Biotoop

Zomer: dromen van een duik in je eigen zwemvijver

Foto Cools bvba EssenZwemvijvers waren vroeger een rariteit maar zijn sinds enkele jaren een echte trend geworden. De zwemvijver biedt dan ook heel wat extra voordelen tegenover het klassieke zwembad. Een zwemvijver kan ook natuurlijker in de tuin geïntegreerd worden. Een duik in je eigen zwemvijver is niet langer een utopie. Tal van bedrijven hebben zijn gespecialiseerd in de aanleg ervan. Het enige nadeel van een zwemvijver is de kostprijs. Het oorspronkelijk idee is overgewaaid uit Amerika en wordt heden in België en Nederland met succes toegepast.

Borders en tuinprojecten: aanleg met vaste planten van een gevlekte schaduwtuin aan de noordzijde van de tuin

Het moet geen jaagwerk worden, maar ik heb zo het gevoel dat het na 28 jaar zoetjesaan tijd wordt om die verwaarloosde noordzijde van mijn tuin eens onder handen te nemen. Er staan daar reeds enkele struiken en kleine bomen, die ik als een goede start zie, om een stukje te creëren van zo’n 2 are groot, met wat men “gevlekte schaduw” noemt: een zich bewegende schaduw die ontstaat door een licht bladerdek waar de zonnestralen zo nu en dan nog doorheen kunnen, maar nooit lang op dezelfde plaats. Dit levert dan getemperd licht op.

Sluip- en bronswespen bestrijden luizen in appelen, peren, rozen, perziken, pruimen, vlieren, erwten, meidoorn, aardappelen, hop

Binnen de groep van de wespachtigen (Apocrita) onderscheiden we twee groepen: de angeldragers (Aculeata) en de parasitaire wespen of sluipwespen (Terebrantia). Tot deze laatste groep behoren o.a. de 'echte' sluipwespen en bronswespen. In tegenstelling tot de bijen die over zuigende monddelen beschikken, hebben wespen kauwend - likkende monddelen. Aan weerszijden van de kop liggen facetogen en op het voorhoofd staan doorgaans 3 enkelvoudige ogen. Op de voorkant van de kop tussen de facetogen staan draadvormige antennen. De antennen zijn belangrijke tastorganen die tevens dragers van de reukzin zijn. De kop is beweeglijk verbonden met het borststuk.

Spinnen nuttig in de natuurlijke bestrijding van luizen, vliegen, muggen, cicaden, rouwmuggen, tripsen, mijten en springstaarten

Het is algemeen geweten dat spinnen uitgesproken nuttige dieren zijn en toch zijn er zeer weinig studies gemaakt over spinnen op akkers en akkerranden. De meest uitgebreide studie in Vlaanderen is die van Mark Alderweireldt, die gedurende 5 jaar intensief bemonsteringen uitvoerde op akkers van de Gentse Universiteit. Op percelen die ingezaaid waren met maïs en Italiaans raaigras heeft hij niet minder dan 110 spinnensoorten aangetroffen die tot 15 verschillende families behoren. Met een dichtheid van 40 spinnen/m2 in de akkerranden en 25/m2 midden in de akker, zijn deze spinnen verantwoordelijk voor het wegvangen van enorme hoeveelheden schadelijke insecten. Spinnen spelen op hun manier een onmisbare rol in het grote geheel dat bijdraagt tot het biologisch evenwicht in onze akkers.

Nuttige gaasvliegen zijn inzetbaar in de fruitteelt in de bestrijding van luizen en spint

De gaasvliegen behoren tot de orde van de netvleugeligen (Neuroptera). Ze maken bijgevolg geen deel uit van de orde van de tweevleugeligen (Diptera) waartoe de vliegen en muggen behoren. Dit omwille van de speciale bouw van hun vleugels. In België en Nederland komen 19 soorten gaasvliegen voor. De gaasvlieg is een langgerekt, groen- of bruinkleurig vliegend insect dat gemakkelijk te herkennen is aan de twee paar tere vliezige vleugels. De vleugels vertonen een fijn mazig netwerk van lichte aderen. Ze zijn groter zijn dan het lichaam en in rust opgevouwen tot een dakje. Bij aanraking verspreiden sommige gaasvliegen een onaangename rottingsgeur die vogels en andere predators op afstand moet houden.

