A

 Actinidia

actinidia, kiwi, straalstempel

Actinidia chinensis - kiwi
Actinidia kolomikta 
Actinidia polygama 
Bedradingssystemen bij kiwi-aanplantingen 

Actinidia chinensis - kiwi:

Kiwi's worden voornamelijk rond of vlak na de bloei gesnoeid. De vruchten komen slechts op zwakke twijgen die het jaar tevoren zijn gevormd. Dus op het eenjarig hout. De bestuivers (mannelijke planten) worden steeds na de bloei gesnoeid.

Indien de kiwi wordt aangeplant als sierplant, bijvoorbeeld bij pergola's, dan beperkt de snoei zich tot uitdunnen of terugnemen van de oudste takken voor de verjonging en het weghalen van eventueel dood hout.

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Men kan de groei van kiwiplanten afremmen, door te snoeien kort na de vruchtzetting (mei-juni). Regelmatige zomersnoei helpt de groei afremmen en bevordert de vorming van zwak, klein vruchthout. Hierdoor kan de vruchtzetting toenemen.
De overtollige takken en en sterke, dikke twijgen (scheuten) welke geen vruchten dragen kan men dan probleemloos wegsnoeien. Twijgen welke te zwaar beladen zijn met vruchten kan men doorknippen op enkele vruchten. Men tracht steeds na elke vrucht wat blad te laten staan.
Bij het nadunnen zal men de vruchten voldoende ruim uit elkaar zetten.

Snoeien in de wintermaanden (december-januari) zal de groei bevorderen, terwijl het snoeien in het voorjaar- zomer (mei - september) de groei zal verminderen.

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       


Te laat snoeien (februari - maart) heeft sapverlies tot gevolg. Indien je niet kon snoeien in december (januari), dan kan je beter wachten tot er voldoende bladeren op de planten staan. De snoei van kiwiplanten komt in grote lijnen overeen met die van druiven.

De wintersnoei

Zijtakken worden op 2 ogen voorbij de vrucht weggesnoeid. Bij oudere planten moet men zorgen dat er voldoendelucht en ruimte blijft en verjongingssnoei toepassen door een enkele oudere tak diep terug in te nemen.

De zomersnoei

Bij nieuwe scheuten kort men eind juni de top in om zijtakken te krijgen, verdeel deze nieuwe scheuten over de beschikbare ruimte. In het 2e jaar leidt men deze scheuten horizontaal langs het raamwerk met circa 20-25 cm tussenruimte, nijp deze scheuten af zodra het eind van het raamwerk of bedrading bereikt is. Uit deze horizontale scheuten ontstaan zijscheuten, die men nijpt boven het 5de blad, scheuten met vruchten worden ingenepen op 7 bladeren boven de vrucht, dit houdt men de gehele zomer bij en verwijdert eventueel een teveel aan scheuten.


Aankoop en opkweek van de kiwi

De kiwi is tweehuizig, dit wil zeggen voor het bevruchten moet men 1 mannelijk exemplaar hebben wil een vrouwelijke kiwi bevrucht raken.
Plant de kiwi's tegen een muur of schutting op het zuiden. De ranken leiden of aanbinden.
Bij de teelt als vruchtopbrengst moet iedere plant minstens 4 m tot zijn beschikking hebben. Bij de aanplant van de kiwi snoeit men de plant flink terug (okt-mrt), hieruit ontstaat in het voorjaar een krachtige scheut.

Snoei de eerste jaren

Als je een kiwiplant aankoopt, zal dit meestal een een- of tweejarige plant zijn. Je kan hem best goed leiden aan een muur of beter nog omhoogleiden aan een soort pergolasysteem. De vruchtdragende takken komen dan als een paraplu omlaag te hangen.
De groei is de eerste jaren zeer sterk, dit is ten nadele van de vruchtbaarheid.

Vervangsnoei

Het belangrijkste is zo te snoeien dat men een goed gestel krijgt met goed vruchthout en dat groei en vruchtbaarheid in evenwicht zijn. De vruchten ontstaan meestal uit de eerste 3 tot 6 knoppen van een zich ontwikkelende jonge scheut. De vruchtdragende scheuten op middelsterk, zwak jong hout (eenjarig hout) geven meestal vruchten. Jonge scheuten op ouder hout geven meestal geen vruchten.
Wintersnoei is vooral bedoeld om oudere vruchttakken te vervangen. (Ouder dan 3 jaar)

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Mannelijke en vrouwelijke planten

Je kan best 2 verschillende planten kopen. De meeste kiwirassen zijn tweehuizig. Je hebt dus mannelijke en vrouwelijke planten. Normaal geven enkel de vrouwelijke planten vruchten.
Er bestaan enkele rassen die eenhuizig zijn (mannelijk en vrouwelijke tegelijk). Bij deze zgn. zelfbestuivers is het niet echt noodzakelijk van een mannelijke bestuiver te planten. Toch geeft een extra bestuiver bij een zelfbestuiver, meestal dikkere vruchten en meer oogstzekerheid.

