Bodemkunde in de tuin: de verzouting van kasgronden deel 2/3

Bodemkunde in de tuin: de verzouting van kasgronden deel 2/3(629549933)Deel 2/3 - De gevoeligheid voor een te hoge zoutconcentratie is bij onze planten zeer verschillend. Als regel geldt dat jonge planten (zaailingen) veel gevoeliger zijn dan oudere planten. Sla en andijvie vertonen dan gele bladranden en groeien slecht. Algemeen treedt een groeistilstand en bladverbrandingsverschijnselen op.

Grosso modo zijn de planten in te delen in 3 groepen
 

 

Zeer zoutgevoelige planten Adiantum, Andijvie, Asperges, Azalea, Erica, Calluna, Camellia, Cattleya, Dendrobium, Gardenia, Phalaenopsis, Primula, Rhododendron, Sla, Veldsla, Vriesia
Normaal zoutgevoelige planten Cyclamen, rozen, reukerwten, Anemone, Gerbera, Freesia, Aechmea
Weinig zoutgevoelige planten Balkongeraniums, hortensia, chrysanten, Dianthus, Saintpaulia, Kerstster

Bodemkunde in de tuin: de verzouting van kasgronden deel 2/3(629549933)Door de te hoge zoutconcentratie worden bepaalde ionen in de bodem onopneembaar voor de plantenwortels. Dit uit zich in gebrekverschijnselen:

  • door een te hoge zoutconcentratie wordt Ca++ (kalk) onopneembaar of toch onvoldoende opneembaar -> kalkgebrekverschijnselen. Een mooi voorbeeld hiervan is neusrot bij tomaten veroorzaakt door te weinig opneembare of aanwezige kalk
     
  • door de osmotische tegendruk is water moeilijker opneembaar voor de plantenwortels
     
  • het element magnesium (Mg) wordt moeilijker of onopneembaar waardoor magnesiumgebrek ontstaat
     
  • het element ijzer (Fe) wordt moeilijker of onopneembaar waardoor ijzergebrek ontstaat
     
  • het element mangaan (Ma) wordt moeilijker of onopneembaar waardoor mangaangebrek ontstaat welke problemen geeft bij de teelt van bloemkool

Bodemkunde in de tuin: de verzouting van kasgronden deel 2/3(629549933)Wat doen?

  1. In de eerste plaats natuurlijk meten :)
     
  2. In de tweede plaats DOORSPOELEN. In de beroepskassen past men deze techniek jaarlijks, na de teelt van tomaten, toe. De techniek is simpel.
    Laat zoveel water in de serre vloeien, gespreid over enkele uren en dagen, zodanig dat de serre net niet onder water komt te staan. Het water mag niet kunnen weglopen uit de serre want dan wordt ook bodemgrond mee weg gespoeld. Herhaal deze procedure een 3-tal keer...je zou zo´n 200 liter water/m2 moeten kunnen gebruiken. Door de massale hoeveelheid water kunnen de zouten gaan oplossen en naar de ondergrond doorzakken. Het is aan te raden dit tijdens de winterperiode te doen zodat de grond nog voldoende tegen het voorjaar kan opdrogen en opwarmen.
    Begint alvast niet de (te) natte grond te bewerken of je brengt de structuur om zeep. Doorspoelen is op zich een structuurbedervende maatregel. Hoe meer humus de serregrond bezit hoe minder structuurbederf er kan optreden. Wacht daarom dus altijd met spitten of bewerken tot de bodem voldoende is uitgedroogd tot een normaal niveau.
    Doorspoelen kunnen we geen milieuvriendelijke maatregel noemen. Immers behoren tot de zouten die we doorspoelen naar het grondwater ook nitraten. Gelukkig zijn we maar met een beperkte oppervlakte en een beperkt aantal zouthoeveelheid bezig. Let er alvast op niet de serre te gaan bemesten net voor het doorspoelen.
     
  3. Uitgraven. U zou er aan kunnen denken de te zoute bodem in de serre uit te graven en nieuwe teelaarde binnen te brengen. Op zich geen slecht idee maar toch een serieus job. Bedenkt dat de zouten uit de ondergrond met het capillaire water terug naar de bovengrond gebracht kunnen worden. Zaak zal zijn voldoende diep uit te graven tot 40-60-80 cm. Let tijdens de noeste arbeid en het diep uitspitten op je ramen:) Een ongevalletje is al vlug gebeurd.
     
  4. Breng nooit verse stalmest in de serre maar goed verteerd materiaal. Laat kippen-, champignon-, paarde-, varkens- en duivenmest weg. Kies in de plaats voor goed verteerde compost.
     
  5. Gebruik zo min mogelijk chemische meststoffen (blauwe, groene, roze korrel) en snelwerkende meststoffen (bloedmeel, Viano) en kies in de plaats zachte, langzaamwerkende organische meststoffen (koemestkorrels, DCM Copron).
     
  6. Gebruik altijd chloorvrije meststoffen.

 

Tuininformatie