Onderzoek: energie halen uit kunstmatige bladeren

De zon geeft elk uur evenveel energie als we in de wereld per jaar gebruiken. Een uitgebreid onderzoeksprogramma naar de omzetting van zonlicht in energie en bouwstoffen door planten en algen, de zogenaamde fotosynthese, heeft van de Nederlandse overheid een impuls van 25 miljoen euro gekregen.

Ook wordt er een deel van het programma ingezet voor de ontwikkeling van kunstmatige bladeren. Het onderzoek is ook van belang in het streven naar energieproducerende kassen.

Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft het programma voorgedragen omdat het onderzoek een bijdrage gaat leveren aan duurzame energie, verbetering van de voedselvoorziening en duurzame biomassa.

Planten hebben een geraffineerd systeem om zonne-energie vast te leggen in bijvoorbeeld vezels en voedingsstoffen. Als we dat proces beter begrijpen, dan kunnen we zelf energie maken, of het omzetten van zonlicht verbeteren én nieuwe producten maken.

Het onderzoeksprogramma ‘Towards Biosolar Cells’ volgt een drietal sporen:

1. Het verhogen van de fotosynthetische efficiëntie van planten. Het resultaat is dat er meer biomassa per hectare wordt geproduceerd voor energie of voedsel (bijvoorbeeld meer, grotere of zwaardere planten).
2. De directe productie van biobrandstoffen zonder dat de biomassa (planten) geoogst hoeft te worden. Resultaten zijn bijvoorbeeld fotosynthetische cyanobacteriën of algen die butanol (een alcoholvorm die als biobrandstof kan dienen) produceren.
3. Het combineren van natuurlijke en technische onderdelen. Het resultaat is een zonnecollector die brandstof levert in plaats van elektriciteit.

Bij het programma zijn zes universiteiten (waaronder Wageningen Universiteit), drie topinstituten, dertig bedrijven, een hbo-instelling en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek betrokken.
De universiteiten en topinstituten bundelen hun hoogstaande kennis op het gebied van fotosynthese, biofysica, biochemie, bionanotechnologie, genomics en fysiologie.

Voor meer info zie www.wur.nl en www.minlnv.nl

Bron: Bloemenbureau Holland - 10.2009

Tuininformatie