stekken

Osmanthus: zoetgeurende voorjaarsbloeier is ook een groenblijver

Osmanthus: zoetgeurende voorjaarsbloeier is ook een groenblijver (1050775010)De meer dan 30 soorten van Osmanthus of schijnhulst zijn groenblijvende heesters en bomen en voornamelijk afkomstig uit de Himalaya, China en Japan. Een aantal ervan wordt door tuiniers zeer gewaardeerd om zijn geurende bloemen. De witte of crème bloemen van de meeste soorten zijn onopvallend, maar verspreiden een op jasmijn of gardenia lijkende geur.

Glansmispel of Photinia geeft de voorjaarstuin een rood tintje

Glansmispel of Photinia geeft de voorjaarstuin een rood tintje(987412174)De ongeveer 60 soorten van het Photinia geslacht zijn uitsluitend in Zuid- en Oost-Azië inheems. Deze groenblijvende of bladverliezende heesters hebben enkelvoudige, afwisselende, tot 20 cm lange bladeren. Ze groeien over het algemeen snel. De bladhoudende soorten worden geteeld om hun felgekleurde jonge blad, de bladverliezende soorten ook om hun herfstkleur. De vijftallige, kleine, witte bloemen zitten in een tuil. De kelk blijft meestal vastzitten aan de rode pitvruchten. De bladeren staan verspreid en hebben korte bladstelen. De naam glansmispel verwijst naar de glans van het blad.

Sneeuwballen zijn de zoete geur van het voorjaar

Sneeuwballen zijn de zoete geur van het voorjaar(596963860)In het voorjaar kunnen geurende struiken en bomen uw tuin tot een lusthof maken. Dat is niet alleen mooi voor het oog, uw neus wil immers ook wat. Er zijn talrijke heesters die in de warmer wordende zon een heerlijke zoete geur verspreiden. Vooral bij een zithoek in de luwte zorgen deze struiken voor een aangenaam vertoeven. Een heel geschikte plant hiervoor is de Viburnum opulus ‘Roseum’. Deze is redelijk winterhard en bloeit van mei tot juli. Vanwege de vorm van de bloemtrossen is ‘Roseum’ vooral bekend onder de naam Sneeuwbal.

De mooiste lente- en zomerbloeiende Magnolia´s voor jarenlang bloeiplezier

De mooiste lente- en zomerbloeiende Magnolia´s voor jarenlang bloeiplezier(21858893)De Magnolia komen al duizenden jaren voor op onze planeet. En nog steeds zijn het mooie heesters voor een kleurrijke lente. De Nederlandse benaming beverboom, genoemd naar de behaarde knopschubben, is nooit echt ingeburgerd geraakt. Mensen noemen hem meestal de tulpenboom vanwege de op tulpen lijkende bloemen, terwijl dit eigenlijk de Nederlandse benaming is voor de Liriodendron. Het geslacht is genoemd naar Pierre Magnol (1638-1715), een Franse hoogleraar en directeur van de botanische tuin te Monpelier. Hij begon als eerste met het kruisen van Magnolia´s.

Fruittuin: eenvoudige stekkalender en stekdata voor houtig kleinfruit, fruitbomen, onderstammen en fruitexoten

De meeste soorten houtig kleinfruit en druiven kunnen vermeerderd worden door stekken. In de winter of in het vroege voorjaar is het snoeihout van houtig kleinfruit geschikt om winterstekken of twijgstekken te maken. Houtachtige bessenstruiken zijn van december tot februari gemakkelijk vermeerderen door winterstekken of twijgstekken. De winterstekken worden tijdelijk ingekuild in openlucht en worden in maart in volle grond uitgeplant. Scheutstekken of zomerstekken worden tijdens de groeiperiode afgenomen en meestal in speciale stekgrond gestoken bij een hoge luchtvochtigheid en optimale temperatuur.

Vermeerdering: problemen en oplossingen bij het stekken

Lage bewortelingspercentages, verdroging en rotting zijn de meest voorkomende problemen bij de vegetatieve vermeerdering zoals stekken. De laatste jaren is de bewortelingstechniek sterk geëvolueerd. Begin de jaren 80 werden goede resultaten behaald met groeihormonen. Ook de optimale bewortelingsmedia (het stekmedium) werden reeds beschreven op het einde van de jaren ´80, maar de grote vraag naar een totaal inzicht in de klimaatbehoeften gedurende de bewortelingsfase blijft tot op vandaag nog steeds gedeeltelijk onbeantwoord. De vele jaren van onderzoek naar de klimaatinvloeden bevestigen dan ook de complexiteit van dit gegeven. Vooral meer onderzoek is nodig over de onderliggende reacties van de plant, en de accuraatheid waarmee zij werken, om tot vooruitstrevende inzichten en innovaties in de klimaatregeling te kunnen komen.

Aanleg van de tuin: 90 vaste planten voor (droge) zandige gronden - deel 1

Zandige gronden zijn vaak snel droog. Tijdens droge zomers
zijn er tal van planten die er slecht gedijen. Toch zijn er op deze gronden ook vaste planten die er net wel uitstekend kunnen gedijen. Ze houden van een goed doorlatende bodem op een warme standplaats in de volle zon. Ze zijn geschikt voor borders en groeien nog goed op droge plekken. Vaak zijn ze ook geschikt voor gebruik in potten. Aanraders om te proberen is zeker Crambe, Perovskia en Lavatera.

Geschikte vaste planten voor zandige gronden zijn o.a.:

Aanleg van de tuin: 135 vaste planten voor zware kleigronden - DEEL 2

Zware kleigronden zijn in de winter lang nat en blijven lang koud tot in het voorjaar. Tijdens droge zomers worden ze keihard en klonterig. Toch zijn het vaak vruchtbare gronden waar vaste planten uitstekend op kunnen gedijen. Sommige vaste planten kunnen op dergelijke gronden hogerop groeien dan op andere gronden. Vaak groeien ze ook goed door met een stevige groeikracht en vormen dichte pollen en/of zware bloemstengels. Het is altijd nuttig zware kleigronden voldoende te bewerken en te verrijken met mulch en compost.

Geschikte vaste planten voor zware kleigronden zijn o.a.:

Fruit in de tuin: houtige fruitplanten zijn dikwijls eenvoudig te vermeerderen

Er zijn meerdere vermeerderingsmethoden mogelijk. Ongeslachtelijk vermeerderen door: zomerstekken, winterstekken of houtstekken, wortelstekken, afleggen of marcotteren, oculeren en enten. Alle eigenschappen van de moederplant blijven behouden bij het ongeslachtelijk vermeerderen. Sommige fruitsoorten of onderstammen worden ook gezaaid (= geslachtelijk vermeerdering). Het stekken geeft bij deze gezaaide planten meestal geen goed resultaat.

Fruit in de tuin: Plantafstanden voor fruitsoorten

Niet alle fruitsoorten en fruitrassen mogen op dezelfde plantafstand geplant worden. Afhankelijk van de grondsoort, fruitsoort, fruitras en gebruikte onderstam kan de optimale plantafstand verschillen. Ook het gekozen plant- en teeltsysteem heeft een invloed op de plantafstand te kiezen. Houtig kleinfruit zoals trosbessen, kruisbessen en frambozen kunnen op de kleinste afstand uitgeplant worden. Zaailingen van gewone walnoten of okkernoten hebben de grootste plantafstand nodig.

Pagina's

Abonneren op stekken
Tuininformatie