheel voldoende houvast, dan wordt het plantgat verder gevuld, waarna de aarde voorzichtig wordt aangetrapt, zodanig dat rondom de wortelhals een ondiep kuiltje ontstaat. Als daarna - met de fijne broes- wordt gegoten zal het water naar de wortels vloeien. Wanneer er vorst dreigt, NIET GIETEN!!!

Polyantha,grootbloemige en stamrozen kort men in tot op 2 à 3 ogen, bij een herfstbeplanting snijden we niet zo kort in. Klimrozen korten we in tot op 60 cm.

English Garden

Rozen kunnen ingedeeld worden in verschillende groepen. Uniformiteit is dikwijls ver te zoeken. Kijk u er een paar tuinboeken op na dat zal je er meer dan eens een andere rozengroep indeling terugvinden. Deze indeling is gebaseerd op verschillende naslagwerken maar wellicht is ze toch nog voor discussie vatbaar. 
De tot de grote rozenfamilie behorende rozen zijn met een 150-tal soorten verspreid over het grootste deel van de gematigde streken. In Europa komen ongeveer 40 soorten voor. Al duizenden jaren worden rozen door mensen in hun tuinen geplaatst.
De roos werd de 'Koningin der bloemen'.
Afhankelijk van deze rozenindeling trouwens is tevens de manier waarop een roos wordt gesnoeid, gekoppeld.

De verschillende groepen hier achtereenvolgens behandelt zijn :

Alba rozen 
Arvenis rozen 
Bodembedekkende rozen 
Botanische rozen 
Bourbon rozen 
Boursaultrozen 
Centifolia rozen 
Chinese rozen 
Damascencer rozen 
Engelse rozen, Austinrozen 
Gallica rozen 
Grootbloemige rozen (Theehybriden) 
Hugonis rozen 
Klimrozen, Leirozen, Ramblerrozen 
Kosterrozen 
Lutea rozen 
Majalis rozen 
Meidiland ® rozen 
Miniatuur rozen 
Moschata hybride rozen 
Mosrozen 
Moyesii rozen 
Multiflora rozen 
Muskus rozen 
Nitida rozen 
Noisette rozen 
Omeiénsis rozen 
Parfum de Provence (R) rozen
Pendulina rozen 
Pimpinellifolia (Schotse) rozen 
Polyantha rozen (Trosrozen, Floribundaroos, Perkroos) 
Portlandrozen 
Remontant (Fleur Romantica) rozen 
Romantica rozen 
Rubiginosa rozen 
Rugosa rozen (Japanse bottelrozen) 
Stamrozen 
Spinossisima rozen 
Tomentosa rozen 
Treurrozen 
Virginiana rozen 

Gertrude Jekyll

De meest gangbare rozen soorten worden meestal in maart gesnoeid. Sommige kwekers doen het in de winter, doch dit is wel afhankelijk van de plaats van waar de rozen staan geplant. De laatste jaren is de trend om de rozen wat minder sterk terug te snoeien dan vroeger, waardoor men vroeger en meer rozen krijgt.
Rozen worden teruggesnoeid om de onderste knoppen te stimuleren. Als de bovenste knoppen beschadigd zouden worden, dan laat een voorzichtige snoei licht en lucht door de twijgen stromen. Als er te vroeg en te intensief gesnoeid wordt, blijven er geen reserveknoppen over. Als dan de overige aanwezige knoppen door vorst beschadigd worden, houdt u niets meer over. Daarom wordt algemeen aanbevolen om niet al te intensief te gaan snoeien.

Niet alle rozen worden op dezelfde manier gesnoeid of op hetzelfde moment. In ieder geval moeten het oude hout en de aangetaste takken verwijderd worden. Nieuwe stuiken worden in het eerste jaar altijd goed gesnoeid.

Algemeen worden struik en stamrozen die in het najaar zijn aangeplant, of reeds ter plaatse staan, in maart gesnoeid. Pas aangeplante rozen worden al te dikwijls veel te lang gesnoeid waardoor een slechte groeiontwikkeling plaats heeft.