De galmuggen zijn nuttige insecten voor de bestrijding van spint en bladluizen in serres

Galmuggen behoren tot de familie van de Cecidomyidae uit de orde van de Diptera (vliegen en muggen). Ondanks het aantal schadelijke soorten die deze familie bevat, leveren de bladluisroofgalmuggen en de spintroofgalmuggen een belangrijke bijdrage in de geïntegreerde teelten in de serres. Deze op grote schaal gecommercialiseerde roofgalmuggen komen echter van nature veel bij ons voor. Galmuggen zijn onopmerkelijke, uiterst tere, kleine mugjes van slecht 2 tot 5 mm groot. Ze zijn bruin of grijs van kleur, maar kunnen ook rood of geel zijn. De lange antennen hebben een eigenaardige vorm en zijn voorzien van borsteltjes en draadjes. Ze hebben verder lange, slanke poten en zeer dunne lichtbehaarde vleugels die slechts enkele aders vertonen.

Zweefvliegen nuttig in de bestrijding van meer dan twintig soorten luizen: bladluizen, wortelluizen

De familie van de zweefvliegen (Syrphidae) behoort tot de orde van de tweevleugeligen (Diptera). Tot deze orde behoren ook de muggen en andere vliegen. Al deze insecten hebben één paar volledig ontwikkelde vleugels. Het tweede paar vleugels is in de loop van de evolutie bijna volledig gereduceerd tot knotsvormige evenwichts orgaantjes of halters. Hiermee onderscheiden ze zich van bijen, wespen en mieren die over twee paar vleugels beschikken. Van de familie van de zweefvliegen komen er bij ons zo'n 350 soorten voor. Hiervan komen de meeste in grote getale voor en maken ze bijgevolg een groot deel uit van de fauna rondom onze percelen. Nochtans weten maar zéér weinig telers dat de larven van deze insect en één van de meest geduchte vijanden van de bladluizen is.

Loopkevers zijn erg nuttig in de bestrijding van bladluis, coloradokever, larven, cicaden, springstaarten

In de Benelux komen ongeveer 400 soorten loopkevers voor, waarvan er zo'n 26 soorten veelvuldig worden aangetroffen in akkers en grasland. Zoals de naam al doet vermoeden zijn loopkevers uitgesproken bodeminsecten. Velen hebben dan ook graafpoten en kunnen snel lopen. De meeste loopkevers zijn carnivoor, dus nuttig. Het is uiterst belangrijk om de loopkevers te kunnen onderscheiden van andere kevers die vaak schadelijk zijn. De meeste loopkevers zien er echter niet erg bijzonder uit, ze zijn vrij groot en kunnen zeer uiteenlopend van vorm zijn. De meestal gladde dekschilden zijn doorgaans zwart maar kunnen ook metaalachtig van kleur zijn, en voorzien van groeven in de lengterichting. De dekschilden liggen plat op het achterlichaam. Ze vliegen zelden en soms zijn de dekschilden zelfs met elkaar vergroeid.

Lieveheersbeestjes nuttige bestrijders van bladluizen, schildluizen, tripsen, zwarte bonenluizen en mijten

In België komen zo'n honderdtal soorten lieveheersbeestjes voor, waarvan er een aantal zeer algemeen voorkomen in onze gewassen. Diverse andere soorten nemen in aantal toe indien men aan geïntegreerde bestrijding doet. In het algemeen hebben de kevertjes een ovaal tot rond lichaam met felgekleurde dekschilden die geel, oranje, rood, bruin of zwart kunnen zijn. De kop van het kevertje is meestal tot aan de ogen bedekt met het schouderschild. De kleuren van de dekschilden hebben een afschrikfunctie tegen mogelijke belagers.

Roofwantsen nuttig in de bestrijding van rupsen, bladvlooien, bladluizen, rode spin, roestmijten, galmuggen en andere insecten

Orius wantsRoofwantsen hebben een stekende, zuigende snavel, net zoals de bladluizen, bladvlooien en cicaden die tot dezelfde orde van de snavelinsecten (Hemiptera) horen. De wantsen worden nog eens onderverdeeld in drie onderorden,de waterwantsen (Hydrocorisae), amfibie-wantsen (Amphibiocorisae) en de landwantsen (Geocorisae). Tot deze laatste groep behoren niet alleen de nuttige roofwantsen, maar ook de schadelijke soorten zoals de schildwants, bietenwants, groene appelwants, en verwante soorten die tot plagen kunnen uitgroeien op onze land- en tuinbouwgewassen.

Pagina's

Abonneren op Biotoop
Tuininformatie