Het verschil tussen de mannelijke planten en de vrouwelijke planten is enkel te zien tijdens de bloei. De eerste bloemen verschijnen meestal pas ruim 4 jaar na het planten.
De mannelijke bloemen bevatten zeer grote stuifmeeldraden en kleine stampers. 
De vrouwelijke bloemen bevatten zeer kleine meeldraden en grote stampers.

Eénhuizige rassen (normaal geen bestuiver nodig): 
Actinidia deliciosa 'Jenny'
Actinidia arguta 'Issai' (mini-kiwi)
Actinidia arguta 'Weiki'
Tweehuizige vrouwelijke rassen:
Hayward: late bloei en laat rijpend
Monty: late bloei en half vroeg rijpend
Abott: zeer vroege bloei en vroeg rijpend
Bruno: halfvroegrijpend
Tweehuizige mannelijke rassen: (A. deliciosa)
Deze bestuivers zijn in de meeste gevallen wenselijk om een goede vruchtzetting te bekomen.
Atlas
Malus
Matua
Tomuri (late bloei die soms tegenvalt)

Plantplaats

Als plantplaats kies je een zonnige, warme plaats uit. Bijvoorkeur geen onderbegroeiing toelaten!
In volle rust zijn de planten winterhard tot -12°C. Jonge scheuten zijn gevoelig voor late lentevorst van -2°C.
Warm weer, zonder nachtvorst tijdens de bloei is bevorderlijk voor de vruchtzetting. Mannelijke bestuivers verzekeren meestal een goede vruchtzetting.

Plantafstanden

De sterke groei van de kiwiplant maakt dat ruim geplant moet worden. Een plantafstand van 4 tot 6 (10) meter is wenselijk.

Teeltsystemen

Er zijn bij kiwi meerdere teeltsystemen mogelijk. In alle gevallen wordt het gewas langs draden geleid. Dat kan aan rechte hagen, maar ook aan pergola's en tafelsystemen. De ondersteuning moet erg stevig zijn, omdat er veel gewas aan komt te hangen. Ze moet bovendien duurzaam zijn omdat een beplanting erg lang meekan.

Actinidia kolomikta:

Sterkgroeiende klimplant, regelmatig snoeien is noodzakelijk. Verspreid de scheuten gelijkmatig aan horizontaal geplaatste draden, anders wordt het snoeien bijna onmogelijk. Met snoeien pas beginnen als de tussenruimten zijn opgevuld.

Vanaf dan volgen we de volgende snoeirichtingen:

- Alle groeiende scheuten (A) die meer dan 60 cm lang zijn geworden, snoeien we terug tot 15 cm van de oorsprong (de plaats waaruit ze zijn gegroeid). Dat doen we in de zomerperiode, mogelijks is meerdere malen inkorten noodzakelijk.
- Verticale groeiende nieuwe scheuten binden we in de zomer verder aan.

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       


- In de winterperiode snoeien we de scheuten (A) verder terug tot 1of 2 knoppen van de basis (de 15 cm lange scheuten dus nog verder inkorten)

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       


Wanneer de planten ouder en te dicht begroeid zijn geworden, moeten elk jaar enkele van de oudste stengels verwijderd worden. Ze worden vervangen door jonge scheuten. Die jonge scheuten worden gemakkelijk vanuit de voet gevormd. Deze nieuwe, jonge scheuten aanbinden aan de verticaal geplaatste draden.

Actinidia kolomikta kan ook aan een pergola, driepoot of paal geleid worden. Laat de scheuten dan gewoon tot aan de top groeien om ze dan te laten afhangen. Snoei die scheuten die echt te lang worden in de zomer weg. Eventueel kunnen in de winterperiode enkele oudere takken vervangen worden. Snoei ze alleen weg als er voldoende jonge vervangers zijn.

Actinidia polygama:

Uitdunnen en terugknippen van de oudste takken. Zijn oudere planten wat kaal geworden dan sterk terugsnoeien (verjongen).

jan. feb. mrt. apr. mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec.
                       

Bedradingssystemen bij kiwi-aanplantingen

Nieuwe tuinplannen worden in de winter gesmeed. En wie zinnens is na de winter kiwi's aan te planten zal alvast de nodige voorbereidingen moeten treffen. Vooraleer kiwi's aan te planten is het noodzakelijk een stevige en duurzame bedrading te installeren. Die ondersteuning is vereist om zwaar met vruchten beladen takken van deze kiwiplant overeind te houden.