De snoeitijd is ook rechtstreeks afhankelijk van de weersomstandigheden: in een zachte winter snoeien we in de 2e week van maart, bij strenge winters snoei je best na half maart (bij niet-vriezend weer).

Het snoeien van rozen bestaat vooral uit het weghalen van alle dode takken en stompjes, het vrijmaken van het binnenste gedeelte voor licht en lucht, het verwijderen van zwakke en dunne takjes en het insnoeien van de overblijvende sterke takken. Dit insnoeien wordt wat korter of langer gesnoeid al gelang de groeiontwikkeling van de betrokken roos.

Rozen worden gesnoeid afhankelijk tot welke groep ze behoren: klimrozen worden verschillend gesnoeid van struikrozen; miniatuurrozen verschillend van botanische rozen. We gaan daar in dit artikel dieper op in.

Het is dus noodzakelijk te achterhalen tot welke snoeigroep je roos behoort. Let er dus bij aankoop te noteren welke roos je bezit. Een overzicht van rozen snoeien volgens snoeigroep kan je vinden op http://www.tuinkrant.com/snoeigids/ 

Just Joey

Rozen variëren aanzienlijk van vorm. Van de wilde, enkelbloemige roos met z'n 5 bloemblaadjes tot de grote, gevulde bloemen die we bij de moderne hybriden en de klassieke cultivars terug kunnen vinden:

* Plat of open bloemvorm :

Gewoonlijk zijn dit enkele bloemen met slechts 5 blaadjes, of halfgevulde bloemen met karakteristieke platte bloemblaadjes. Komt vooral voor bij wilde rozen. 

* Kelkvormige bloemvorm :

Zijn open, de meedraden zijn in het hart te zien. Ze kunnen enkel, halfgevuld, gevuld of dubbelgevuld zijn. De bloemblaadjes zijn naar buiten toe gebogen. 

* Spitse bloemvorm :

Deze bloemen hebben elegante, spitse knoppen en kunnen halfgevuld of gevuld zijn, en dit met een hoog hart. Deze bloemvorm is karakteristiek voor Theehybriden. 

* Urnvormige bloemvorm :

Deze bloemvorm komt eveneens bij Theehybriden voor, met een meer gebogen vorm en een platte bovenkant. Ze kunnen halfgevuld, gevuld of dubbelgevuld zijn. 

* Ronde bloemvorm :

Deze bloemvorm heeft een dichte, ronde vorm en is gevuld of dubbelgevuld met overlappende bloemblaadjes van gelijke grootte. 

* Rozet bloemvorm :

Deze massieve bloem is gevuld of dubbelgevuld en heeft vaak een platte vorm met massa's elkaar overlappende bloemblaadjes van ongelijke grootte. 

* Gekwartierde bloemvorm :

Dit is een vrij opvallende bloemmet talloze ongelijke blaadjes in 4 vierkanten gegroepeerd. De bloem is vaak plat en gevuld of dubbelgevuld. 

* Pompon bloemvorm :

Deze kleine, ronde bloemen zijn gevuld of dubbelgevuld met talloze, even grote bloemblaadjes. 

(Literatuur bloemvormen: Rozenencyclopedie - ISBN 90 410 0029 1)

Graham ThomasEen zieke roos is geen reclame voor je tuin en voor de roos zelf. De koningin der bloemen krijgt het steeds moeilijker haar status van meest populaire tuinplant te behouden.

De oorzaken zijn gekend : echte meeldauw (witziekte), sterreroetdauw en roest.

Op de kwekerijen tijdens de teeltfase worden deze ziekten doeltreffend met chemische middelen bestreden. Maar wat éénmaal de rozen de kwekerijen verlaten hebben? In openbaar groen is spuiten uit den boze. Ziektegevoelige cultivars worden er zo spoedig mogelijk opgeruimd. Als ze vervangen worden zal men vragen naar gezond blijvende cultivars. Ook uzelf, steeds meer milieubewust, is steeds minder bereid om chemisch tegen ziekten te spuiten.

