|
Het feit dat de vroeg geplante
bloemkool het dit jaar toch niet steeds zo goed doet als het mooie
weer dat we de tijdens de maand april (2003) gekend hebben zou doen
vermoeden, gaf me de inspiratie dit verhaal te doen over de bladeren rond
de bloemkool die veel belangrijker zijn dan dat je op het eerste zicht zou
vermoeden. Bloemkool wordt, wat betreft de
vruchtwisseling, bij de
koolgewassen, gerekend en krijgt een bemesting die gericht is op
sterke bladvorming. Het feit dat we de bloem van de plant consumeren zou
ons eventueel in de verkeerde richting kunnen sturen qua teeltechniek.
Vrucht- en
wortelgroenten hebben immers best geen al te overvloedige bladvorming,
zoniet zou er wel eens te veel energie naar de bladeren kunnen gaan,
waardoor de vruchten kleiner blijven. Maar u kunt er van op aan dat
bloemkolen die weinig blad vormen het helemaal niet goed zullen doen.
Sturen naar bladgroei is dus aangewezen. Enkel als u wat overdrijft
hiermee kan er wel eens
schift of
doorwas optreden. Een voedzame, humusrijke
grond is bij bloemkool is dus onmisbaar om de goede richting uit te
gaan. Bij alle vroege plantingen is in de koude grond
het mineralisatieproces nog niet volop bezig. De hoeveelheid stikstof
die op dat moment uit de humusvoorraad gehaald wordt is dan ook beperkt.
Een licht bijbemesting, met hetzij minerale (bv kalknitraat = kalksalpeter
Ca(NO3)2 ), hetzij organische (bv
bloedmeel) meststoffen is hier dus wel aangewezen. Zo zal de
bladvorming beter verlopen. Ook eigen aan de koude
voorjaarsomstandigheden is het ontstaan van
klemhart bij bloemkool. Door de koude kan de plant
moeilijk
Molybdeen (een sporenelement) opnemen en het lijkt alsof de plant
plots zijn groeipunt verliest. Het is aan te raden wat Molybdeen te mengen
met de potgrond als u de vroege planten zelf opkweekt. Dit jaar werd er bij de
vroege bloemkool ook extra aandacht gegeven aan de watergift.
Maart-April 2003 waren, alvast op de lichtere gronden te droog voor een
goede bladgroei. Om de week een flinke gietbeurt was dan ook nodig. Als
kers op de taart was er dan nog de
koolvlieg die dit jaar verrassend vroeg op de proppen kwam. Eind april
was de schade, aangericht door de larven, soms al groot. Dit terwijl in
die periode meestal pas de eerste overwinterde poppen ontluiken. Wie dus
dit jaar dacht dat zijn vroege bloemkool wel geen last van koolvlieg zou
hebben kwam bedrogen uit. De blekere, soms wat paarse kleur van de
blaadjes konden het ergste doen vermoeden. Als ze dan nog eens slap gaan
bij de eerste de beste zon, dan is het duidelijk. De larven zijn aan het
wreten! Als er geen
koolkragen(1) gelegd
(2) werden, dan was aangieten met een
insecticide nog de enige oplossing om de boel te redden. Wie
niet voldoende tijd had dit
jaar om zijn vroege bloemkoolplantjes extra te verwennen, zat dan ook
opgescheept met bloemkolen met minder blad. Dan is de kans groot op
kleinere bloemkooltjes! ‘Boorders’
genoemd. De optimisten zullen
waarschijnlijk zeggen dat minibloemkooltjes ook wel leuk zijn. Maar de
echte volkstuinder vindt het niet leuk bloemkolen even groot als
tennisballen te oogsten en doet zijn uiterste best om ze aan het zicht te
onttrekken. Enige troost van de ongelukkige liefhebber is dat bloemkolen
met minder blad wel een vroegere productie geven. Wie er in het voorjaar in slaagt
om voldoende blad rond de kolen te telen die heeft bloemkolen die mogen
gezien worden. Het blad kan daarna nog eens uitstekend dienst doen om de
kool te dekken vanaf het ogenblik ze zichtbaar wordt. Knak meerdere
bladeren om, één blaadje is zo door de wind weer opgetild. Een elegantere
oplossing is het
samenbinden van de bladeren. Een mooie witte, in plaats van gelige
bloemkool, is het resultaat van een goede afdekking. Vele nieuwe rassen
zijn in hoge mate
zelfdekkend. Bloemkolen die niet gedekt worden, worden gelig van kleur
en groeien makkelijk open.
Groene en
paarse bloemkool hoeven niet afgedekt te worden. Als vroeg bloemkool telen al
moeilijk is, dan is voor de liefhebbers met lichtere, minder goed
vochthoudende
grond de
zomerteelt misschien nog moeilijker. Wie goede bloemkool wil telen
moet dan een zeer humusrijke, vochthoudende
grond ter beschikking hebben. Eigenaars van lichtere grond zouden in
de zomer beter geen bloemkool telen. Daarbij komt nog dat de koolvlieg nog
eens extra actief is op lichtere gronden. De herfsteelt van bloemkool kan
dan wel weer opnieuw. Een goede extra compostgift of een
extra bemesting zijn zeker aan te raden voor een zomerteelt van bloemkool.
Verder moet in droge zomers regelmatig water gegeven worden. Zorg ervoor
dat de grond niet dichtslaat, want dit verhoogt de kans op
knolvoet. Gebruik dus een fijne straal bij het water geven. Geeft u ’s
avonds water, dan heeft het vocht de tijd om in de grond te trekken.
Nadeel is dan weer dat de plant de ganse nacht vochtig staat. Maar al bij
al is de kans op ernstige schimmelaantastingen bij bloemkool heel gering. Met al deze maatregelen,
gericht op een vlotte groei, moet u erin slagen voldoende blad te hebben
bij de zomerteelt van bloemkool. Want te weinig blad in de zomerteelt
leidt onvermijdelijk tot de eerder genoemde boorders. Behalve het feit dat in het
najaar de rupsen, melige koolluis en koolvlieg nog vrij actief zijn,
is dit toch wel een goede periode om bloemkool te telen. Het vochtige,
koele klimaat zorgt ervoor dat de bladvorming meestal vrij goed is. De
laatste jaren zijn er ook rassen ontwikkeld voor een
late herfstteelt, met oogstdatum in november tot december. Het kenmerk
van deze rassen is dat ze enorm veel blad ontwikkelen, zodat het kleine
bloemkooltje dat nog moet uitgroeien, beschermt is tegen lichte vorst in
die periode. Het loont echt de moeite dit eens te proberen. Veel blad bij de herfsteelt van
bloemkool is dus vrij makkelijk te bereiken, en is noodzakelijk om de
hele late teelt te beschermen tijdens vorstperiodes. Luc.
|