Aangezien een kiwiplant gemakkelijk 50 jaar en meer kan meegaan is een besparing op de uitgaven van het bedradingsysteem zeker af te raden.

Als ondersteuningsmateriaal kan men, volgens de beschikbaarheid, houten, metalen of betonnen palen gebruiken die minimum 60 cm diep in de grond geboord worden. Voor de bedrading wordt een roestvrije staaldraad van 2,5 tot 3,15 mm doorsnede aanbevolen.

Voor het bedradingsysteem heeft men keuze uit drie constructies:

* Constructie met bedrading in één vlak
* T-balk constructie
* Pergola constructie

Bij de constructie met bedrading in één vlak heeft men de keus, één, twee of drie draden op verschillende hoogten boven de grond te spannen.
Bij één draad spant men deze 180 cm boven de grond, gebruikt men twee draden dan spant men de eerste op 90-110 cm, de tweede op 180-200 cm hoogte. 

Bij de constructie met drie draden spant men ze als volgt: de eerste op 80-90 cm, de tweede op 140-150 cm en de derde op 200-210 cm boven de grond.

Constructie in één vlak tegen een zuidermuur

Zelden worden er meer dan 3 niveaus genomen omdat het risico op vorstschade stijgt naarmate men dichter bij de grond komt.
De afstand tussen de rijen wordt bij deze constructie 4 m genomen. In de rijen plaatst men elke 6 m een ondersteuningspaal.

Voor de amateur die enkele planten langs een zuidermuur wil kweken is deze werkwijze zeer geschikt. Hij spant dan draden om de 60-80 cm en 10-20 cm van de muur tot de hoogte die hij wil bereiken.

De constructie met bedrading in één vlak heeft als grote voordeel dat ze het minste aantal onderhoudsuren vraagt en het goedkoopst is qua installatiekosten.
Nadelen zijn o.a. de grotere windschade, de moeilijkere bestrijding van ziekten en plagen en vooral de mindere kwaliteit van de vruchten die aan de onderste niveaus groeien vanwege lichtgebrek.

Standaard T balk
Standaard T balk

Bij de T-balk constructie wordt één draad op 180 cm hoogte gespannen. Op dezelfde hoogte, of iets lager, spant men op 75 tot 100 cm links en rechts van de middelste draad nog twee bijkomende draden. Om deze draden te kunnen spannen dient men de ondersteuningspaal te voorzien van een horizontale balk die samen met de paal een T-vormig kruis vormt.Een plantverband van 4,5-5 m tussen de rijen en 5,5-6 m in de rij wordt bij de T-balk constructie aangehouden. Deze constructie heeft als grootste voordeel dan men de laterale aan de buitenste draden kan vastmaken en daardoor de windschade sterk kan beperken


Een kiwi-aanplanting met een T-balk constructie

Een kiwi-aanplanting met een T-balk constructie

Een plantverband van 4,5-5 m tussen de rijen en 5,5-6 m in de rij wordt bij de T-balk constructie aangehouden. Deze constructie heeft als grootste voordeel dan men de laterale aan de buitenste draden kan vastmaken en daardoor de windschade sterk kan beperken

Een pergola kan als volgt geconstrueerd worden:



De ondersteuningspalen worden bij deze constructie van de ene tot de andere rij verbonden met dwarsbalken, die de spandraden moeten dragen. De spandraden zijn aangebracht met een onderlinge afstand van 45-60 cm.

Aangezien de dwarsbalken een groot gewicht dragen dienen deze zeer stevig te zijn, vooral als de afstand tussen de rijen groter wordt dan 3 m. Veel wordt er gevraagd van de eerste en laatste dwarsbalk. Om die reden neemt men hier best dikkere houten (200x100 mm) of stalen (100 x 45 mm) balk. Aangezien de planten bij deze constructie grotere oppervlakten dienen te overgroeien en later in volle productie treden kan men bij de beginfase aangeplant worden op 3 x 6 meter, later wordt er uitgedund tot 6 x 6 meter.

De pergola constructie heeft als voordelen dat er minder windschade vastgesteld wordt en dat er gemakkelijker geoogst kan worden.

De tunnel is een variant op de pergola en past goed in de tuin van de amateur.

De tunnel is een variant op de pergola en past goed in de tuin van de amateur.

Christian De Kezel


Literatuur:

Christian De Kezel - kiwispecialist voor de tuinkrant
http://www.tuinkrant.com/tkarchief/tk/redactiekoppen/kiwiman.htm

Guy De Kinder
www.houtwal.be (tuinlinks en fruitinformatie)
www.geocities.com/blauwbessen/ (blauwbessensite)
www.tuinkrant.com/tkarchief/guy.html (overzicht artikelen)


Voor meer plantengegevens zie de TK plantengids

Meer gegevens opzoeken over deze plant(en) kan in de TK plantengids