Plant Publiciteit Holland (P.P.H.) geeft ook reeds te kennen in haar publicaties meer aandacht te schenken aan de ziektegevoeligheid van de gewassen. Het Nederlandse informatie- en kenniscentrum (IKC) heeft een enquête gehouden onder de rozentelers naar de gevoeligheid van de rozensoorten aan ziekten. Het doel is de schijnwerpers te lichten op gezonde cultivars en zo de ziektegevoelige soorten te verdringen. In de VKC-keuring wordt het aspect gezondheid benadrukt door het totaal aantal te behalen punten (100), waarbij er :

40 worden toegekend aan gezondheid 
20 aan vorm en kleur van de bloem 
20 aan bloeirijkheid 
10 aan groeikracht 
10 aan schoning. 

Bij de Duitse All-Deutsche-Rosenneuheitenprüfung (ADR) rozenkeuring weegt gezondheid zwaar door, vermist rozen daar gedurende 3 jaar niet mogen gespoten worden.

Uiteindelijk begint het ganse verhaal bij de veredelaar die te lang hebben veredelt op kleur en vorm van de bloem. De geur is ondertussen al terug herontdekt, maar de gezondheid van de roos is veel te lang verwaarloosd geweest.

Wat is nu een goede roos ? 

Vraag het eens aan 3 verschillende rozentelers. Wees niet verbaasd dat je 4 verschillende antwoorden krijgt. Bij de evaluatie van een rozencultivar lopen de gedachten soms ver uit elkaar. Verwonderlijk is dat niet want, de ideale roos bestaat immers niet. Elke roos is een compromis van een aantal eigenschappen. Meestal moet deze op één der eigenschappen inleveren en minder goed scoren. Geur, bloeirijkdom, groeikracht, ze zijn allemaal belangrijk.

Dit alles is dus ook de reden waarom rozen catalogusen in binnen- en buitenland zo sterk van elkaar verschillen. Ook in andere landen ligt het accent op het aanbieden van alternatieven voor ziektegevoelige gewassen.

In bijna elke catalogus kan je wel 2 klassieke rozen terugvinden die voor hun gezondere groei worden aangeprezen, dit zijn :

Rosa 'Dame de Coeur' - grootbloemige (hier afgebeeld)

Rosa ' The Fairy' - kleinbloemige 

(Literatuur : Kontakt - aug.1997 - Studiekring Boomkwekerijschool)

Meilland Regatta

Doorbloeiende heesterrozen voor kleine en grote tuinen :

Soms zie je van die vlotgroeiende, soepele rozelaars die in tuinen en parken uitgroeien tot heuse struiken die weergaloos bloeien. Onder kenners worden deze heesterrozen 'landschapsrozen' genoemd.' Zo opvallend kleuren ze tuinen, parken en plantsoenen. Vooral de doorbloeiende heesterrozen zijn wegens hun gemakkelijke groei en rijke bloei voltreffers in elke tuin.

ln alle vormen- en- kleuren:

Wanneer de zon in juni hoog aan de hemel staat, beginnen de rozen te bloeien. Juni is immers de rozenmaand bij uitstek. Klimrozelaars sproeien wolken parfum in de lucht, perkrozen vouwen hun knoppen open en een enkele heesterroos is een schitterende blikvanger in een voortuintje. Heester- of struikrozen zijn robuuste, sterk vertakkende struiken.

Sommige worden wel twee meter hoog en breed, andere blijven van bescheidener afmetingen. Maar alle hebben ze gemeen dat ze zonder al te veel snoei een plek kunnen opeisen in tuinen en plantsoenen en in parken en parktuinen. U kunt ze vinden met bloemen in allerlei kleuren en de groeiwijze kan heel verschillend zijn. Naast de meer opgaande types zijn er sierlijk overhangende heesterrozen en struikrozen die geroemd worden om hun bodembedekkende eigenschappen. De brede, vrij hoge types onder de heesterrozen staan hun mannetje in struikenborders en als solitair op een gazon. De spreidende heesterrozen zijn erg geschikt voor lage hegjes en geven een accent aan borders met vaste planten en de bodembedekkende struikrozen overgroeien taluds en zijn prachtig op vluchtheuvels en in bermen.

Door hun sterke, probleemloze en ziektevrije groei heb je er niet veel planten van nodig en hoef je niet eens de gifspuit te hanteren. Bovendien zijn ze volkomen winterhard en onderdrukken ze met hun welige groei alle onkruid. Zelfs op schrale grond zullen ze uitgroeien tot imposante rozenstruiken. Vaak hebben heesterrozen iets ongedwongens en uitermate natuurlijks. Ze hebben niets van de, stijfheid van de meeste perkrozen.

Heesterrozen praktisch: 

Door de brede groei, zijn er slechts weinig rozelaars per m2 nodig: twee tot vier rozelaars is voldoende. Dat is erg economisch. Rozelaars op naakte wortel kunnen geplant worden van november tot maart. Het verdient aanbeveling rozelaars op naakte wortel vroeg in het plantseizoen te planten. In container (pot) gekweekte rozelaars kunnen in principe het hele jaar door geplant worden. Plant ze zo diep dat de occulatieplaats, de knobbel waaruit de takken groeien, ongeveer 5 cm onder de oppervlakte zit. In het najaar is het aangewezen de heesterrozen aan te aarden en een meststof op de bodem aan te brengen, bijvoorbeeld een laagje stalmest. In de handel is ook speciale rozenmest voorhanden. In het voorjaar worden de doorbloeiende heesterrozen gesnoeid. Bodembedekkers kunnen tamelijk laag worden teruggesnoeid. Hogere heesterrozen worden op 40 cm gesnoeid. In de loop van het bloeiseizoen worden de uitgebloeide trossen weggenomen.

In september is dat niet meer nodig. De laatste bloemen zullen dan in veel gevallen uitgroeien tot rozenbottels die de struik ook in de winter sierwaarde geven. Op plantsoenen en langs wegen worden de bodembedekkende rozen om de drie jaar mechanisch gesnoeid.

Een mooie selectie aan heesterrozen:

De volgende heesterrozen hebben hun deugdelijkheid bewezen. Ze zijn volkomen gezond en bloeien, wanneer de uitgebloeide trossen worden weggeknipt, van vroeg in het rozenseizoen tot diep in de herfst :

'Bonica 82' heeft fraaie helderroze, gevulde bloemen in trossen. Deze variëteit is bijzonder winterhard en resistent tegen strooizout. Langs wegen, aan de straatzijde van een tuin en op middenbermen van autostrades en zelfs in de kuststreek is het één van de allerbeste rozelaars. 'Bonica 82' is van het spreidende type, maakt stevige vertalkte struiken en wordt 60 cm hoog en bijna even breed. 

Beduidend hoger is 'Angela'. Deze ongeveer één meter hoog wordende struik heeft halfgevulde lichtroze bloemen. 

Van hetzelfde type, maar iets lager blijvend is 'Lavender Draem'. De lavendelkleurige bloempjes staan in trossen en geuren sterk. Het is een opvallende kleur die past in de voorgrond van een blauwe of een roze vaste planten border. 

'Fleurette' is met zijn karmijnroze enkelvoudige rozen die elk een wit hartje hebben een vrije lage, maar erg sterke heesterroos. 'Fleurette' is erg geschikt voor hegjes en brede perken. 
'Heidesonuner' heeft crèmekleurige knoppen. De middelgrote, halfgevulde witte bloemen tonen als ze helemaal geopend zijn hun diepgele meeldraden. Deze bossige heesterroos bloeit rijk en wordt niet hoger dan 60 cm. 

'La Sevillana' is met zijn scharlakenrode bloemen een krachtige verschijning. Ze verkleurt niet in het minst. Ook zij wordt ongeveer 60 cm hoog en 50 cm breed. 

'Rush', één van de toppers van de Belgische veredelaars Louis Lens is een rechtstreekse afstammeling van de botanische roos Rosa multiflora. Ze bloeit echter door, vaak tot in december. Dan sterven de laatste bloempjes in een lijkwade van ochtendrijp. De roze, vrij grote, enkele bloemen hebben een gaaf wit harige, op goede grond wordt deze roos al gauw 1,5 m hoog. Door de roos lager te snoeien blijft 'Rush' meer gedrongen. De plantafstand bedraagt in perken ongeveer 60 cm. Zodat u niet veel planten nodig hebt om een breed massief te vullen. 

Swany


Sterke doorbloeiende bodembedekkers:

'Pink Mediland' heeft veel weg van een botanische roos. De zalmroze, enkele bloemen hebben een wit hartje waartegen de meeldraden mooi afsteken. Ze staan in losse trossen die wel twintig bloemen kunnen bevatten. 

'Red Mediland' , is een rode tegenhanger van de vorige. Het is een perfecte bodembedekker die even breed wordt als hoog, ongeveer 60 cm.

'Alba Mediland' is zo mogelijk nog soepelere van vorm. Deze rozelaar die zich gedurende de zomermaanden tooit met talloze witte en sterk gevulde bloempjes is bij uitstek geschikt voor taludbeplanting en om tussen andere lage planten door te kruipen. De hoogte en de breedte wordt ongeveer 70 cm. 

De plantdichtheid van deze drie bodembedekkers is twee tot vier planten per m2. 

'Tapis Volant' is een verrukkelijke bodembedekker van Belgische origine (Louis Lens 1982). De witte bloemen met een rozige parelmoeren schijn zijn enkel en 4 cm breed. De plant ontwikkelt zich met overhangende takken die doorbuigen door het gewicht van de talloze bloemen. De breedte wordt al gauw meer dan een meter.

(Literatuur: Nieuwsbrief sierteeltproducten nr. 118 - VLAM)

Souvenir de la MalmaisonKlimrozelaars zijn struiken met karakter, het zijn snelle groeiers die bij een correcte snoei uitbundig bloeien. Er zijn verschillende groepen: sommige hebben stijve opgaande takken, andere uitgesproken soepele ranken en één groep ervan, de liaanrozelaars, kunnen in enkele jaren tijd een schuurtje of een stevige boom overgroeien.

Omdat je bij het aanplanten van een rozelaar rekening moet houden met het typische karakter van elke klimrozelaar, is het goed de klimrozelaars op te delen in een viertal groepen : leirozelaars, grootbloemige klimrozen, kleinbloemige klimrozen en liaanrozelaars.

Dat is een goede indeling, al heeft elke rozelaar zoals gezegd zijn eigen karakter. De grootbloemige behoren over het algemeen tot de zogenaamde climbing-variëteiten. Zij zijn vaak ontstaan als sport of mutant van een gewone perkroos. Ze hebben over het algemeen stijve opgaande takken die aan een klimrek kunnen worden aangebonden. De kleinbloemige klimrozen zijn echte klimrozen. Zij zijn meestal niet uit een perkroos ontstaan maar uit botanische rozelaars en cultuurrozen die van nature een klimmend karakter hebben. De ranken van de leirozelaars zijn langer en soepeler. Ze willen een groot klimrek als steun en kunnen vrij goed aangebonden worden. Liaanrozelaars worden in het Engels 'ramblers' genoemd. Het zijn geweldige groeiers waarvan de soepele ranken vele meters lang worden. Ramblers zijn veelal veredeld uit Rosa wichuriana en Rosa multiftora, rozen die in de natuur woudreuzen kunnen overgroeien. Zulke liaanrozen zijn het mooist wanneer ze nonchalant op en over bomen kunnen groeien, bijvoorbeeld in oude fruitbomen. Ook zijn zij in staat schuurtjes te overgroeien zodat ze vooral veel plaats nodig hebben. Omdat klimrozen een erg verschillend karakter en groeikracht hebber, moet je bij de aanschaf en het aanplanten met overleg te werk gaan, anders loopt het mis. Bovendien is de zomer- en de voorjaarssnoei een bewerkelijke en vooral stekelige onderneming. Wanneer je er echter de nodige aandacht aan besteedt en de voornaamste verlangens van de klimrozelaars inwilligt, bloeien ze rijkelijk en kunnen ze de hele tuin in een prachtige gloed zetten. Bovendien verstrooien vele rozelaars de neus met een heerlijk parfum.


De voornaamste verlangens van klimrozelaars

Zoals alle rozen verlangen klimrozen een goede vruchtbare bodem en een plekje in de volle zon dat goed in de wind ligt. Rozelaars willen immers een luchtige, zeg maar winderige standplaats. Op een plekje in de luwte zijn ze, zoals vele andere rozelaars overigens, vatbaarder voor allerhande schimmelziekten. Op plaatsen waar de wind door de ranken kan spelen, zijn klimrozelaars sterk en gezond. Het is goed zware gronden luchtiger te maken en lichte zandgronden met organische mest en humus te verrijken. Ook de pH speelt een rol, rozelaars groeien het liefste in neutrale tot zwak kalkrijke bodems. Maar op dat vlak zijn ze niet erg kieskeurig.


Geef ze een degelijke steun

In de natuur werken klimrozelaars zich met hun stekels (rozen hebben geen doornen, maar stekels) in bomen, over rotsen en struiken omhoog. In de tuin zul je ze meestal een klimrek als steun moeten geven of op zijn minst een stevige paal. Wanneer je klimrozen tegen een muur laat klimmen moet het klimrek minstens 10 cm van de muur verwijderd zijn. Vooral langs een muur op het zuiden is dat van belang omdat klimrozelaars zoals gezegd luchtig moeten staan. Klimrozen en dan vooral de leirozen en de grootbloemige cultuurvariëteiten willen een breed klimrek. Je kan de nieuwe ranken dan telkens breeduit aanbinden.

Wanneer je de ranken in een brede boog naar beneden buigt, wordt de bloemvorming bevorderd. Recht omhoog groeiende ranken bloeien minder overvloedig dan de uitgebogen ranken. De hoogte en de breedte van het klimrek zijn afhankelijk van de groeikracht. Twee meter hoog en even breed is een minimum.


Korte maar spectaculaire bloei

De meeste klimrozelaars bloeien slechts gedurende een periode in het jaar. Dat bloeitijdstip valt meestal in juni of juli. In deze relatief korte bloeiperiode bloeien de meeste klimrozen wel erg spectaculair en overvloedig. Een aantal klimrozelaars zoals de alom gekende 'New Dawn' hebben een tamelijk goede nabloei. Andere remonteren in de herfst en kunnen ook dan weer erg fraai zijn. De lekker geurende 'Mme Isaac Pereire' die zoals vele oudere rozenvariëteiten mooi gekwartierde rozen bezit, schenkt zijn bezitter een prachtige septemberbloei.


De laatste tijd zijn er een aantal doorbloeiende klimroosjes op de markt.

Aanbevelenswaardig is 'Guirlande d'Amour', een recente Belgische roos veredeldt door Louis Lens. De vrij korte bloeiperiode, die bij de sterkere soorten toch bijna een maand aanhoudt mag niemand ervan weerhouden deze blikvangers te planten. Wie ze eenmaal in de tuin heeft, kijkt er elk jaar weer naar uit. En ook in de rest van het groeiseizoen bewijzen ze hun nut, bijvoorbeeld als houvast voor grootbloemige Clematissen en, waarom niet, als ondoordringbare haag.

Schneewittchen
Rozen kopen

Koop nooit zomaar een rode, witte of roze klimroos. Koop rozen op naam. Er zijn talloze goede klimrozen, leirozelaars, kleinbloemige en grootbloemige rozelaars en liaanrozelaars die voor allerlei doeleinden kunnen dienen. De volgende rozelaars worden algemeen aangeboden en zullen slechts zelden teleurstellen.


Geurende grootbloemige klimrozen

'Compassion' is een zalmroze roos met abrikooskleurige nuances. Ze heeft een sterke bossige groei en sterk donkergroen blad.

'Sympathie' is een kleurvaste donkerrode roos met frisgroen blad die de geur heeft van wilde rozen. De plant is bossig en rechtopgaand. Met zijn hoogte van 4 meter staat ze erg fraai aan een pergola.


Klimrozen met midddelgrote bloemen

'New Dawn' is de best gekende klimroos. Ze heeft een lichte, maar subtiele geur, en heeft trossen zilverroze bloemen op lange stelen. 'New Dawn' heeft een goede nabloei.


'Golden Showers' bloeit citroengeel en geurt zachtjes. Ze bloeit voor een klimroos erg goed door en begint daar al vrij vroeg mee in het seizoen.


Leirozelaars met slappe dunnen takken die zich gemakkelijk laten vormen : 

'Leverkusen' heeft trossen mooie citroengele bloemen en is zeer winterhard. Ideaal voor het overgroeien van kleine pergola's.

'Paul Noel' bloeit met trossen zalmkleurige roosjes en heeft verder dezelfde eigenschappen als 'Leverkusen'.


Liaanrozelaars :

Rosa filipes 'Kiftsgate' is ongetwijfeld de uitbundigste liaanroos. Met haar vele meters lange ranken is deze eenmaal per jaar bloeiende roos een meid voor alle werk. Eind juni kan ze zelfs van een grote fruitboom een prachtig witbloeiend boeket maken.


'Bobby James' kan eveneens een hoogte van 10 m bereiken. De bloemen zijn iets groter dan die van 'Kiftsgate' en de witte bloemen bezitten een crèmegeel hartje. Een aanrader voor wie een geschikte plaats heeft om deze roos haar gang te laten gaan.


Ville de RoeulxHet planten

Vooraleer je de rozen koopt, moet de grond plantklaar worden gemaakt. Rozen groeien het beste op neutrale, voedzame leemgrond. Aan zware kleigronden kan je scherp zand en humus toevoegen om ze geschikt te maken. Zandgronden worden optimaal met verteerde stalmest. Voor het planten dompel je de wortels enkele uren in een emmer water waaraan je desgevallend een wortelbevorderend poeder kunt toevoegen. Voor klimrozen is het aangewezen eerst de stevige steun te plaatsen alvorens de rozen te planten. Maak een ruim plantgat waarin je de wortels gemakkelijk kunt uitspreiden. Zorg er voor dat de oculatieplaats, de verdikking waaruit de gesteltakken vertrekken, ook na het inklinken van de bodem vijf cm onder de grond zit. Geef ruim water en dek de grond nadien af met een laagje verteerde stalmest en zorg dat de mest de rozentakken niet raakt.


Planttijd en plantafstand

Vanaf begin november tot uiterlijk begin april is het rozen planttijd. Maar je plant de rozen beter vroeger dan later, uiteraard bij vorstvrij weer. Al naar gelang de groeikracht worden klimrozelaars 3 tot 6 meter. Veel zul je er dus niet nodig hebben. Alleen aan pergola's en rozenbogen, waarover ze breeduit kunnen groeien, kunnen ze dichter bij elkaar worden geplant. Snoei en plant rozelaars, met het oog op de stekels, altijd met tuinhandschoenen aan. Na het planten snoei je klimrozelaars niet diep terug zoals bij perkrozen. Beter is het de minst krachtige scheuten tegen de grond weg te knippen en alleen de sterkste te laten staan. Als je ze vroeg plant, aard de planten dan aan tegen de vrieskou. Na een jaar of drie zal een klimroos zijn uitgegroeid tot een imposante verschijning. 


Snoei en vormgeving

Eenmalig bloeiende klimrozelaars kun je onmiddellijk na de bloei terugsnoeien tot op de stevige jonge scheuten. Zo zal de plant volgend jaar nog veel spectaculairder bloeien. Als je van doorbloeiende rozelaars de verwelkte bloemtrossen wegsnoeit, zullen er meer bloemen verschijnen. Begin maart neem je de oude afgedragen en de verdorde takken weg. Dan zal de struik zich telkens verjongen. Soms, als de struik te dicht dreigt te worden, neem je bij de grond hele gesteltakken weg. Dikwijls zullen dat de oudste en de dikste zijn. Geen nood, de struik zal z'n schade snel inhalen. De lange jonge scheuten die overblijven kort je niet in . Je kunt ze beter waaiervormig uitbuigen en zo aan de steun vastbinden. Uitgebogen rozenranken geven niet alleen een vorm aan de struik, ze bloeien ook het uitbundigst. Bind de ranken losjes aan de steun door met stevige geplastificeerde binddraad een lus te vormen, zodat de draad de rank niet afsnoert wanneer hij dikker wordt.

Yellow Meillandina

De mooiste rozen om in een pot op het terras te houden zijn rozen met soepele takken die niet al te groot worden. 
De rozen die daar het meest voor in aanmerking komen zijn de zogenaamde moschatahybriden. Al hebben ook een aantal bodembedekkers en lage perkrozen een typisch spreidende vorm die in pot het mooiste is. 
Onder die moshatahybriden of muskusrozen hebt u onder andere de keuze tussen 'Ballerina', 'Bel Esprit', 'Flash', 'Jet Spray', 'Poesie' .
Onder de bodembedekkers komen rozen als 'Red Meidiland' en 'Pink Meidiland' in aanmerking. 
Neem voor rozen altijd een pot die minstens 40 cm breed is.

De meeste gestelde vragen over rozenplagen betreft sterreroetdauw:

Sterreroetdauw wordt veroorzaakt door de schimmel Diplocarpon rosae, met de ongeslachtelijke vruchtvorm, Actynonema rosarum. Het is vooral deze laatste die we algemeen aantreffen gedurende het groeiseizoen in het besmet bladweefsel. Onder de microscoop zijn deze waar te nemen als kleine open sporekapsels, zogenaamde aecervula's waaruit tweecellige, ietwat ingesnoerde, sporen ontsnappen met 4 typische kringetjes. 

Ziektebeeld :

Aanvankelijk paarse vlekken die later zwart worden en onregelmatig over het blad zijn verdeeld. De vlekken zijn vaak ook cirkelvormig met uitdijende zwarte straaltjes (= sterreroetdauw). Meestal treed ook vergeling op van delen van de bladschijf. Bladfragmenten komen dan los om tenslotte af te vallen.

In de zomer neemt deze ziekte een sterke uitbreiding, hetgeen resulteert in een sterke bladval en een sterk teruglopende bloei. Sterreroetdauw is een ziekte die de laatse jaren sterk is toegenomen.

In de herfst staan de rozenstruiken er meestal heel kaal bij. Na de wintersnoei en wanneer het ziekte blad niet werd weggeharkt, ontstaan van hieruit de eerste sporenvluchten !!! 

Bestrijding : 

In de eerste plaats PREVENTIEF bestrijden door de zieke bladeren zo snel mogelijk op te ruimen en te verbranden !

Er is verschil in gevoeligheid voor sterreroetdauw tussen de verschillende rozenrassen. 

Bij sterke aantasting vanaf mei, om de 14 dagen spuiten, en dit tot ongeveer half juli. 

Pearl Meidiland

 

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!